Internationaal kaatscontact

Kaatsen is een sport die met name in Friesland wordt beoefend, alhoewel ook buiten deze provincie wordt gespeeld. De Kaatsclub Amsterdam echter, die zijn honderdjarige bestaan viert, heeft altijd bestaan uit vooral Friezen die werkzaam zijn in de hoofdstad. In dit geval ging het met name om politieagenten, veldwachten en schoolmeesters.

Toch zijn er ook internationale contacten, met een conferentie van exact 75 jaar geleden als basis. Op 28 augustus 1927 was een bijeenkomst in Franeker met vertegenwoordigers uit Nederland, België en Frankrijk. Het resultaat was de oprichting van de Conféderation Internationale de Jeu de Balle Pelote Paume CIBPP in 1928. Met die bijeenkomst driekwart eeuw geleden werd meteen een einde gemaakt aan een verstoring van de onderlinge relaties.

Al vanaf 1888 speelden Belgen en Nederlanders namelijk tegen elkaar en weer vijf jaar later meldden zich de eerste Franse spelers. Tijdens de Eerste Wereldoorlog waren er erg veel internationale wedstrijden omdat een groot aantal Belgen en Fransen in Nederland was geïnterneerd. De kaatsspelers daarvan benutten hun kans door in hun vrije tijd op met name de Friese velden op te duiken. Daarna ging het mis, omdat de Belgen een eigen variant speelden die onverenigbaar was met de internationale regels.

Het is een bekend verschijnsel in de sport van zo'n 75 tot 125 jaar geleden: veel landen en soms zelfs regio's speelden doodleuk met hun eigen regels, die elders niet werden geaccepteerd. Het Nederlandse hockey bijvoorbeeld had tot 1926 zijn eigen regels en een eigen bal, de zogenaamde `scheurleer-bal', die internationaal onaanvaardbaar waren. Deze sport werd in Nederland daarom de eerste decennia van de vorige eeuw verscheurd door twee kampen, die streden om al dan niet aanpassing aan de internationale norm. In diezelfde tijd was het Belgische kaatsen dus hetzelfde lot beschoren.

Tot 1928, want toen kwam eindelijk de internationale koepel tot stand. Daar werd een aantal afspraken gemaakt over welke regels universeel zouden gelden, waarmee ook aan de minimumvoorwaarde werd voldaan voor het houden van het eerste Europese Kampioenschap in 1930. Ten slotte moeten alle ploegen het redelijk eens zijn over wat wel en niet mag, voordat zo'n evenement georganiseerd kan worden. Het werd nota bene de zogenaamde `Jeu de Pelote-variant', die juist door de Belgen werd gespeeld en dat hun isolement had opgeleverd.

Ondanks deze internationalisering van het kaatsen blijft altijd het idee bestaan dat deze sport louter en alleen in Friesland bestaat. Een korte verkenning op internet leert echter anders. Clubs uit bijvoorbeeld de Verenigde Staten, Ierland, België, Argentinië en Finland hebben hier hun informatie geplaatst. Met allemaal als basis die conferentie in Franeker 75 jaar geleden.

jurryt@xs4all.nl