Het doolhof van zwart-wit

Zo adequaat als de titel, zo helder en vrijwel volledig is de inhoud van Hardnekkig wantrouwen, een overzicht van zwarte emancipatie in de VS vanaf de Reconstructie (de periode na de Amerikaanse Burgeroorlog tot heden. Na de Amerikaanse Burgeroorlog en de afschaffing van de slavernij kwamen de Zuidelijke staten aanvankelijk onder Noordelijke curatele te staan. Noodzakelijk, gezien de onwil van de blanken in het Zuiden om een einde te maken aan de slavernij en de onderdrukking van de zwarte bevolking, maar wel met bijwerkingen in de vorm van blanke rancune en verzet die de zwarte emancipatie er niet eenvoudiger op hebben gemaakt.

Segregatie, het de facto ontnemen van het stemrecht en zelfs lynchpartijen zijn tot ver in de twintigste eeuw blijven bestaan, mede doordat geen Amerikaanse president (tot de nog steeds ondergewaardeerde Lyndon Johnson) de moed had de Zuidelijke senatoren tegen zich in het harnas te jagen door werk te maken van de constitutionele rechten van zwarte Amerikanen.

Maar ook de Noordelijke staten bleken niet de hemel van de raciale gelijkheid toen de migratie van zwarten die de achterstelling en het geweld wilden ontvluchten in het begin van de twintigste eeuw op gang kwam. Zowel de blanke arbeiders als de reeds gevestigde, vaak goed opgeleide, kleine groep zwarte Amerikanen in de steden van het Noorden voelden zich bedreigd door de nieuwkomers. De eersten omdat zij de goedkope arbeidskrachten als concurrenten zagen; de laatsten omdat zij vreesden voor een toename van de discriminatie.

Hoewel sommige onderwerpen specifiek Amerikaans zijn: segregatie, stemrecht en gescheiden wijken, zijn veel mechanismen vanuit een Europees perspectief zeer herkenbaar, in het bijzonder het zich bedreigd voelen, zowel van de autochtone bevolking als van reeds gevestigde migranten door nieuwkomers.

In Amerika komt daar nog bij de verbijstering en teleurstelling van `goedbedoelende' blanken die in de jaren zestig de Burgerrechtbeweging steunden, over de opkomst van een fanatiek zwart nationalisme zoals dat werd beleden door de Black Panthers en nu nog steeds aanhangers vindt in de Nation of Islam. Deze laatste is bovendien nog eens sterk antisemitisch, waardoor veel joden, die een onevenredig groot aandeel hadden in de beweging voor burgerrechten, zich vervreemd voelen van de zwarte emancipatiestrijd.

Of het nu om positieve discriminatie gaat of afschaffing van de bijstand, elke discussie wordt ontsierd door wederzijds wantrouwen, of dit zich nu uit als `white backlash' of als zwart nationalisme en het verheerlijken van de gettocultuur. Je zou bijna vergeten dat inmiddels verreweg de meerderheid van de zwarte Amerikanen `middle class' is.

Quispel is er niet alleen in geslaagd deze buitengewoon gecompliceerde en pijnlijke geschiedenis op overzichtelijke wijze weer te geven, maar ook om de mechanismen zichtbaar te maken die de relatie tussen blank en zwart in de Verenigde Staten blijvend verstoren. Ondanks gênante taalfouten en slordig weergegeven Engelse citaten is het boek als geheel zeer leesbaar.

Chris Quispel: Hardnekkig wantrouwen. De relatie tussen blank en zwart in de VS. Amsterdam University Press. 392 blz. €23,50