Hard denken over een beter verstand

Hoe moet je denken? Hoe kun je zeker zijn van conclusies? Spinoza brak zich het hoofd over deze vragen en kwam er niet helemaal uit. Maar daar denken de vertalers van zijn jeugdwerk weer anders over.

In de jaren zestig vormde zich in Amsterdam een kleine groep rebellen, die de autoriteit van de kerk, de monarchie en de adel aanvielen. Niet met bommen en acties, maar met gedachten en woorden. De regeerders reageerden natuurlijk met verbod en vervolging. De leider van het groepje verliet Amsterdam, waar een vriend van hem in '68 in de gevangenis werd gegooid waar hij in '69 omkwam. Toen de leider zelf stierf, kwamen zijn Amsterdamse vrienden naar zijn huisje en namen al zijn geschriften mee die ze publiceerden. Niet door een revolutie maar door pure redenering veroverden de denkbeelden van die Amsterdammer de hele wereld.

Ik heb het natuurlijk over de jaren zestig van de zeventiende eeuw. De jeugdige Amsterdammer heette Spinoza en hij zette het knopje om dat nu de Verlichting heet. Natuurlijk claimen Engeland (Locke), Frankrijk (Voltaire), Duitsland (Goethe) en Rusland (Lenin) de Verlichting te hebben aangezet, maar Jonathan Israel heeft vorig jaar in zijn machtige Radical Enlightenment getoond hoe de kiem ervan wel degelijk in de republiek Nederland lag.

Wij zijn allen Spinozisten, behalve de twintig leden van het Burke-genootschap. Je hoort wel eens zeggen dat de moslims een Voltaire nodig hebben, maar het zou beter zijn als de Mohammedanen en de Yankees een Spinoza zouden voortbrengen.

Van Spinoza wil ik alles weten. Dus verwelkom ik de vertaling uit het Latijn die de Utrechtse hoogleraar Verbeek geeft van de onbekendste van zijn publikaties, over de genezing van het verstand. Hoe moet je denken? Hoe kun je zeker zijn van je conclusies? Hoe vermijd je dogmatisch en krom denken? Daarbij is de wiskundige denkstijl van Euclides Spinoza's ideaal, zoals uit de Ethica blijkt. Het is de vraag of Spinoza de Verstandsverbetering ooit had willen uitgeven. Hij begon er vroeg mee, maar voltooide het nooit. De goede elementen ervan zijn in zijn andere boeken te vinden, en er staan veel onbegrijpelijkheden in. Verbeek wijst daar in zijn commentaar ook op. `Dit klopt niet', en `Deze belofte blijft onvervuld' zijn steeds weerkerende noten. Verbeek weet veel van Descartes en dat komt goed uit, want Spinoza is in dit boekje sterk onder de indruk van zijn stadgenoot, die uit Amsterdam vertrok toen Spinoza zestien jaar was.

Descartes durfde nooit de stap te doen die Spinoza in dit jeugdwerk zet. Iemand die het bestaan van God ontkende werd in die jaren verbrand. Spinoza pakte het domste Godsbewijs (1. God heeft alle mooie eigenschappen. 2. Bestaan is een mooie eigenschap. Dus 3: God heeft de eigenschap te bestaan) en parodiëerde die tot: 1. Er is maar een, ondeelbare, substantie. 2. God is die substantie. 3. God is dus overal, hij kan geen wonderen verrichten, hij is het geheel der natuurwetten.

Met de vertaling van Verbeek zijn drie rare dingen aan de hand. Hij zegt dat hij elke Latijnse term steeds door een en het zelfde Nederlandse woord wil vertalen. Dat lijkt mij geen goed idee en Verbeek doet het ook niet: `intellectus' uit de titel wordt soms vertaald met `begrip', soms met `verstand' en soms met `intellect'.

Ten tweede worden alle wiskundige voorbeelden verkeerd vertaald. Filosofen waren in die tijd wiskundigen: Pascal, Descartes, Leibniz. Spinoza geeft wiskundige voorbeelden om de werkingen van het verstand te tonen. Zo heeft hij het over de evenredigheid van vier getallen en hoe je weet dat het product van de twee uiterste getallen gelijk is aan dat van de twee middelste. Het gaat hier om een stelling die Euclides bewees. Misschien denkt Verbeek dat a:b=c:d wordt uitgesproken als: `a gedeeld door b is gelijk aan c gedeeld door d', maar je moet het uitspreken als `a staat tot b als c staat tot d' en Spinoza's gebruik ervan is volkomen juist. Verbeek vat `een eigenschap van' op als: `het wezen van', en ziet niet het verschil waar het Spinoza juist om ging.

Op de laatste bladzij van het boek gebruikt Spinoza de ellips als voorbeeld van de gedachte dat je een idee op veel manieren kan bepalen. Verbeek schrijft in plaats van `ellips' `elliptisch vlak', wat niets betekent. Je tekent een ellips door een potlood te laten glijden langs een touw dat aan twee spijkers vast zit. Verbeek maakt de pen aan het touw vast, zodat hij slechts één punt kan tekenen. Spinoza zegt dat de ellips ook de meetkundige plaats is van alle punten waarvan de afstanden tot een vast punt en een vaste lijn in constante verhouding staan. Het is waar dat de Latijnse tekst hier onvolledig is, maar Verbeek laat het woord verhouding weg en zegt: `punten die zich op dezelfde afstand van een lijn bevinden' - dat zijn dus twee evenwijdige lijnen en geen ellips.

Is dit erg? Wel in verband met het derde rare van deze vertaling. Achterin somt Verbeek de Oudere Nederlandse Vertalingen op. Daar zien we dat Wim Klever het boek in 1986 voor uitgeverij Ambo vertaalde. `Bevat ook commentaar', zet Verbeek er droogjes bij. Onder deze lijst geeft Verbeek een lijst van Commentaren. Daar staat Klever niet bij.

Welke provinciale ruzie de twee Spinoza-kenners hebben, weet ik niet. Ik constateer weinig verschillen in de vertalingen. Waar Klever `uiteindelijk' schrijft, schrijft Verbeek `ten langen leste'. Klever vertaalt `vaga' met `zwervende', Verbeek met `vage'. Klever heeft het over `het centrale zintuig', Verbeek over `de gemeenzin'. Ik verkies vaak de vertaling van l986.

In hun commentaren zijn de twee diametraal. Klever vindt het een geniaal boek en weet alles uit te leggen. Verbeek vindt het een mislukt boek. Ik geef Verbeek gelijk, maar zoals ik al zei: Spinoza heeft het ook nooit willen uitgeven. Alleen de eerste bladzijden waarin hij op zeldzaam persoonlijke toon zegt hoe een filosoof moet leven, verdienen onze aandacht. Die heeft Leopold een eeuw geleden al vertaald.

Drie Nederlanders zijn met hun geschriften eeuwig bekend in de hele wereld. Twee mannen en een meisje. Twee joden en een antisemiet. Twee min-of-meer gelovigen en een ongelovige. Een wordt altijd bij de voornaam genoemd (Erasmus), een bij voor- en achternaam (Anne Frank) en een bij de achternaam (Spinoza). Erasmus ontsnapte uit zijn Nederlandse klooster. Anne Frank werd verraden in het Achterhuis. Spinoza hield zich heel stil in Holland, dat weliswaar boeken verbood en ongelovigen vervolgde, maar toch in die Jaren Zestig een oase van vrijheid in Europa was. Natuurlijk moet elke letter van Spinoza vertaald worden. Na Klever en Verbeek kan iemand een werkelijk goede vertaling plus commentaar gaan maken om ons verstand te genezen.

Baruch de Spinoza: Verhandeling over de verbetering van het verstand. Vertaald, ingeleid en van een nawoord voorzien door Theo Verbeek. Historische Uitgeverij, 149 blz. €22,75