EU-geld voor landen met watersnood

De Europese Commissie wil Duitsland, Oostenrijk en Tsjechië helpen de overstromingsschade te herstellen door al eerder aan deze landen toegekende hulpgelden anders te besteden. Voor Duitsland en Oostenrijk gaat het om miljarden euro's aan structuurfondsen voor de periode 2000-2006, waarvan een deel voor schadeherstel kan worden gebruikt. Voor Tsjechië gaat om 57,75 miljoen euro aan fondsen voor kandidaat-lidstaten, die het land in 2001 en 2002 niet heeft benut.

Ook wil Eurocommissaris Fischler (Landbouw) kijken of getroffen boeren in Duitsland en Oostenrijk op korte termijn kunnen worden geholpen met o.a. vervroegde uitkering van directe inkomenssteun, hergebruik van braakgronden voor grasland, interventievoorraden graan en verhoging van toegelaten nationale steun aan plattelandsontwikkeling.

De EU beschikt niet meer over een rampenfonds voor slachtoffers van natuurrampen sinds het Europees Parlement hieraan in de jaren negentig een eind maakte, zo verduidelijkte een Commissie-woordvoerder gisteren. De woordvoerder onderstreepte dat de Commissie zich ,,soepel'' zal opstellen bij een andere aanwending van structuurfondsen.

De getroffen deelstaten Saksen, Saksen-Anhalt en Thüringen in voormalig Oost-Duitsland krijgen structuurgelden volgens het zogenoemde `Objectief-1' (achtergebleven gebieden). Voor de hele ex-DDR is hiervoor in de periode 2000-2006 in totaal 19,9 miljard euro beschikbaar. De regionale verdeling hiervan is een zaak van de Duitse regering. Voor het rijkere Beieren is tussen 2000 en 2006 zo'n 500 miljoen structuurgeld (Objectief 2: economische reconversie) beschikbaar, dat deels anders kan worden besteed. Voor Oostenrijk, waar de schade op miljarden euro's wordt geschat, is voor 2000-2006 ruim 700 miljoen euro aan structuurgeld (Objectief 2) gereserveerd. Voorzitter Prodi van de Europese Commissie en de Eurocommissarissen Verheugen (Uitbreiding) en Barnier (Structuurfondsen) praten zondag in Berlijn met kanselier Schröder. Ook zijn ontmoetingen voorzien met de Oostenrijkse kanselier Schüssel en de Tsjechische president Havel.