Een trap tegen het verleden

De hoofdpersonen in Nelleke Noordervliets nieuwe roman zijn ballingen. ,,Ballingschap is het voortdurende gevoel dat je voorlopig bent, dat je geduld wordt.''

Pelican Bay van Nelleke Noordervliet is het eerste boek dat verschijnt bij Augustus, de nieuwe uitgeverij van Tilly Hermans. Noordervliet ziet er stralend uit, ze is gebruind en net terug van een zeilvakantie. Nee, niet op zo'n Caraïbisch eiland waar haar boek zich afspeelt, al werd het idee ervoor wel geboren tijdens een verblijf op de British Virgin Islands, jaren geleden: het beeld van een wat verloren rondlopende vrouw, de geschiedenis van de slavernij, de afhankelijkheid van het westerse toerisme – allemaal elementen die ze in haar roman een plaats heeft gegeven.

Pelican Bay is een knappe, veelomvattende, gedeeltelijk historische roman – avontuurlijk en vaak geestig, die je steeds dwingt tot doorlezen. Het boek begint met een moord. Het slachtoffer is de hoogzwangere echtgenote van de rijke Jacob Rivers, eigenaar van een suikerplantage op een Caraïbisch eiland en heer en meester over een honderdtal slaven. Jacob is rond zijn twintigste uit zijn geboorteplaats Vlissingen verbannen: de welgestelde Zeeuwse redersfamilie wenste niets meer te maken te hebben met de zoon die een serveerster bezwangerde en liet hem aanmonsteren op een West-Afrikavaarder. Sindsdien brengt Jacob zijn dagen door met slavenhandel en piraterij. De eenzaamheid van zijn bestaan probeert hij te verdrijven in het gezelschap van verkeerde vrienden, in de roes van drank en prostitutie. Tot hij Fanny ontmoet, een Engelse actrice die, met een toneelgroep van dubbelzinnig allooi, de achttiende-eeuwse kolonisten met Shakespeare komt vermaken. Voor Fanny maakt Jacob van de kwijnende suikerplantage een paradijselijk oord – tot zij wordt vermoord.

Dit is slechts één van de verhaallijnen uit Pelican Bay, waarin levensverhalen van mensen uit de achttiende en uit de twintigste eeuw kunstig door elkaar geweven zijn. Het verhaal van Jacob wordt verteld door Noordervliets andere hoofdpersoon, de twintigste-eeuwse schrijfster Ada. Zij meent een verre afstammeling van Jacob te zijn en gaat op Pelican Bay op zoek naar materiaal voor een nieuwe roman. Ada zit in een crisis: haar vader is onlangs overleden, haar huwelijk lijkt te stranden en ze wordt geobsedeerd door de herinnering aan haar verdwenen adoptiebroertje die op het Caraïbische eiland werd geboren. Ada neemt haar intrek bij de oude, van origine Engelse Ma Edith, die op onorthodoxe wijze een gammel pension drijft, ver van de toeristische luxe. ,,Toeristen komen ergens zonder er werkelijk te zijn,'' zegt Noordervliet, ,,de paradox van de volle toeristenoorden is dat er niemand is. Rijkdom is ontzettend saai. Doe dit voor me, haal dat voor me, en dat wordt dan ook gedaan. Armoe is natuurlijk narigheid, maar je moet tenminste wel iets veroveren.''

Het lijkt of alle personages in Pelican Bay voortdurend iets moeten veroveren, op drift zijn, nergens thuis horen. ,,Het zijn allemaal ballingen,'' bevestigt Noordervliet, ,,verstoten uit een vertrouwde omgeving, uit de warmte van een gezin, uit een liefde of uit een land. Ik heb willen onderzoeken hoe mensen omgaan met de vraag: waar hoor ik thuis. Bij je geboorte krijg je een aantal onvervreemdbare gegevens mee, je geboorteplek, je ras, je gezin, maar als die op een gegeven moment fragwürdig worden, wankele zekerheden, wordt al het andere meteen ook onzeker.'' Jacob wordt naar Afrika verbannen en doet daarna alles wat God en de Zeeuwse dominee hem verboden hadden. Ada vertrekt naar een haar onbekend tropisch eiland en zwelgt in drank, drugs en seks. ,,Ballingschap excuseert ook veel'', zegt Noordervliet, ,,Je kunt allerlei vormen van onverantwoordelijk gedrag vertonen. Jacob compenseert zijn gebrek aan liefde, zijn gebrek aan binding met een God en met godsdienst. Ook Ada kent zo'n zwart gat. Dan is het prettig om elders te zijn, anders wordt er zoveel van je verwacht. Sommige mensen zijn overal thuis, ze maken het zich in hun eigen aura gemakkelijk en regeren van daaruit de wereld. Ik heb maar één plaats waar ik thuis ben, dat is in de straat waar ik ben geboren, in Rotterdam. Op alle andere plekken maak je je een thuis. Je rationaliseert, je zegt tegen jezelf: stel je niet aan. Je hebt wel eens het gevoel dat je gewrichten scheef zitten, dat je je vingers of je knieën moet knakken. Ballingschap is voor mij dat voortdurende gevoel dat je scheef zit, dat je voorlopig bent, dat je geduld wordt.''

Mensenstromen

Dat Noordervliet juist levens uit de achttiende en de twintigste eeuw door elkaar heen laat lopen, is geen toeval. Ze ziet verbanden: ,,Het waren tijden waarin veel mensenstromen op gang kwamen, waarin godsdiensten elkaar troffen, tijden waarin cultuurverschillen duidelijk werden. Het broeide, het gistte, het was een kwestie van tijdelijke oprispingen, met doorwerkende gevolgen, net als nu.'' In zekere zin slaat Ma Edith, de blanke Engelse die uit liefde trouwde met een zwarte man en zich vestigde op een Caraïbisch eiland, een brug tussen verschillende generaties en perioden. Dat haar zonen niet blank zijn deert haar niet en de mannen zelf lijden er ook niet onder. ,,Vroeger wilde iedereen natuurlijk blank zijn'', zegt Noordervliet, ,,blank was de baas, blank had de macht. Dat tij is nu gekeerd, er is een black pride op gang gekomen, waarbij geldt dat hoe zwarter je bent, hoe beter het is. Het zwarte zelfbewustzijn is een geweldige vorm van emancipatie. De vermenging, dat is de toekomst. Als er één groot mengras ontstaat, hebben we elkaar niets meer te verwijten. En het is geen ideaal, het is vanzelfsprekend dat het zo gaat. We zijn nog maar honderd jaar gemotoriseerd, daarvoor – op die verre handelsroutes, in de tijd met paard en wagen – ging de vermenging veel langzamer. Biologisch ontwikkelt de mens zich traag, maar technisch gezien stoppen wij onszelf in een snelkookpan.''

Tijdens haar verblijf van een paar weken op Pelican Bay maakt Ada meer mee dan in een paar maanden in Nederland: ze drinkt teveel, hallucineert, wordt verliefd en bestrijdt de monsters uit haar verleden. Ze werpt haar schild van ironie af en beseft, lucide, dat ze nooit van haar vader heeft gehouden, hoezeer ze dat ook heeft geprobeerd.

Weer een slechte vader, zoals we er wel meer tegenkwamen in Noordervliets eerdere romans. ,,Ada's vader is een behoorlijk kwalijke, demonische vader, die zijn dochter de schuld geeft van alles wat hij zelf fout heeft gedaan. Maar als mensen zouden denken dat ik iets met mijn eigen vader af te rekenen heb, is dat een enorme misvatting'', lacht de schrijfster, ,,Je kunt die vader ook symbolisch zien, als de vertegenwoordiger van de dominante cultuur, als wetsteller, als wetgever en daarbij moet je je altijd vragen stellen.''

Vanaf het moment dat Ada emotioneel met haar vader heeft afgerekend, laat ze het verleden rusten. Noordervliet: ,,Als je voortdurend het verleden met je meesleept, zie je het heden steeds in de spiegel van het verleden. Dan kun je nooit in het moment zelf zijn, in het nu. We worden geteisterd door dat verleden dat zich alsmaar aan ons opdringt. Af en toe moet je dat verleden gewoon een grote trap geven, dat is heel bevrijdend. Stop het maar eens weg in een kast als je het niet kunt verwerken, doe de deur op slot en gooi de sleutel weg.''

Moreel oordeel

Natuurlijk realiseert Noordervliet zich dat het een dubbelzinnige uitspraak is: haar boek gaat ook over de geschiedenis en over hoe men tegenwoordig met het verleden omgaat. Ada vraagt zich op een gegeven moment, al schrijvend, af of we wel een moreel oordeel mogen hebben over de voorbije eeuwen. ,,In de manier waarop we tegenwoordig met de geschiedenis omgaan, hebben we enorme preoccupatie met goed of fout,'' zegt Noordervliet, ,,dat is er sinds de Tweede Wereldoorlog ingeslopen. De vaderlandse geschiedenis van daarvoor bestond uit de verheerlijking, de rechtvaardiging van wat er gebeurd was. Zodra de geschiedenis nog heel duidelijk met ons heden te maken heeft, worden we gedwongen tot een moreel oordeel. Wij leven nu nog met de restanten van de slavernij en dus moet je je afvragen welk moreel oordeel je hebt over de mensen uit dat verleden.''

Neem Jacob, de slavenhandelaar, piraat en suikerplanter uit Pelican Bay. Hij realiseert zich terdege dat het tijdperk van de slavernij ten einde loopt, geeft zijn slaven langzamerhand meer vrijheid en probeert zelfs een vriendschap te ontwikkelen met zijn persoonlijke slaaf, Plato, die hij als bedrijfsleider aanstelt. Plato wordt de minnaar van Jacobs vrouw en valt zijn baas daarmee in het hart aan. Noordervliet: ,,Jacob evolueert duidelijk. Hij zou zijn slaven wel willen bevrijden, maar weet dat zijn collega's dat niet zouden begrijpen en dus doet hij het niet. Het is verwerpelijk maar ook begrijpelijk. Die grijzen zijn aanvaardbaar, vind ik. Plato is het symbool van de weerstand van de slaven. We doen in het westen altijd alsof de afschaffing van de slavernij het resultaat is geweest van onze eigen inspanningen, terwijl dat natuurlijk niet zo was. De weerloosheid die op een bepaald moment weerbaarheid wordt, dat wilde ik benadrukken. Een al te moreel oordeel over die verre, voorbije eeuwen moet je niet hebben. Dat geldt natuurlijk niet voor het racisme, de apartheid en het separatisme in de zuidelijke staten van Amerika in de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw. Daar moet je een oordeel over vellen.'' En hoe staat Noordervliet tegenover het slavernijmonument? ,,Iedereen moet datgene kunnen herdenken en gedenken waarvan hij vindt dat het voor zijn geschiedenis en zijn leven van belang is, zolang het maar niet gaat om het cultiveren van het slachtofferschap. Ik erger me vreselijk aan mensen die zichzelf altijd het slachtoffer voelen, het mikpunt van allerlei ellende zijn. Ze gebruiken het als excuus om het leven door hun vingers te laten glippen.''

Ada uit Pelican Bay, `geneigd ook in het paradijs de tochthoek op te zoeken', ontworstelt zich in de loop van het boek aan haar slachtofferschap. In haar geval bestond die uit de perverse invloed van haar demonische vader en de funeste vrijheid-blijheid opvoeding uit de jaren zestig en zeventig. Ada's links-revolutionaire ouders praktiseerden de vrije seks, wijdden hun dochter daarbij in en adopteerden een `schattig negerkindje' uit de Caraïben, om `een kind een kans te geven'. Ada was jaloers, het huwelijk van haar ouders stortte in en de jongen, Antonio, vertrok op zijn achttiende met de noorderzon – terug naar zijn roots. Noordervliet: ,,Met de extremen uit de jaren zestig veeg ik flink de vloer aan. Als je progressief was, moest je het hele pakket aanvaarden, dat heeft me altijd verschrikkelijk gestoord. Ik denk dat mensen daardoor beschadigd zijn. Als je je eigen keuzes maakte werd je voor burgerlijk, voor tuttig versleten en wie wilde dat nou? Veel adoptie uit de jaren zeventig, uit ideële motieven – kijk eens wat wij overhebben voor de medemens – is totaal mislukt. Egoïsme verpakt in altruïsme is heel moeilijk te doorzien en ook in jezelf te ontdekken. Antonio is de spiegel van Plato – weerloos tot ze weerbaar worden. Antonio was vrij, kon terug naar zijn wortels, Plato moest dat op een andere manier doen. We zijn er toch op vooruit gegaan in de loop der eeuwen.''

Grafstenen

Bij de zoektocht naar materiaal voor haar roman over Jacob, ontmoet Ada een bejaard joods echtpaar, dat zich ten doel heeft gesteld de verwaarloosde joodse begraafplaats van het eiland schoon te maken en te behouden – bij hen geen vals altruïsme maar mededogen in zijn puurste vorm. Met borstels ontdoen ze de grafstenen van aarde en bladresten, zodat de teksten weer leesbaar worden. ,,Dat is echt een daad van piëteit ten opzichte van het verleden,'' zegt Noordervliet, ,,het is totaal gratuit, een daad van mededogen. De mensen die daar liggen zijn al meer dan honderd jaar dood, ze hebben bemind, gehaat, illusies gekoesterd en zijn, ergens in de plooi van de tijd, gelukkig geweest. Ze zijn gereduceerd tot letters in een steen. En waarom zouden we meer willen zijn dan letters in een steen? Je hoeft niet zoveel achter te laten. Het is genoeg als iemand jouw graf schoonmaakt, zich jouw naam herinnert, dat is de basis van de geschiedenis.'' Aan het eind van het boek besluit Ada het joodse echtpaar te helpen bij het behouden van de grafteksten die anders zouden verpulveren en voorgoed zouden verdwijnen. Ada heeft haar zoektocht naar de grote waarheid opgegeven, `zichzelf' gevonden, ze is nederiger geworden, sadder but wiser. Noordervliet: ,,Als je bepaalde illusies verliest, kun je het geluk vinden, een zekere gemoedsrust zoals de achttiende-eeuwse Madame de Châtelet die omschreef. Wij zijn het geluk gaan zien als een totale verwezenlijking van al je extatische dromen, terwijl het wezen van het geluk veel meer gelegen is in het beschouwen van de werkelijkheid en het daarin vrede vinden. Je moet de werkelijkheid niet mooier voorstellen dan hij is. Dat is eigenlijk de uitkomst van het boek.''

`Pelican Bay' ligt vanaf vandaag in de boekwinkel. Prijs: €30 euro (geb.) en 24,95 euro (pap.)

Recensie in Boeken, pagina 24