Echt is wat echt genoemd wordt

Hoeveel schilderijen Geert Jan Jansen precies vervalst heeft, is onbekend, en hij zelf is er terughoudend over. ,,De experts hebben het voor het zeggen in de kunsthandel.''

Zijn eerste vervalsing was een askruisje. Een katholiek vriendje van hem had op de dag na carnaval in de kerk een kruis van houtskool op zijn voorhoofd gekregen en de pastoor had gezegd: `Als het er met Pasen nog op zit krijg je een nieuwe fiets.' Een onmogelijke opgave, want Pasen duurde nog zes weken. Maar Geert Jan wist er wel wat op. Hij ontdekte dat je de houtskool nat moest maken en toverde op zijn vriendjes voorhoofd een niet van echt te onderscheiden kruis.

Meer dan veertig jaar later, in 1994, wordt Geert Jan Jansen in het huis van bewaring in Orléans verhoord door een Duitse politie-inspecteur die hem `de meestervervalser van de eeuw' noemt. Dat is behalve een welgemeend compliment ook een truc om de boef uit z'n tent te lokken. Maar Jansen trapt er niet in want, zoals hij het uitdrukt in zijn in de gevangenis geschreven boek Magenta, `bekennen, ik heb er een hekel aan.' De verdenking dat hij de maker is van een groot aantal valse kunstwerken kan niet worden hardgemaakt en na zes maanden voorarrest moet hij weer worden vrijgelaten.

Nog altijd is de juridische procedure niet afgerond. Jansen is in hoger beroep gegaan tegen de inbeslagname van zijn verzameling schilderijen en tekeningen, zo'n 1100 in totaal, waaronder 200 oorspronkelijke werken van meer of minder beroemde kunstenaars. Picasso, Miró en Chagall zitten ertussen en ook een aantal Nederlandse kunstenaars uit de eerste helft van de twintigste eeuw, onder wie Sal Meijer. Omdat de Franse justitie er niet in slaagt te bepalen welke werken echt zijn en welke niet, maar wel wil voorkomen dat de 900 valse ooit weer op de markt verschijnen, heeft ze besloten de hele boedel te laten vernietigen. In zijn protest weet Jansen zich geruggesteund door notabelen als Stedelijk Museumdirecteur Rudi Fuchs, die zich in een brief aan het Franse gerecht op het standpunt heeft gesteld dat er niet één echt schilderij uit de verzameling vernietigd mag worden.

Het hoger beroep had geen effect, in tegendeel, Jansen werd veroordeeld tot een extra jaar gevangenisstraf en ging in cassatie. Over een paar weken loopt de termijn van een jaar af waarbinnen het hof in Parijs uitspraak zou doen. Volgens kenners is er weinig hoop dat er iets ten gunste zal veranderen voor Jansen en zijn collectie.

We ontmoeten elkaar in een restaurant in Amsterdam, waar hij in de jaren zestig enige tijd kunstgeschiedenis studeerde en daarna op verscheidene locaties een galerie dreef. Er zijn vele vragen, om te beginnen hoe het komt dat de Franse justitie geen experts kan vinden die een Picasso van een Jansen kunnen onderscheiden.

,,Het probleem is dat die experts twintig jaar lang mijn dingen hebben goedgekeurd, dat zijn dezelfde lui min of meer. En ze weten het ook echt niet, want ik ben natuurlijk wel zorgvuldig te werk gegaan. Ze vinden het te moeilijk, en goed onderzoek is duur. Bovendien kan de rechtbank wel komen met experts die zus beweren, de verdediging komt dan altijd met experts die iets heel anders zeggen.''

De laatste jaren gaat u openlijk door het leven als meestervervalser. U schreef een openhartig boek, geeft lezingen, toont werken van beroemdheden door uzelf geschilderd en na afloop kan het publiek desgewenst zo'n `look-a-like' bij u bestellen. Wat zegt u als een rechtbank u confronteert met die praktijk?

,,Dan zeg ik: wat ik bij die lezing toon heb ik zelf geschilderd. Maar van ander werk zeg ik dat ik het me niet herinner, dat het me vaag doet denken aan wat ik eerder heb gezien of dat het me behoorlijk echt lijkt. In ieder geval antwoord ik iets waar ze niet veel aan hebben, daar ben ik wel geoefend in geraakt. Omdat ik het ene heb gedaan is het misschien wel waarschijnlijk dat ik ook het andere heb gedaan, maar een juridisch bewijs is het niet.''

Toch heeft u er in hoger beroep een jaar hechtenis bij gekregen.

,,Ja, en toch zijn er geen nieuwe feiten of bewijzen. Ze hebben nog steeds niet wat ze nodig hebben: een schilderij dat bewijsbaar door mij is gemaakt en gesigneerd met een naam die niet de mijne is, en daarbij een ontevreden koper die het gekocht heeft als een echt werk voor een echte prijs en bereid is aangifte te doen. Via de administratie van Drouot, het gebouw in Parijs waar de kunstveilingen plaatsvinden, heeft justitie kopers opgespoord van werk dat ik ingebracht had, en die gedreigd dat ze medeplichtig zouden worden als ze geen aanklacht indienden. Sommigen hebben dat geweigerd, die zeiden: ik vind dit schilderij prachtig, het blijft hier aan de muur hangen, het kan mij niets schelen wie het gemaakt heeft.''

Waarop is de zaak voorgekomen?

,,Ze zijn met tien of twaalf gevallen van start gegaan, waarvan er uiteindelijk twee zijn overgebleven. Een mevrouw, Cobra-expert en Jornspecialist, had drie keer een Jorn van mij gekocht. De derde had ze nog in huis, ze was er dik tevreden mee. Dat politiebezoek maakte haar woedend, ze was dubbel beledigd, ook in haar kennerschap. Maar over die eerste twee schilderijen wordt niet meer gepraat, die heeft ze verkocht en niet voor dezelfde prijs natuurlijk. Het derde schilderij is door de rechtbank aangegrepen, maar of het nu door mij of door Jorn zelf is geschilderd is nooit uitgezocht. Dat gold ook voor het andere geval, een Pedersen, ook Cobra. Het enige wat in al die procesjaren in Frankrijk werd onderzocht is een Joseph Beuys, omdat de man die hem van mij kocht er zelf drie experts bij heeft gehaald. Die hebben alle drie gezegd: dit is een authentieke Beuys.''

En was dat ook zo?

,,Uiteraard, de experts hebben het voor het zeggen in de kunsthandel. Kijk, ik ga niet naar een veiling en zeg: ik ben Jansen, ik heb dit geschilderd en gesigneerd Matisse, wilt u dit voor mij verkopen. Zo werkt het niet. Je brengt een schilderij in en dan kan het gebeuren dat het afgedrukt wordt in de catalogus, in kleur, paginagroot, en dat ze zeggen: maakt u zich geen zorgen, de kosten zijn voor ons, dit is eerste kwaliteit. En dan bedoelen ze toch, denk ik: dit is van de kunstenaar zelf, volgens ons. Nu is het wel zo dat in Parijs de experts die de stukken beoordelen een percentage krijgen bij verkoop, en daarom geneigd zijn tot goedkeuren. En zo gaat het dikwijls ook in de rest van de kunstwereld: als ze denken dat de kans op gedonder na afloop klein is durven ze de verkoop wel aan.''

Dacht u weleens: nu ga ik te ver?

,,Ik had nooit zo ver kunnen komen als het systeem van de kunsthandel niet zo rekbaar was geweest en zoveel mogelijkheden tot malversaties had geboden. In het begin dacht ik dat het heel slecht was wat ik deed, maar hoe beter ik de kunsthandel leerde kennen hoe minder slecht het bleek te zijn. Ik heb dat systeem niet ontworpen maar geleerd hoe het werkt en ervan geprofiteerd. Net als de kunsthandel zelf trouwens, die niet blij was toen justitie actie tegen mij ging ondernemen. En met Magenta waren ze helemaal niet blij, ze vonden het verschrikkelijk, dat boek. Maar over mijn schilderijen en tekeningen waren ze altijd zeer enthousiast.''

U lijkt de beoordeling van wat goed of slecht is volledig in handen van anderen te leggen.

,,Een soort luiheid denk ik. Ik heb het altijd plezierig gevonden om met een tekening naar een expert te gaan, die te laten zeggen dat het een echte Picasso was en dan ook nog te vragen: waaraan ziet u dat dan, hoe weet u dat zo zeker? Wat mij dreef was de uitdaging om dat steeds weer voor elkaar te krijgen op het hoogste niveau. Ik was er lange tijd ook oprecht van overtuigd dat het echte Picasso's waren die uit mijn handen kwamen. En ze functioneren ook nog steeds als zodanig, sommige zijn zelfs opgenomen in de officiële oeuvrecatalogus van Zervos, de Parijse uitgever van het 28-delig verzameld werk van Picasso.''

Dat het door elkaar lopen van echt en onecht zich niet tot het hoofd van de meestervervalser heeft beperkt, blijkt enige weken later. Ten huize van een adellijke familie, waar Jansen zojuist een lezing heeft gegeven, staan we wat na te praten als zich een vrouw tot hem wendt met de mededeling dat `een vrind' een paar `Lautrecjes' aan de muur heeft en het `wel geinig' zou vinden als daar een Jansen tussen kwam te hangen. Kennelijk is het inmiddels ook in deze beau monde salonfähig om valse schilderijen aan de muur te hebben. Dat zou weleens een effect kunnen zijn van wat zich de afgelopen honderd jaar in de kunst zelf heeft voltrokken.

In de 20ste eeuw is het kunstwerk als eenmalig, onvervreemdbaar product van een individuele kunstenaar op allerlei fronten gerelativeerd. Kunstenaars gingen op grote schaal grafiek maken die door anderen werd gedrukt, andere kunstenaars dachten hun kunst nog slechts uit en lieten het concrete werk in een fabriek uitvoeren. De eis dat een kunstenaar met zijn eigen handen aan een werk moest hebben geploeterd, werd meer en meer afgedaan als een residu van de Romantiek. Zoals de uitdrukking `dit is een Rembrandt' geen absolute betekenis meer heeft wanneer je Rembrandt beschouwt in de 17de-eeuwse atelierpraktijk van schilders die elkaar graag een handje hielpen, zo kan `dit is een Warhol' niet absoluut worden genomen in de context van hoe het toeging in The Factory.

Geert Jan Jansen wijdt een hoofdstuk van zijn boek aan dat legendarische atelier van Warhol op Union Square in New York, waar hij een paar keer op bezoek was. Hij beschrijft onder meer hoe Warhol bij het signeren van schilderijen (door medewerkers gemaakte zeefdrukken op doek) inkt van de lekkende viltstift aan zijn handen krijgt en dat heel erg vindt. Jansen schiet hem te hulp, raapt de gevallen stift op en zet het signeren onder Warhols goedkeurend oog voort. ,,Andy vond het wel prettig wanneer de dagelijkse werkzaamheden hem uit handen werden genomen,'' luidt Jansens droge commentaar.

Er zijn dus `echte', dat wil zeggen in The Factory gemaakte Warhols in omloop die door u zijn gesigneerd?

,,Ja, en Warhol vond het prachtig. Het hoorde ook helemaal bij hem, denk maar aan zijn beroemde stempel Fill in your own signature. Maar omgekeerd zijn er ook tekeningen van mij in omloop die door Warhol zijn gesigneerd - daarmee heeft u een primeur, want dit staat niet in mijn boek en ik heb het ook nog nooit verteld. Ik maakte ze daar ter plaatse, tekeningen van de Campbell soepblikjes, hij vond ze `gorgeous' en ze waren ook meteen van hem. Nee, hij vroeg niet of ik er wat voor moest hebben, dat was zijn stijl niet. Rollen in zijn films kon je krijgen, bekendheid, je mocht met hem naar een receptie, maar voor hij een paar dollars uit zijn zak haalde...''

Is het niet riskant om dat van die tekeningen aan mij te vertellen?

,,Ja, iemand zou zich kunnen melden en zeggen: ik heb zo'n tekening en hoor nu dat Jansen hem gemaakt heeft. Maar bij Warhol is dat eigenlijk onzin, want er is zo ontzaglijk veel werk van hem waar hij part noch deel aan heeft gehad. In de zomer van 1979 heeft hij een rondschrijven gestuurd naar galerieën in New York en Boston waarin hij beloofde zijn schilderijen vanaf dat moment weer zelf te gaan maken.'' Jansen grinnikt. ,,Kennelijk was de markt dat jaar een beetje overspoeld geraakt met Warhols.''

Nu hebben de erven van Warhol, en niet alleen van Warhol, de inkjetprint ontdekt. De grens tussen echt en onecht lijkt voorgoed te vervagen, zeker in de grafiek, en het is de koper die daarbij voorop loopt. Die lijkt niet meer wakker te liggen van het onderscheid tussen origineel en reproductie, want die prints verkopen als zoete broodjes.

,,Mooi toch. Grafiek is oorspronkelijk bedoeld om kunst te verspreiden tegen lage prijzen, en de nieuwe technieken maken de mogelijkheden bijna onbeperkt. Er kunnen enorme oplagen worden gedrukt van hoge kwaliteit, limiteren hoeft niet meer en de prijzen kunnen dus laag blijven. 2500 gulden voor een litho van Appel heb ik altijd overdreven gevonden, inmiddels kosten die zogenaamde unieke exemplaren zelfs al 2500 euro. Dat is net zo absurd als de relikwieënhandel in de middeleeuwen, die dan ook in één klap is ingestort. Op het laatst waren er genoeg originele splinters van het kruis van Christus in omloop om er een hele vloot mee te bouwen.''

Laatste vraag. Wat gaat u doen wanneer het Parijse hof binnenkort in cassatie beslist dat uw kunstwerken vernietigd worden en u zelf dat extra jaar gevangenisstraf moet uitzitten?

,,Acht jaar na mijn arrestatie zou ik dat zo idioot vinden, dat ik geen zin heb daarover na te denken.''

Geert Jan Jansen: Magenta, avonturen van een meestervervalser. Prometheus, 273 blz. €12,50

`Ik ben zo ver gekomen dankzij de rekbaarheid van het systeem van de kunsthandel'

`Ik was er lang oprecht van overtuigd dat er echte Picasso's uit mijn handen kwamen'