De club van anderhalf miljoen

Sportief gezien vertolkt Stormvogels Telstar voornamelijk een figurantenrol in de eerste divisie. Voor de keurige financiële huishouding werd de ongesubsidieerde club echter door de KNVB als enige in de hoogste categorie ingedeeld.

Het lijkt of de tijd heeft stilgestaan op Sportpark Schoonenberg. De verouderde, maar sfeervolle accommodatie van Stormvogels Telstar doet herinneren aan een grijs verleden toen spelers als Fred André, Tonnie Fens, Fred Bischot en Paul van Egmond de strijd aanbonden met onder meer het Ajax van Johan Cruijff. De mooie spoetnik is verdwenen uit het embleem van Telstar. Daarvoor in de plaats de stormvogel van de fusiepartner. Stormvogels en VSV gingen in 1963 op in Telstar en een jaar geleden werd de naam van de amateurvereniging, die net als bij ADO Den Haag fungeert als kweekvijver voor jeugdspelers, weer toegevoegd.

Maar verder is er weinig veranderd bij Telstar. Of het moet de keurige businessruimte zijn achter de hoofdtribune, waar voorzitter Anton van Kooten zijn licht laat schijnen over de levensvatbaarheid en de toekomstmogelijkheden van de eerste divisieclub. ,,Het is misschien weinig spectaculair wat we te bieden hebben, maar het is wel degelijk '', vat hij in een paar woorden samen waar Telstar momenteel voor staat.

De club uit Velsen zet als geen andere Betaald Voetbal Organisatie de tering naar de nering. Vandaar dat Telstar dankzij zijn sluitende boekhouding uit een onderzoek van de KNVB als enige eerstedivisionist in aanmerking kwam voor de vijfde en hoogste categorie in het klassement van financiële betrouwbaarheid. ,,Geld dat er niet is, kun je niet uitgeven'', luidt het credo van voorzitter Anton van Kooten die bezweert dat hij zelf geen eurocent in de club investeert.

Na vijf sabbatical years stak de voormalige eigenaar van een bedrijf in vleesverwerking Telstar in 1999 de helpende hand toe. Dat gebeurde op verzoek van trainer Simon Kistemaker die Van Kooten nog kende als voorzitter van De Graafschap. In Doetinchem hanteerde Van Kooten tussen 1987 en 1994 ook de voorzittershamer. De geboren Utrechter zette het zuinige beleid van de overleden voorzitter Jan de Wit voort. In tegenstelling tot andere clubs heeft Telstar vijf jaar geleden het geld van Sport7 niet gebruikt om te investeren in accommodatie en spelers, maar om de schulden te saneren. Het eigen vermogen vormt nu meer dan de helft van de balanssituatie. En dat is uniek voor een profclub in Nederland.

Natuurlijk heeft zo'n beleid consequenties op sportief gebied. Deelname aan de nacompetitie, twee jaar geleden, en vorig jaar een plek bij de laatste acht in de bekerstrijd, waren in het recente verleden de enige opwindende momenten voor de hondstrouwe, maar soms teleurgestelde supportersschare. Die bestaat trouwens uit gemiddeld 1.600 bezoekers per seizoen in een stadion met een capaciteit van 3.250 toeschouwers. Stormvogels Telstar, negende in de laatste competitie, werkt met de kleinste begroting in het betaalde voetbal: 1,6 miljoen euro. Elke eurocent moet dus wel een paar keer worden omgedraaid op Schoonenberg.

,,Als ik eerlijk ben is het niet of nauwelijks mogelijk om onder de 1,6 miljoen euro een profclub te runnen'', erkent Van Kooten. ,,Dat lukt hier ook bijna niet. De vaste lasten stijgen elk jaar, de inkomsten dalen.'' Bij de gemeente Velsen hoefde Telstar nooit aan te kloppen. ,,Toen ik voorzitter werd en op het stadhuis langs wilde gaan om kennis te maken, zei de wethouder van Financiën: `Van Kooten kan een kop koffie krijgen, als hij maar niet over geld begint'. De verhouding tussen club en gemeentebestuur was toen gespannen, maar is inmiddels redelijk genormaliseerd. We hebben een wethouder van Sport gekregen die voetbal een warm hart toedraagt. Hij is van Velsen Lokaal en in zijn partijprogramma stond dat er wel over randvoorwaarden gesproken moet kunnen worden. Het stadion is van de gemeente en wij zouden in aanmerking willen komen voor een bouwvergunning om de accommodatie te verbeteren.''

Als de club wat meer vlees op het bot heeft, zoals Van Kooten het uitdrukt, zou een verhuizing in de nabije toekomst wellicht meer financiële armslag opleveren. ,,Een projectontwikkelaar schatte de opbrengst van de grond van Schoonenberg op 16 tot 18 miljoen euro. Deze locatie is uitermate geschikt voor woningbouw. Wij zouden dan een nieuw, multifunctioneel stadion kunnen bouwen tussen de Velser- en Wijkertunnel in.''

Telstar hoopt op die locatie ook wat toeschouwers te trekken uit Amsterdam-West. Voetballiefhebbers die Ajax en de Arena te ver en te massaal vinden. Maar de concurrentie blijft groot met verder Haarlem, AZ in de directe omgeving en Volendam alsmede Ajax in het achterland. ,,Als je objectief bent zou het verstandig zijn als Haarlem en Stormvogels Telstar in één stadion gaan spelen. Een voor beide partijen aanvaardbare locatie is er niet maar er zou wel over gesproken moeten worden. Al hoef je op Schoonenberg de naam Haarlem niet eens te laten vallen.''

Anderzijds constateert Van Kooten dat Telstar ook op eigen kracht verder kan. ,,Uit een onderzoek van de KNVB is gebleken dat in de omgeving van Velsen levensvatbaarheid is voor een profclub met een aangepaste accommodatie. Er bestaat voldoende potentie op het gebied van publieke belangstelling, sponsors, zoals de visverwerkende industrie en staalfabriek Corus. Verder loopt er in deze regio ongelooflijk veel talent rond.''

Een samenwerking met een eredivisieclub als AZ acht Van Kooten niet haalbaar. ,,Je moet een club hebben die dat wil. AZ is hiervoor denk ik niet in de markt. De status van satellietclub heeft ook nadelen. We hebben Sijmen Tol van Haarlem gecontracteerd die mij vertelde dat hij daar acht spelers voor zijn neus had die van Ajax kwamen en een speelgarantie hadden. Dat zou bij ons dus ten koste van de doorstroming gaan hetgeen juist ons handelsmerk vormt.''

Telstar verkocht afgelopen seizoen Arvid Smit (aan PSV), Laurens ten Heuvel (Sheffield United) en Danny Schenkel (Sparta). ,,Negen spelers uit de huidige selectie die min of meer een basisplaats hebben komen uit eigen opleiding'', becijfert Van Kooten. ,,Daarom is het voor veel aanstormend talent aantrekkelijk bij Telstar te voetballen. Ze verdienen een bescheiden salaris, maar krijgen de kans snel door te stromen.''

Of dat ook voor trainer Toon Beijer zo leuk is, valt te betwijfelen. De voormalige technisch directeur, die uit oogpunt van kostenbesparing het trainingspak weer aantrok, ziet spelers vertrekken maar moet voornamelijk met eigen jeugd de opengevallen plaatsen weer opvullen. Van Kooten: ,,Natuurlijk zijn wij in de continuïteit op technisch gebied ook afhankelijk van een man als Beijer die de club al tien jaar trouw is. Zijn voldoening moet bestaan uit het gegeven dat veel spelers van Telstar elders slagen.''

Dit is het derde en laatste deel in een serie over de wijze waarop het profvoetbal de financiële crisis te lijf gaat. Deel één en twee stonden in de krant van 14 en 15 augustus, en zijn na te lezen op www.nrc.nl