Zware kritiek Shell op NMa om benzinerapport

De Koninklijke/Shell Groep heeft zware kritiek geuit op karteltoezichthouder NMa. Volgens Shell is het niet nodig dat er wordt ingegrepen in de benzinemarkt zoals de mededingingsautoriteit wil. De NMa wil ingrijpen omdat de oliemaatschappijen de benzineprijzen in Nederland kunstmatig hoog zouden houden.

Shell veegde gisteren de vloer aan met het onderzoek van de NMa en opende de aanval op de onderzoeksmethoden die de toezichthouder heeft gebruikt in de analyse van de benzinemarkt. Dit onderzoek naar vermeende prijsafspraken door vijf oliemaatschappijen werd eind vorig jaar gepubliceerd. Shell stuurde gisteren een officiële reactie naar de NMa. BP, Esso, Texaco en TotalFina hebben ook gereageerd op het rapport.

Het onderzoek, waar de NMa anderhalf jaar voor nodig had, leverde geen bewijs op dat de oliemaatschappijen onderling afspraken maken. Wel vindt de NMa dat de benzineprijs kunstmatig hoog wordt gehouden door de afspraken over prijssteun die de maatschappijen geven aan pomphouders. Deze steun helpt de pomphouders, gelieerd aan een bepaalde maatschappij, om prijsoorlogen te overleven. Volgens de NMa zorgen deze afspraken er voor dat de benzineprijs zo'n 2,3 cent te hoog is. Het systeem van prijssteun, dat onder meer wordt gebruikt in Groot-Brittannië, werd in 1986 goedgekeurd door de Europese Commissie. De NMa wil deze nu gaan verbieden. De NMa wilde niet reageren op de kritiek van Shell en denkt rond de jaarwisseling met een definitief oordeel te komen.

Volgens directeur F. Everts van Shell Nederland is ingrijpen ,,onnodig, ondoelmatig en ongewenst''. Everts stelt dat het afschaffen van de steun zal leiden tot het faillissement van honderden pomphouders waardoor het aanbod verschraalt. ,,De keuze wordt minder en er zal niet meer prijsconcurrentie komen, uiteindelijk is het nadelig voor de consument'', aldus Everts. Momenteel zijn er ongeveer 3.900 benzinepompen.

Shell vindt dat de NMa te selectief is geweest bij het onderzoek. Zo heeft het een groep van vijf Europese referentielanden gekozen, waaronder vechtmarkten als Frankrijk en Duitsland. Shell stelt dat de NMa alle (West-)Europese landen bij het onderzoek had moeten betrekken omdat dan zou zijn gebleken dat er in Nederland geen sprake is van buitensporige prijzen, marges of marktaandelen.

Het NMa-rapport steunt mede op een onderzoek van econoom E. van Damme naar de steunsystemen. Volgens Shell botst dit theoretische onderzoek echter met de werkelijkheid. Zo neemt Van Damme aan dat alle pomphouders recht hebben op prijssteun terwijl dit minder dan 50 procent is en wordt er geen rekening gehouden met de grote regionale verschillen in benzineprijzen. Het concern neemt ook afstand van de stelling dat 99 procent van de pomphouders de adviesprijs volgt die Shell elke dag vaststelt. Volgens Shell is dit slechts 40 procent en ligt de prijs bij 60 procent van de pompen onder de adviesprijs, soms zelfs zo laag dat 30 procent van de marge wordt weggegeven. ,,Er bestaat een mythe in Nederland dat Shell de benzineprijs zet. Dit komt door de adviesprijs en ik denk er dus over om maar te stoppen met de adviesprijs'', zegt Everts.