Water en politiek

Dat rivieren buiten hun oevers treden is op gezette tijden onvermijdelijk. Dat door die overstromingen halve steden worden bedreigd, is eveneens bekend. Elk jaar breken de dijken wel ergens door. En omdat er achter die dijken meer huizen en gebouwen staan dan vroeger, is de schade navenant groter. Zeven jaar geleden stond een deel van Nederland onder water. In 1997 stonden grote gebieden in Polen en Tsjechië blank. Kort daarna was het mis in Hongarije en Roemenië. Nu dreigen Midden-Europese steden als Praag, Dresden en Bratislava te bezwijken onder de watermassa uit Moldau, Elbe en Donau.

Of de overstromingen te maken hebben met klimaatsveranderingen, is niet met zekerheid vast te stellen. Zeker is wel dat de door de mens geschapen ecologische omstandigheden invloed hebben op het weer. Maar of er een lineair verband is, daarover verschillen deskundigen van mening. Honderdvijftig jaar geleden stond Praag ook al onder water, hoewel er toen minder sprake was van CO2 -uitstoot. Dat neemt niet weg dat de mogelijke causaliteit tussen milieuvervuiling en rampspoed een politieke kwestie is, waarvoor de aandacht van meer en meer Europese regeringen (ook de Nederlandse) helaas verflauwt.

Maar tegen de weergoden hier en nu is hoe dan geen kruid gewassen. De regeringen staan dus voor de keus of ze onmiddellijk financieel bijspringen om de schade voor individuele burgers en bedrijven te beperken of nog even wachten op de verzekeringsmaatschappijen die `acts of God' bij voorkeur in de kleine letters van de polis willen onderbrengen.

In Duitsland is de vraag al beantwoord. De getroffen gebieden kunnen op steun van de regeringen op federaal en deelstaatniveau rekenen. Dat heeft in Duitsland niet alles maar wel veel te maken met de parlementsverkiezingen van 22 september. Kanselier Schröder, die in de peilingen circa zeven procentpunt achterloopt op zijn uitdager Stoiber uit het eveneens getroffen Beieren, moet zich als een empathisch staatsman manifesteren die snel tot actie overgaat. Zeker nu de overstromingen talloze Oost-Duitse steden bedreigen, een regio waar de SPD het zich dit jaar niet kan veroorloven dat de ex-communistische PDS er met nog meer stemmen vandoor gaat, moet hij ter plekke zijn.

Cynisch gezien is het jammer dat er in Tsjechië en Slowakije binnenkort geen verkiezingen zijn. De inwoners van Praag, Bratislava en andere regio's moeten hun eigen boontjes doppen en er rekening mee houden dat ze, als ze steun willen van de regering, niet bij een rijke schatkist aankloppen. Europa moet zich daarvan rekenschap geven. Tsjechië staat met één been in de Europese Unie, Slowakije mag zich opmaken voor de vestibule. Tot nu toe komen er uit Brussel wisselende vormen van gastvrijheid. Nu eens worden de nieuwe lidstaten hartelijk welkom geheten, dan weer wordt hun duidelijk gemaakt dat ze niet moeten rekenen op landbouwsubsidies. Nu het gaat om herstel van steden die bij uitstek symbool staan voor de Europese culturele waarden, zou Brussel er goed en verstandig aan doen zich minder dubbelzinnig te gedragen. Bij watersnood hoort noodhulp.