Tsjechië wil rivieren meer ruimte geven

Tsjechië zoekt naar methoden om wateroverlast te beteugelen. Met hulp van Nederlandse ingenieurs worden plannen gemaakt die rivieren weer meer ruimte geven.

Zelfs met de hulp van Nederlandse meet- en rekentechnieken kan de Tsjechische regering niet voorspellen hoe hoog het rivierwater komt. Zó groot is de wateroverlast, dat nu gebieden zijn overstroomd die niet in de computermodellen voorkomen die van Nederlandse makelij zijn. Het is onbekend hoe het water zich daar gedraagt.

De directeur watermanagement van het Tsjechische ministerie van Landbouw, Pavel Puncochár, werkt al langer in een internationaal project met Nederlandse collega's de overheid om dit soort rampen te voorkomen. Hij kon midden tussen de crisisbesprekingen wat tijd vrij maken voor een gesprekje met de krant, omdat hij enthousiast is over de nieuwe Nederlandse aanpak van overstromingsgevaar. Binnenkort ontvangt hij een specialist van ingenieursbureau Arcadis die advies moet geven over het aanleggen van spaargebieden en reservoirs bij waternood.

De Tjechische regering kiest nu dus dezelfde benadering als de Nederlandse die bepaalt welke polders aan de Rijn in tijden van nood moeten vollopen. Oude, afgesloten rivierarmen moeten weer met elkaar worden verbonden zodat het water meer ruimte krijgt. De afgelopen 150 jaar is door kanalisatie de lengte van de Tsjechische rivieren met een kwart afgenomen. Het wijdvertakte rivierennet mondt uit in de Moldau langs Praag waar nu zelfs het regeringsgebouw, uitgestrekte nieuwe wijken en een minder bekende historische wijk – langs de rivier blank staan. Die watermassa's storten zich weer uit in het Tsjechische deel van de Elbe die nu Dresden inundeert. Dus ook Duitsland heeft groot belang bij Tsjechische waterbeheersing.

Als waterspecialist kan Puncochár niet uit de voeten met mega-verklaringen als klimaatverandering. Er is afgelopen jaren door het bouwen in rivierbeddingen en slinkende opslagcapaciteit te weinig rekening gehouden met overstromingen. Hij denkt dat hij door nieuwe waterreservoirs dit soort overstromingen voor de komende vijf generaties kan voorkomen.

Uit een studie van drie ingenieurs blijkt dat Tsjechië in de twintigste eeuw een uitzonderlijk laag aantal overstromingen had. Voor die tijd werd de bevolking vaker door overstromingen geplaagd, veelal door eigen toedoen. In de veertiende eeuw waren het de kunstmatige watervallen voor watermolens die de verwerkingscapaciteit van de rivieren beperkten. In de zestiende eeuw stortten mensen hun puin in de rivier. Praag stond meer dan een keer in de vier jaar onder water en in tegenstelling tot nu ging de oude stad soms ook onder. Keizerin Maria Theresa besloot de rivieren zo veel mogelijk bevaarbaar te maken en de kunstmatige watervallen te laten verwijderen. Ook zijn er in de loop der tijd riviertjes afgedamd tot vismeren die bij te veel water overlopen, zodat het peil beneden dan sneller oploopt. In 1784 had Tsjechië een van de grootste overstromingen uit haar geschiedenis. De huidige watersnood benadert die van toen.

Na de grote overstroming van 1890 werd de bodem van de Moldau en de Elbe uitgebaggerd en werd de bedding rechter gemaakt zodat het gemiddelde waterpeil 35 centimeter lager kwam te staan. Grote stukken landbouwgrond van het dun bevolkte Tsjechië zijn indertijd herbebost, zodat de bodem ruim voldoende opnamecapaciteit heeft voor regenwater.

Het communistische tijdperk werd ingeluid met prestigieuze Russische stuwdammen, waarvan zes in de Moldau. Maar omdat die dammen ook voor elektriciteits-opwekking zijn bedoeld (minder dan tien procent van de totale energiebehoefte), hebben ze weinig reservecapaciteit. De regelaars kunnen een ernstige overstroming hooguit wat uitstellen, zodat er tijd is voor evacuatie. In het post-communistische tijdperk hebben Tsjechen een haat-liefde-verhouding met de Russische stuwdammen. Sommigen geven de kwaliteit van de dammen de schuld, maar specialisten gaan ervan uit dat ze ver boven de vereiste sterkte zijn gebouwd.

Door een eerdere overstroming in Moravië waren de Tsjechische autoriteiten goed voorbereid op de grote klap. De populaire chef van de generale staf, Jiry Sedyví, is in camouflage-uniform gekleed maar zou net zo goed een witte jas kunnen hebben. Met empathische blik schrijft hij op tv de kijkers rust, opvanghelikopters en zandzakken voor. De coördinatie tussen stadsbestuur, politie en leger blijkt uit de snelheid waarmee sommige bedreigde delen van Praag worden afgezet en na het wijken van het gevaar weer worden vrijgegeven.

Het water stijgt niet meer. Toen voor het eerst het zonnetje scheen, kregen de toeristen weer de ruimte op het Oude Plein. En meteen was het droge deel van de stad weer vol korte broeken en camera's. En als het museum niet open is, kan er nog altijd worden gekeken naar het hoge water en de overstroomde gebouwen. De trams die over de bruggen gaan, zijn vol toeristen die vanuit het raam de rivier fotograferen. Praag als ramptoeristisch oord.

(Met medewerking van Peter Vbabec.)