Rouw

Vorige maand stierf op 42-jarige leeftijd Wietze Jan de Boer, een van de bekendste inwoners van Vlieland. Zijn naam was ook bij de toeristen een begrip, omdat hij het vervoer van hun bagage regelde op dit eiland waar alleen de bewoners mogen autorijden. Overal zie je op Vlieland de karretjes met het opschrift `Bagagevervoer Wietze de Boer'.

De plotselinge dood van De Boer bracht een grote schok teweeg. Iedereen sprak erover. Bewoners haalden herinneringen aan hem op, toeristen vertelden elkaar dat op de middag van de begrafenis donderdag 18 juli de winkels zouden sluiten. Het is een traditie op Vlieland dat de bevolking collectief rouw betoont, in het geval van De Boer kwam het hele openbare leven zelfs urenlang stil te liggen.

Zelden heb ik een indrukwekkender begrafenis bijgewoond. Er liepen zeker 1.500 mensen mee Vlieland telt 1.100 inwoners in de stoet. Achteraan zag ik ook Theo Sontrop aansluiten, in zwarte broek en jasje met krijtstreep. Sontrop, ex-uitgever en dichter, heeft zich enkele jaren geleden op Vlieland gevestigd.

Het was een prachtige, zonnige dag. Er was te veel publiek voor de Nicolaaskerk, het fraaie, hervormde kerkje in het hart van het dorp. De meeste mensen moesten buiten op het pleintje blijven staan, maar ze konden de plechtigheid via luidsprekers volgen. Een groep badgasten bleef discreet terzijde staan, niemand sprak, niemand werd ongeduldig.

Toen de toespraken begonnen, vroeg ik me bezorgd af hoe lang ik het als buitenstaander in de warmte zou volhouden. Ik had geen persoonlijke herinneringen aan De Boer, daarvoor was ik te weinig op het eiland geweest. Maar op zeker moment merkte ik dat ik als aan de grond genageld naar de sprekers stond te luisteren. Een heel leven ontvouwde zich in al die toespraken. Een triest leven, zo bleek geleidelijk.

De predikant was nog enigszins vaag, maar Tanneke, de tien jaar oudere zus van Wietze Jan, begon over `moeilijkheden' en `donkere wolken' boven het leven van haar broer. Hij was `een doener, geen leerder' geweest, die zich lange tijd in maatschappelijk opzicht uitstekend had kunnen redden met zijn eigen bedrijfje. Maar er was in zijn leven een gebeurtenis geweest waarvan hij zich nooit helemaal hersteld leek te hebben: de dood van zijn moeder toen hij zeventien was. Aan zijn vader, een zeeman, had hij niet voldoende steun gehad.

Daar hield Tanneke op. Over de doodsoorzaak sprak zij niet, maar ik begon het ergste te vermoeden. Toen nam de enige huisarts van het eiland, John Deen, het woord. Hij koos voor de openhartigheid, en waarom ook niet? Hij schetste De Boer als een man die zijn depressies tevergeefs met drank had proberen te onderdrukken, een gesloten, eenzame man, ondanks zijn vrouw en zijn zoontje en zijn vele vrienden op het eiland, een man ,,die niet meer bij zijn gevoelens kon komen''. Hij had, zei de dokter, ,,het besluit genomen om in alle eenzaamheid deze weg te gaan''.

Daar stonden wij, badgasten, in onze zonnige kledij, blakend van welstand. Wij kenden Vlieland alleen als een intiem eiland van stilte en geluk, wij waren bijna vergeten dat het leven overal doorgaat, totdat het ophoudt, om welke reden dan ook.