Ex-politiechef Oost-Timor vrijgesproken

Het speciale mensenrechtentribunaal in Jakarta heeft vandaag de vroegere politiechef van Oost-Timor, Timbul Silaen, vrijgesproken van misdaden tegen de menselijkheid ten tijde van het referendum over de onafhankelijkheid van Oost-Timor in 1999.

Bij moordpartijen werden toen zeker duizend burgers afgeslacht. Ook vijf voormalige politiemensen en soldaten werden vrijgesproken. De VN hebben kritiek geuit op het tribunaal. Een prominente mensenrechtengroepering noemt de uitspraken absurd.

In het eerste vonnis van het in maart opgerichte mensenrechtentribunaal, gisteren, kreeg oud-gouverneur van Oost-Timor Abilio Soares drie jaar celstraf opgelegd. Soares werd schuldig bevonden omdat hij destijds zijn ondergeschikten niet onder controle had en geen maatregelen nam om het geweld te stoppen. Aanklagers en de advocaten van Soares zeiden van plan te zijn in hoger beroep te gaan. Tegen Soares en Silaen was tieneneenhalf jaar geëist, een half jaar meer dan het minimum dat de Indonesische wet voor de feiten voorschrijft.

De vonnissen worden gezien als een barometer van Indonesië's vermogen de daders van het bloedvergieten te berechten. De VN hebben bezwaar gemaakt tegen de uitspraken. Volgens VN-commisaris voor de mensenrechten Mary Robinson hebben de aanklagers ,,geen bewijzen voor het tribunaal opgevoerd die de moorden en andere schendingen van de mensenrechten beschrijven als een onderdeel van een systematische geweldscampagne''.

Eerder al waarschuwden de VN dat als de bestraffing van de verantwoordelijkheden een mislukking zou worden een internationaal tribunaal zich opnieuw over de oorlogsmisdaden moet buigen. Een verzoek tot de oprichting van een internationaal tribunaal werd destijds afgewezen.

In totaal staan achttien hooggeplaatste Indonesische ambtenaren en militieleiders terecht voor hun aandeel in de bloedige periode rond de onafhankelijkheid van Oost-Timor in 1999. Ruim duizend burgers en onafhankelijkheidsstrijders werden destijds voor en na het referendum gedood door de Indonesische strijdkrachten en milities. 250.000 mensen moesten worden geëvacueerd, tachtig procent van het land werd vernield. In mei van dit jaar werd Oost-Timor officieel onafhankelijk.

Critici twijfelden eerder al of het `gepolitiseerde tribunaal' gerechtigheid kon brengen. Zwakke tenlasteleggingen, onbekwame en onervaren aanklagers en een overheid onwillig om een accurate beeld te geven van haar rol in het geweld zouden de processen ongeloofwaardig hebben gemaakt.

Daarnaast veronachtzaamde Indonesië zijn eigen rechtencommissie door het advies af te wijzen om hooggeplaatste verdachten, onder wie de voormalige militaire leider generaal Wiranto, aan te klagen. Ook werd de omvang van de processen beperkt tot wreedheden gepleegd in een aantal maanden van 1999 in drie Oost-Timorese steden. De meeste ooggetuigen in de processen in Jakarta zijn bureaucraten van de overheid en het leger; slechts vier van 34 getuigenverklaringen werden afgelegd door Oost-Timorezen.