De Hoogovens van de 21e eeuw

Het kan altijd nog erger.

De AEX-index is, met 350 punten, terug op zijn niveau van vijf jaar geleden, maar de belegger kan enige moed putten uit de gedachte dat de index in 1983 begon op teruggerekend ruim 45 punten. Nee, dan het aandeel Corus, de naam van de twee jaar geleden opgezette combinatie van weinig Hoogovens en veel British Steel.

Corus is een aandeel Hoogovens, voortgezet met andere middelen.

Iris, het onderzoeksbureau van Rabo en Robeco, becijfert dat Corus/Hoogovens nu zo ver is gezakt, dat het terug is op het niveau van – schrik niet – 1973. Bijna dertig jaar heeft de Hoogovens-belegger het moeten stellen met enkel en alleen dividend, als dat er al van kwam. En dit zijn cijfers vóór inflatie: van de koopkracht in de winkel van een aandeel Hoogovens uit 1973 is hoegenaamd niets meer over.

Corus/Hoogovens staat symbool voor de hele staalindustrie, vinden de onderzoekers. De belangrijkste kenmerken: het product dat wordt gemaakt is inwisselbaar met dat van de concurrentie, zodat vooral op prijs wordt geconcurreerd. De sector is buitengewoon kapitaalintensief. Nieuwe productiecapaciteit vergt een zeer forse eenmalige investering. Maar staat de fabriek er eenmaal, dan draagt elke extra geproduceerde ton staal bij aan de winst, zolang de verkoopprijs maar niet onder de marginale kostprijs daalt.

Staal moet op prijs concurreren. En kan dat ook. Dat geeft de prikkel veel te produceren. In tijden van nood werd de staalindustrie door overheden vanwege haar strategische belang zodanig uit de wind gehouden, dat er te weinig overcapaciteit uit de markt werd genomen. Zo is de recente geschiedenis van de staalsector er een van permanente crisis.

Doet dat, anno 2002, ergens aan denken? Ja, stelt Iris. Aan de telecomsector. Ook die is zeer kapitaalintensief. Ook daar is het product niet te onderscheiden van dat van de concurrentie. Als de capaciteit eenmaal is geschapen draagt elk verkocht `product' (nullen en enen van plaats X naar plaats Y) bij aan de winst zolang de verkoopprijs maar boven de marginale kostprijs ligt. Prijsbederf tiert welig. De overcapaciteit in de telecomsector is nu al spreekwoordelijk.

Een belegger die deze redenering volgt, zal zich wel tweemaal bedenken voordat hij op de beurs een aandeel van ondernemingen als KPN, Deutsche Telekom of France Telecom gaat aanschaffen. Voor de duidelijkheid: er zijn genoeg effectenhuizen die er geheel anders over denken.

Maar de tijd dat er kon worden geklaagd dat analisten alleen maar koopadviezen gaven, maar geen duidelijke verkoopaanbevelingen, ligt definitief achter ons.