Bij de duivenmelker thuis

Mieke leerde ik kennen in 1982. We waren beiden opgenomen in het Provinciaal Ziekenhuis te Santpoort. Nadat ik gedurende vijftien jaar niets van haar had gehoord, belde ze me begin dit jaar op. Ik vroeg meteen of ze medicijnen slikte. Ja, al zes jaar en zo lang zat ze ook al in het beschermde wonen van het Leger des Heils. Daarvoor had ze drie jaar bij een duivenmelker gelogeerd. Toen ze bij hem introk, was Mieke niet manisch of psychotisch maar ,,zwaar depressief'', zoals ze zelf zegt.

,,Ik was naar Zaandam gegaan om zelfmoord te plegen. Ik wist dat daar hoge flats zijn, want mijn zusje had daar gewoond. Ik was ook al in de Bijlmer geweest, maar daar moet je aanbellen als je in een flat wilt komen. In Zaandam heb ik de beslissing om te springen telkens voor me uitgeschoven. Ik heb trouwens ook hoogtevrees.

,,Het was voor het eerst dat ik buiten sliep, in de bosjes naast de bibliotheek. Dat was geen probleem, want het was een hele mooie zomer. Overdag zat ik in de bibliotheek. Zondag was de bibliotheek dicht, maar ik had een kroeg ontdekt die elke dag open was. Om zes uur 's morgens zaten ze al aan de pils.

,,Ik ontmoette daar een oude man van 58. Hij was kaal en had eigenlijk niks leuks, maar hij gaf me drank. Hij had vroeger ook gezworven. Na de derde ontmoeting heeft hij me meegenomen achterop de fiets. Het begon ook al koud te worden in de bosjes.

,,Hij wilde denk ik een vrouw om zich heen. Misschien wilde hij me ook wel helpen. Eerst heeft hij heel keurig een eenpersoonsmatras voor me in de huiskamer gelegd. Na een paar weken stond er een tweepersoonsbed in de slaapkamer. Dat had hij van de buren overgenomen. Hij vroeg of ik bij hem wilde slapen. Maar dat heb ik gelukkig niet gedaan.

,,Drie jaar ben ik zijn huishoudster geweest. Van mijn WAO betaalde ik zeshonderd gulden per maand, dat was het huishoudgeld. Ik heb elke dag gekookt, zat elke dag aardappels te schillen. Altijd verse groentes, andijvie, lof. En vlees, hij heeft me geleerd hoe ik suddervlees moet maken. Hij zei altijd wat hij wilde eten. Dat vond ik niet erg, want dan hoefde ik daar niet over na te denken. Op zaterdag aten we soep, dan moest ik gehaktballetjes draaien.

,,Hij hield vol dat wij een stel waren. Als zijn zuster op visite was, zei hij: `Mieke kan heel goed koken, hoor.' Dat vond ik vréselijk om te horen. Ik vond dat helemaal geen compliment. Op een keer was ik bij het aanrecht bezig, hij liep achter me en streek een vinger langs mijn rug. Ik heb hem aangekeken en hij heeft het nooit meer gedaan. We praatten nooit met elkaar. Het enige waar we over praatten was het eten.

,,Ik ben gestopt met tanden poetsen. Dan ga ik er zo lelijk uitzien, dacht ik, dan wil ik wel springen. Ik vond een injectiespuit op straat. Daarmee kan ik lucht in mijn aderen spuiten, dan ga ik dood. Die naald heb ik altijd goed bewaard, want dat gaf me een zeker gevoel. Het was een uitweg.

,,Ik wilde in die tijd niks aan mijn verjaardag doen. Hij wist niet wanneer ik jarig was en ik had ook geen zin om dat te vertellen. Op mijn verjaardag, 30 november, zei hij tegen mij: `Wil je de ramen even lappen?' Stond ik buiten op een stoel, in de kou, ramen te lappen. Nee zeggen kwam niet in me op. Ik was heel onzeker. Ik had een keer een schoteltje gebroken en wist niet of dat erg was, of ik dat tegen hem moest zeggen of niet.

,,Ik heb wel een keer een hele grote bos rode rozen van hem gehad, zomaar. O, mijn god, dacht ik, rode rozen, een uiting van liefde, wat moet ik daar mee? Hij ging vaak naar een vriend die duiven had. Telkens als hij thuiskwam, zei hij dat die vriend zijn duiven niet goed verzorgde. Die vriend had een lapje grond, waar hij ook een duiventil op mocht zetten.

,,Op zaterdag vlogen zijn duiven binnen. Hij zat dan bij zijn til met een blikje voer te schudden en riep: `Kom maar, kom maar.' Ik had hem nog nooit zo gezien, een totaal andere man. Hij leek Stefan Edberg wel die Wimbledon had gewonnen. Zijn gezicht was helemaal ontspannen, alsof hij klaarkwam.

,,Maar toen werd ik weer manisch. Mijn tanden gingen verrotten en ze vielen uit. Ik ben mijn eigen begrafenis gaan regelen. Het moest een heel groot feest worden. Maar op het laatst leek het me zo'n leuk feest, dat ik er zelf ook bij wou zijn. Zodra ik ga regelen, word ik manisch. De duivenmelker heeft me het huis uitgegooid. Ik dronk te veel en had geen zin meer om te koken.

,,Toen ik geen slaapplaats meer had, heb ik 's nachts bij de duivenmelker aangebeld, heel lang, maar hij deed niet open. Ik wilde zijn duiventil vernielen. Wat was ik kwaad op die man. Om zes uur het eten op tafel, dat was belangrijk en verder was er alleen desinteresse. Ik had hem een keer mee uit eten genomen, bij de Chinees, en hij had het alleen maar over die ene duif die nog niet binnen was gekomen. ,,Ik heb aan een deurtje gewrikt. Uiteindelijk heb ik alleen maar een ruitje vernield van die duiventil. Hij is daar vreselijk van overstuur geweest, hoorde ik later van zijn zus. Drie maanden later was hij dood.''