Belasting omhoog?

Deze week moet het kabinet harde noten kraken. In hun strategisch akkoord hebben de regeringspartijen vastgelegd dat de overheid niet rood mag staan. Naar de inzichten van dit moment ontstaat volgend jaar echter een tekort op de begroting van ongeveer 3,5 miljard euro. Dit deficit valt slechts op twee manieren weg te werken. Ten eerste kan het kabinet besluiten bovenop de al afgesproken bezuinigingen nog eens voor 3,5 miljard aan uitgaven weg te snijden. De andere mogelijkheid is de druk van belastingen en sociale premies met 3,5 miljard euro te verzwaren en de extra opbrengst niet uit te geven.

Technisch gesproken is het niet moeilijk 3,5 miljard euro van de begroting af te schaven. Het kabinet kan bijvoorbeeld besluiten de uitkeringen volgend jaar te bevriezen, de tarieven van de artsen gelijk te houden en bepaalde investeringen uit te stellen. Politiek vallen dergelijke maatregelen echter niet te verkopen. De ministersploeg bestaat grotendeels uit politieke dilettanten. Ook de nog onervaren bewindslieden beseffen inmiddels dat zij behalve door een onverschrokken aanpak van taaie dossiers vooral gezag bij hun ambtenaren verwerven door als een leeuw voor de eigen begroting te vechten. Een minister die deze week instemt met aanvullende bezuinigingen op zijn eigen werkterrein, lijdt intern groot gezichtsverlies en stelt de loyaliteit van zijn topambtenaren ernstig op de proef. Beslissingen over substantiële extra `ombuigingen' zijn daarom deze week niet te verwachten. Dat vergt te veel daadkracht. Hooguit kiest de ministerraad voor schijnbezuinigingen.

Blijft als optie over 3,5 miljard af te romen bij burgers en bedrijven. Die hebben na een belastingverhoging minder te besteden. Wanneer de overheid haar uitgaven gelijk houdt, zakken de totale nationale bestedingen volgend jaar dus terug. Hierdoor kruipt de economie trager uit het dal. Allicht eisen werknemers bij de volgende loononderhandelingen bovendien compensatie voor de lastenverzwaring. Willigen de werkgevers die eis in, dan loopt de economie gevaar. Hogere lonen zijn olie op het inflatievuur en ze ondergraven onze internationale concurrentiepositie.

Meer bezuinigen doet pijn, de lasten verzwaren ook. Daarom doen de regeringspartijen water bij de wijn. Premier Balkenende en de zijnen hebben zich voor het komend jaar al neergelegd bij een tekort van pakweg 1,5 miljard euro. Voor de resterende 2 miljard zoekt het kabinet verbeten naar een oplossing. De minister-president heeft publiekelijk verklaard dat nog eens goed naar de lastenkant van de begroting wordt gekeken. Hierdoor is de indruk ontstaan dat de teruggave van het `kwartje van Kok' ter discussie staat. Die impressie is onterecht, want de verlaging van de benzineaccijns staat pas voor 2004 in de boeken. Haar achterwege laten draagt niet bij aan een gunstiger begrotingssaldo in 2003.

De nood valt het eenvoudigst te lenigen door bepaalde belastingtarieven te verhogen. De omzetbelasting komt niet in aanmerking. Een BTW-verhoging werkt door in de prijzen en wakkert de al veel te hoge inflatie verder aan. Dat geldt eveneens voor de accijnzen en de milieubelastingen. De winstbelasting voor vennootschappen komt evenmin in aanmerking. De winst van veel bedrijven brokkelt af, vooral onder invloed van stijgende lonen en pensioenlasten. Het is onverstandig dan de vennootschapsbelasting te verhogen. Nederland zou daarmee bovendien zijn concurrentiepositie in de waagschaal stellen. Andere EU-landen verlagen het tarief van de winstbelasting juist.

Daarmee blijft de loon- en inkomstenbelasting over. Haar aandeel in de belastingopbrengst is de afgelopen vijftien jaar gestaag gedaald en kan via een tariefverhoging worden opgekrikt. Het kabinet zou kunnen overwegen de meeropbrengst te koppelen aan een populaire bestemming. Door het inkomen in alle tariefschijven 1 procentpunt zwaarder te belasten, loopt de schatkist binnen. De meeropbrengst (bijna 2,5 miljard euro) kan exclusief bestemd worden voor zorg, onderwijs en politie. Zo'n koppeling maakt een impopulaire belastingverzwaring beter verteerbaar voor de bevolking. Bovendien kan de oppositie bezwaarlijk protesteren tegen een lastenstijging voor zulke goede doelen. Merk op dat zorg, onderwijs en politie er geen geld bijkrijgen. Deze voorzieningen worden nu echter deels gefinancierd uit de inkomstenbelasting, en niet uit leningen die nodig zijn om het begrotingstekort te dekken.

Mocht het kabinet een tariefverhoging niet aandurven, dan kan het overwegen naast de fiscale faciliteiten voor spaarloon en lijfrentepremie nog andere aftrekposten en vrijstellingen in de loon- en inkomstenbelasting aan te pakken. Slechts twee posten zetten voldoende zoden aan de dijk: de aftrek van hypotheekrente en het uitstel van belastingheffing voor mensen die pensioen opbouwen. In beide gevallen gaat het om een politiek en economisch mijnenveld. Een tariefverhoging doet waarschijnlijk minder stof opwaaien. Wel zet een belastingverzwaring de bestedingen en de koopkrachtplaatjes onder druk. Achten de ministers die consequenties onaanvaardbaar, dan loopt het tekort volgend jaar op tot ten minste 3,5 miljard. Daarmee staat het tussen de regeringspartijen gesloten akkoord al binnen een maand op losse schroeven.