Rivieren hebben veel meer ruimte nodig

Al in de veertiende eeuw werden ernstige overstromingen, als gevolg van overvloedige regenval en met talrijke slachtoffers, geregistreerd. De oorzaak voor de huidige wateroverlast is onduidelijk.

Plotseling hevige regenval heeft geleid tot extreem hoge waterstanden van de rivieren in Duitsland, Tsjechië en Oostenrijk. Op diverse plaatsen zijn rivieren buiten hun oevers getreden. De weersvoorspellingen voor de regio kondigen een einde van de regenperiode aan en op sommige plaatsen zakt het waterpeil al weer. Nu de ramp over het hoogtepunt heen lijkt te komen, buigen wetenschappers zich over de oorzaak ervan.

Volgens klimatoloog Albert Klein Tank van het KNMI in De Bilt is de wateroverlast een gevolg van een combinatie van een zeer uitzonderlijke hoeveelheid neerslag die in korte tijd is gevallen en een toegenomen bebouwing in de rivierbedding, waardoor de waterafvoer beperkt is. ,,De hoeveelheid regen die nu is gevallen is de hoogste die in de afgelopen honderd jaar is gemeten. Op diverse weerstations is binnen 24 uur een neerslag van boven de 100 millimeter gemeten.''

Het weerstation Zinnwald-Georgenfeld in het Ertsgebergte in het oosten van Duitsland tapte dinsdagochtend over 24 uur een hoeveelheid van 312 mm af; 312 liter per vierkante meter, een Duits record. Het vorige Duitse etmaalrecord van de neerslag was volgens de Deutsche Wetterdienst 260 mm op 7 juli 1906 in Zeithain/Kreis.

In de zomer van 1997 werden delen van Tsjechië en toen ook Polen getroffen door ernstige overstromingen als gevolg van overmatige regenval. Er vielen tientallen doden. Het is de vraag of dit een recente trend is als gevolg van klimaatveranderingen, of dat het een normaal verschijsel betreft. Uit de periode aan het eind van de Middeleeuwen zijn in ieder geval verscheidene overstromingen bekend die zich in Midden-Europa hebben voorgedaan. Historicus Jan Buisman beschrijft een aantal van deze rampen in zijn boekenreeks Duizend jaar Weer, Wind en Water in de Lage landen. In juli 1310 verdronken in het gebied van de Neisse zeker 1500 mensen bij een overstroming. In juli 1432 werden vooral de gebieden van de Elbe en Moldau ten zuiden van Sudetenland getroffen. In juni 1445 en augustus 1464 was het hier opnieuw raak. Een omvangrijke waterramp trof Midden-Europa in augustus 1501, toen niet alleen in de bergen in Polen en Bohemen veel regen viel maar ook aan de noordkant van de Alpen. Ook Oostenrijk en het zuidoosten van Duitsland kregen het toen zwaar te verduren. In de Moldau zag men hooi, houten huizen, watermolens en zelfs houten torens met klokken en al voorbijdrijven.

De extreme neerslaghoeveelheden van de afgelopen weken passen niettemin in het beeld van een opwarmende aarde. Door de wereldwijde temperatuurstijging zal extreme regenval in de toekomst frequenter optreden, verwachten weerkundigen. Uit het in mei verschenen Europees Klimaatrapport blijkt volgens Klein Tank inderdaad dat het weer in Europa in de laatste vijftig jaar extremer is geworden. ,,De regencijfers tonen een heel kleine indicatie dat er zich tegenwoordig meer extremen voordoen. In het rapport zijn de cijfers gemiddeld genomen over alle weerstations in Europa, en dan blijkt dat er een aantal punten boven de ruis uitkomen. Maar het blijft heel moeilijk aan te tonen.'' Bij een stijging van de gemiddelde temperatuur met 1 graad neemt statistisch gezien de intensiteit van zware buien toe met 10 procent.

Volgens Marion Smit, beleidsmedewerker van het ministerie van Verkeer en Waterstaat die nauw betrokken is bij het Nederlandse project Ruimte voor de rivieren, geven de klimaatvoorspellingen van het KNMI en de internationale klimaatstudiegroep IPCC reële aanwijzingen dat de intensiteit en de hoeveelheid neerslag in de komende jaren zullen toenemen. ,,Daarmee neemt ook de kans op hoge piekafvoeren toe. De rivier moet daarop berekend zijn. In Nederland zijn we om die reden al begonnen met het meer ruimte geven aan de rivieren. Het gaat hier om brede laaglandrivieren, maar voor de rivieren in bergachtig gebied, zoals in de Alpen en Tsjechië is het wellicht moeilijker om extra ruimte te creëren.''

De extreme regenval in Midden-Europa heeft volgens deskundigen weinig te maken met het bekende klimatologische verschijnsel El Niño. Deze omkering in de zeestroming voor de westkust van Zuid-Amerika beïnvloedt het klimaat op het zuidelijk halfrond maar heeft vrijwel geen effect op het weer in Europa. Als er een effect bestaat, dan merken we dat volgens El Niño-onderzoeker Geert Jan van Oldenborgh van het KNMI pas over driekwart jaar.