Münchhausen-economie

Het klinkt als een fantastisch verhaal van Baron von Münchhausen: de economie die zichzelf uit het moeras tilt en het kost helemaal niets. Dat ongeveer is de bedoeling van het plan volgend jaar het geblokkeerde spaarloon van werknemers in één keer vrij te geven. Staatssecretaris Van Eijck (Belastingen, LPF) en minister Hoogervorst (Financiën, VVD) hopen dat we met z'n allen deze bevroren miljarden onmiddellijk gaan uitgeven en daarmee de nationale economie van een welkome bestedingsimpuls zullen voorzien. Voordeel voor de schatkist: het kost niets want het spaarloon is belastingvrij.

Zo'n eenmalige koopkrachtimpuls is al eens eerder voorgesteld. Begin 1974, toen door de oliecrisis de energieprijzen in korte tijd verviervoudigd waren, stelde PvdA-minister van Financiën Duisenberg in het linkse kabinet Den Uyl voor aan alle Nederlanders per postcheque tien gulden over te maken. Daarmee zouden de bestedingen op peil kunnen worden gehouden. Het `tientje van Duisenberg' is er nooit gekomen en Duisenberg had daar later geen spijt van.

De verwachting dat een eenmalig rondje gratis geld de economie zal stimuleren hoort tot de folklore van het primitieve keynesianisme. Om te beginnen is het de presentatie van een sigaar uit eigen doos. Het spaarloon is immers uitgesteld loon van de werknemers, slechts het moment waarop ze erover kunnen beschikken wordt door het voorstel vervroegd. Economen twisten over de vraag of het vrijkomende bedrag zal worden besteed aan de aanschaf van een afwasmachine of op een spaarrekening zal worden gezet. Maar ze zijn unaniem van mening dat het niet zal helpen de economie uit het dal te tillen. Daarvoor zijn duurzame maatregelen nodig, een herstel van het internationale beursklimaat of een opleving van de Amerikaanse en Europese economieën. Overigens is het nog allerminst zeker of het spaarloon, zoals in het regeerakkoord staat, werkelijk wordt afgeschaft. De sociale partners verzetten zich er fel tegen.

Binnen het kabinet is nu de merkwaardige situatie ontstaan dat twee LPF-bewindslieden met plannen zijn gekomen die elkaar beconcurreren. Staatssecretaris Van Eijck en minister Heinsbroek (Economische Zaken) willen beiden de economie stimuleren. Van Eijcks plan lijkt voordelig voor de overheid: de enige die moeten bloeden zijn de banken en verzekeraars, omdat ze nu een lage rente over de spaarloonrekeningen vergoeden en aldus over een goedkope vorm van financiering beschikken. Heinsbroek heeft voorgesteld de lastenverlichting die het regeerakkoord voorziet voor 2005, naar voren te halen en al in 2003 door te voeren. Dit kost de schatkist evenwel geld en dat botst met het streven naar een tekort volgend jaar dat zo min mogelijk afwijkt van een begrotingsevenwicht.

De diepere oorzaak van de verwarring is het strakke financiële keurslijf van het regeerakkoord. Dit werd op 3 juli vastgesteld. In anderhalve maand is de economie niet plotseling dramatisch verslechterd; de economie kwakkelt al tijden. Dan is een financieel kader dat in het eerste kabinetsjaar een straf versoberingsbeleid voorstaat, geen verstandig begin. Nog voordat de Miljoenennota op Prinsjesdag is gepresenteerd, breekt dat het kabinet reeds op.