Maori's willen zelf hun kiwi's uitvoeren

Een groep inheemse Maori-telers van kiwifruit eist een einde aan het exportmonopolie van Zespri, een coöperatie van 2.500 kiwiboeren in Nieuw Zeeland. Zespri, de nieuwe merknaam van de Kiwifruit Marketing Board, heeft het wettelijke recht om alle kiwifruit buiten Nieuw Zeeland te verkopen. Zo'n vijf procent van de productie wordt door Maori's verbouwd. ,,Hoe eerder we de blanke mannen van middelbare leeftijd die deze bedrijfstak beheersen verwijderen, hoe beter'', zo verklaarde woordvoerder van de Maori-telers Wi Huata tegenover een Nieuw-Zeelands weekblad.

Het alleenrecht op overzeese verkoop van kiwi's is door de autoriteiten verleend aan Zespri, omdat dit een betere kwaliteitscontrole en effectievere marketing zou bevorderen. Volgens Huata kunnen de inheemse bewoners van Nieuw Zeeland waarde toevoegen aan het product, wanneer ze dat zelf kunnen uitvoeren.

Enkele jaren geleden weigerde het Waitangi Tribunaal, een rechtbank voor het herstel van onrecht dat de Maori's in het verleden is aangedaan, een aantal Maori-telers toe te staan zelf kiwi's uit te voeren. Volgens het Tribunaal waren de regels voor de export van toepassing op alle telers.

De achtergrond van dat besluit is ook dat kiwifruit geen inheems Nieuw-Zeelands gewas is, ondanks het feit dat het nationale symbool van het land, de loopvogel kiwi, de naamgever ervan is. De vrucht, die vroeger in Nieuw Zeeland als Chinese kruisbes bekendstond en die aanvankelijk als veevoer werd gebruikt, werd pas aan het begin van de vorige eeuw ingevoerd. Commerciële productie begon in de jaren dertig. De internationale populariteit van de vrucht ontwikkelde zich in de laatste dertig jaar, vooral als gevolg van de internationale activiteiten van de Kiwifruit Marketing Board, en later Zespri.