Het complex Bush

Laatste nieuws: minister Rumsfeld overweegt speciale eenheden naar andere landen te sturen als het vermoeden bestaat dat zich daar terroristen van Al-Qaeda verborgen houden. Dat geldt dan ook voor landen die niet met de Verenigde Staten in oorlog zijn en voor landen die niet per se tot de schurkenstaten worden gerekend. De minister vindt het in bepaalde gevallen niet strikt noodzakelijk dat de betrokken regeringen vooraf op de hoogte worden gesteld van de operaties.

In eerste aanleg zal zo'n bericht bij velen de verbeeldingskracht volgens Hollywood prikkelen: hoe gebivakmutste mannen als uit het niets verschijnen, in een oogwenk een paar verdachten knevelen, en met de arrestanten met dezelfde vaart weer verdwijnen. Het kan, als we de minister op zijn woord geloven, in Kuala Lumpur gebeuren, in Odessa of in Venlo. Zo'n vaart zal het niet lopen, evenmin als met de uitvoering van de The Hague Invasion Act.

Als het zo'n vaart niet zal lopen, waarom zegt de minister het dan? De International Herald Tribune, de Amerikaanse krant die één van de beste van Europa is, heeft op 12 augustus een beschouwing afgedrukt van Martin Indyke, iemand die in de diplomatieke dienst en de wetenschap zijn sporen heeft verdiend. `Een Witte Huis op zoek naar een buitenlandse politiek', heet dit artikel. De schrijver geeft een opsomming van alle inconsequenties, loze kreten, grote plannen die het afgelopen half jaar uit Washington de wereld hebben bereikt. Dat gaat alleen over het Midden-Oosten. Hij besluit: ,,Onze geloofwaardigheid is noodzakelijk voor onze effectiviteit in de regio. Maar het gebrek aan samenhang waarvan deze regering blijk geeft, en de groter wordende kloof tussen retoriek en daden, doen aan de geloofwaardigheid twijfelen.''

De afkeer van de voorgenomen oorlog op Irak neemt toe. De haviken van het Pentagon zijn politieke amateurs. Zeg nee tegen een Varkensbaai in de Golf. Speel de extremisten niet in de kaart. Fundamentalistische terreur is iets anders dan de islam. Ik geef een kleine bloemlezing van de koppen waaronder onverdachte Amerikaanse columnisten en politicologen hun mening over de wereldpolitiek van deze regering geven. Het laatste opinie-onderzoek leert dat 45 procent nog voor de aanval op Irak is, en 42 procent tegen.

Na de militaire overwinning op de Talibaan zijn de plannen van de Amerikaanse regering steeds stoutmoediger geworden. De As van het Kwaad bestond eerst uit drie schurkenstaten; later uit misschien wel zestig, die overigens niet met name genoemd werden. Herinneren we ons uit het begin van dit jaar de Nuclear Posture Review, het uitgelekte document waarin een preventieve aanval, ook met een `tactisch' atoomwapen als optie werd voorgesteld. Vervolgens de rede van Bush in West Point waarin hij een preventieve aanval tot de werkelijke mogelijkheden rekende. Vrijwel iedere week bereikt de wereld een plan voor de aanval op Irak. Vorige week lekte een document uit waarin verdedigd werd dat de oude bondgenoot Saoedi-Arabië als de nieuwste vijand moet worden gezien. Iran, dat even half in de gratie leek te komen wegens de veelbelovende oppositie, ligt er weer uit. Inmiddels hebben we een half jaar met een escalatie van dreigementen achter de rug, waarbij een groeiend deel van de planeet zich aangesproken kan voelen, zonder dat enig daadwerkelijk initiatief tot precisering houvast biedt. Tot zover de actieve buitenlandse politiek.

Gepaard daaraan gaat de evolutie in de rechtsopvattingen. Het conflict tussen Washington en het Internationaal Strafhof breidt zich uit. De Amerikaanse regering doet andere landen afzonderlijk het voorstel tot het tekenen van een bilateraal verdrag, waarin de partners toezeggen geen burgers met hun nationaliteit aan het Hof uit te leveren. Beoogde partners die dat weigeren, kunnen door Amerikaanse sancties worden getroffen. Dit brengt leden van de Europese Unie die het Hof erkent, al in een dwangpositie. Sterker geldt dit nog voor de Oost-Europese staten die het lidmaatschap van de Unie ambiëren. Roemenië is voor de Amerikaanse druk gezwicht.

Intussen wekken ook in de Verenigde Staten de vernieuwde rechtsopvattingen weerstand. Een in Afghanistan gearresteerde Amerikaanse staatsburger van Saoedische afkomst wordt door de regering rechtsbijstand geweigerd.

Tegen de kennelijke overtuiging van minister van Justitie Ashcroft, dat de oorlog tegen het terrorisme bijstelling van de rechtsstaat vraagt, wordt door Amerikaanse juristen een felle campagne gevoerd. Voor de wereld buiten Amerika is het opnieuw een teken dat deze regering bereid is alles ondergeschikt te maken aan wat haar opvattingen over de nieuwe oorlog zijn; en dit liefst per decreet.

De retorische escalatie werkt contraproductief. Het westen raakt ten prooi aan middelpuntvliedende krachten. Washington verwijdert zich van zijn bondgenoten, en de bondgenoten zien er geen heil meer in. Dat is het resultaat van de zenuwenoorlog tegen Irak en de feitelijke afzijdigheid in het Midden-Oosten. Saddam is er niet zwakker op geworden. In het conflict tussen Israël en Palestina is Amerika de beste bondgenoot van Ariel Sharon terwijl de strijd verder gaat in wraak en weerwraak. De echte oorlog tegen het terrorisme maakt intussen geen zichtbare vorderingen. Nu begint het thuisfront te scheuren.

Het bewind van deze president verliest voor de rest van de wereld, Europa, het Midden-Oosten aan verstaanbaarheid. Bush en zijn inner circle ontwikkelen zich tot een ander complex dat zich van een andere redeneertrant bedient, en dat, door wat ervan uitlekt en wat bij officiële gelegenheden bekend wordt gemaakt, een onberekenbare indruk maakt.

Dat brengt de Europese vrienden van Amerika en potentiële bondgenoten in een klemmend dilemma. Als de grootste macht op aarde zich opsluit in zijn eigen logica, en niet meer bereikbaar is voor de anderen die onherroepelijk de gevolgen van zijn daden ondervinden wat dan? Denk daarover na in Brussel.