Gedwongen degradatie als sanctie voor wanbeleid

Verschillende clubs in het betaalde voetbal balanceerden deze zomer op de rand van de afgrond. Harde maatregelen blijven noodzakelijk om herhaling te voorkomen, vindt Edwin Lugt, de directeur van de Coöperatie Eerste Divisie. ,,Niet goedschiks dan maar kwaadschiks.''

Het beste voetbal dicht bij huis, luidt de slogan van de Coöperatie Eerste Divisie (CED). Om dit zo te houden stelt Edwin Lugt, directeur van de belangenvereniging van de tweede afdeling van het Nederlandse profvoetbal, een reeks maatregelen voor die er niet om liegen. In het kader van zelfregulering viel al eerder de term salary cap. Dat wil zeggen: de clubs in de eerste divisie zouden vanaf het seizoen 2003/2004 met hun uitgaven aan personeelskosten, waaronder spelerssalarissen, binnen een bepaald percentage van de omzet moeten blijven. Daarnaast moet het nettoresultaat van elke club groter of gelijk zijn aan nul in de begroting, dus in elk geval niet negatief.

Interessant zijn de sancties die de KNVB zou moeten opleggen als clubs toch een afwijkend beleid voeren. Volgens de plannen mogen clubs straks niet promoveren als blijkt dat zij ongedekte uitgaven hebben gedaan. Deze sportieve sanctie zou moeten worden ingebed in het nieuwe licentiesysteem dat de voetbalbond op korte termijn wil ontwikkelen.

Voor dit alles is wel een meerderheid nodig in de algemene vergadering betaald voetbal. Lugt: ,,Het gaat erom dat je clubs dwingt het uitgavenpatroon af te stemmen op de inkomsten. De salary cap is geen doel op zich. Je zal moeten streven naar maatwerk. Als de grens op zeventig procent wordt gesteld voor salarissen, rest er nog dertig procent om andere kosten te dekken, bijvoorbeeld de lasten van de accommodatie. Maar die verhouding ligt voor elke club anders.''

Een gesloten systeem zonder promotie of degradatie, waarbij een salarisplafond wordt gekoppeld aan een `draftingsysteem' naar Amerikaans voorbeeld, acht Lugt in het Nederlandse voetbal nu niet haalbaar. In de Verenigde Staten mogen basketbalclubs die als laatste in de competitie zijn geëindigd, als eerste de talenten uitzoeken van de transferlijsten. ,,Je kunt zo'n systeem voor het profvoetbal uitsluitend Europees invoeren'', meent Lugt. ,,Hoe moet het bijvoorbeeld met de buitenlandse spelers van buiten de Europese Unie?''

De directeur van de CED wil ook een signaal afgeven naar de eredivisieclubs. Waren het immers niet NAC en de degradanten Fortuna, FC Den Bosch en Sparta die de afgelopen maanden grote problemen hadden met hun licenties? Lugt: ,,Ik ben van mening dat in het belang van het totale Nederlandse voetbal er ook vanuit de eredivisie serieus naar dit soort maatregelen moet worden gekeken. Op dit niveau zou je eveneens met sancties kunnen werken. Bijvoorbeeld gedwongen degradatie als een club een onverantwoord beleid heeft gevoerd. Je moet wat doen. Zoals het nu gaat kan het niet verder. Enkele clubs moeten een liquiditeitsoverschot gaan creëren om leningen van bijvoorbeeld gemeenten terug te betalen. Ik houd nu al mijn hart vast voor volgend jaar. Ik ben bang dat een aantal clubs uit het onderste gedeelte van de eredivisie dan in dezelfde situatie terecht zal komen als Fortuna, Sparta en FC Den Bosch. Ik kan me niet voorstellen dat er clubs zijn die er nu met hun beleid op inspelen dat ze over een jaar kunnen degraderen, maar dat moeten ze eigenlijk wel doen. Het is nu eenmaal een gegeven dat bij degradatie inkomsten met veertig procent of meer terugvallen. Ik vind overigens dat er drie clubs uit de eredivisie rechtstreeks zouden moeten degraderen. Buiten de kampioen van de eerste divisie moeten twee promovendi uit de nacompetitie komen.''

Lugt heeft zich verbaasd over de onverantwoorde aanpak van sommige bestuurders. ,,Het zijn nog wel eens passanten die na drie jaar een puinhoop achterlaten. Ze kunnen of willen niet zien dat ze op een onverantwoorde wijze een bedrijf runnen. Er wordt in bepaalde gevallen gewerkt met twee begrotingen: één voor de club, één voor de licentiecommissie. Daarom zouden clubs onder een bepaalde vorm van curatele gesteld moeten worden. Als het niet goedschiks kan, dan maar kwaadschiks. Want er wordt schade toegebracht aan een bedrijfstak. Bovendien is er sprake van concurrentievervalsing.''

Lugt vindt het ,,zeer kwalijk'' dat clubs die het afgelopen jaar in nood kwamen gemeenten ,,het mes op de keel hebben gezet'' om in aanmerking te komen voor subsidies of leningen. ,,Dit geeft een geweldige negatieve uitstraling naar supporters, sponsors, media en overheid. Structurele steun van gemeenten op basis van maatschappelijk belang vind ik wel belangrijk. Maar het kan niet zo zijn dat er oneigenlijk gebruik wordt gemaakt van gemeenschapsgelden. Ik vind het begrijpelijk dat gemeenten zeggen: we hoeven niet op te komen voor de fouten van een stel zakenmensen. En sponsors zijn het zat dat hun geld rechtstreeks in de zakken van de spelers verdwijnt.''

Lugt trad op 1 februari in dienst als directeur van de CED. De eerste divisie zocht iemand van buiten de voetbalwereld die op basis van een zakelijke benadering de belangenorganisatie kon leiden. Lugt is medefinancier van Sportweek, `runde' het blad tussen 1998 en 2001, was voordien actief in de commerciële dienstverlening in de farmaceutische industrie en hield zich bezig met overnames en saneringen. In zijn sollicitatiegesprek meldde hij doodleuk aan CED-secretaris Simon Kelder dat hij een wereldreis ging maken van een half jaar. ,,Kelder vond drie maanden lang genoeg. Tot de flamboyante voorzitter Frans Derks binnenkwam en zei dat hij dit fantastisch vond. Hij wilde dat ik geen dag eerder terugkwam.''

Na zijn wereldreis kwam Lugt er al snel achter dat het gat tussen ere- en eerste divisie aanzienlijk is gegroeid. Eigenlijk blijkt er van sportieve en financiële aansluiting geen sprake meer. De onderste zeven van de eredivisie bevonden zich vijf jaar geleden op een gelijk niveau als de topdrie van de eerste divisie, maar het afgelopen seizoen is het verschil in de gemiddelde begroting aanzienlijk opgelopen: 7,3 miljoen euro bij de staartclubs in de hoogste afdeling tegen 3,7 miljoen bij de top van de eerste divisie.

Het verklaart voor een deel waarom degradanten in financiële nood komen. De inkomsten lopen sterk terug, maar de personeelskosten blijven door langlopende contracten even hoog. Lugt: ,,Het accountantskantoor Deloitte & Touche heeft met het strategisch bedrijfstakonderzoek in 1997 al de noodklok geluid. `Het beleid dient erop gericht te zijn de financiële en sportieve afstand tussen de staart van de eredivisie en de kop van de eerste divisie te verkleinen', stond er letterlijk in het rapport. Met dat advies is dus niets gedaan.''

Het is dan ook te kort door de bocht, meent Lugt, om alleen de noodlijdende clubs de schuld te geven van de problemen die de afgelopen maanden aan het licht kwamen. ,,Noch de KNVB, noch het pensioenfonds CFK mag weglopen voor zijn verantwoordelijkheden. De voetbalbond had de financiële problemen die eraan zaten te komen, eerder moeten signaleren. De KNVB heeft ze onvoldoende naar buiten gebracht.''

Er zijn volgens Lugt voorbeelden van clubs die de afgelopen jaren moeiteloos een licentie kregen op basis van te verwachten opbrengsten van spelersverkopen. ,,Er was bijvoorbeeld een club die twee miljoen euro alvast begrootte voor een speler die nog moest worden verkocht. Toen dat niet gebeurde ontstond er natuurlijk een probleem. Nu moeten de clubs laten zien dat ze de tering naar de nering willen zetten. Vele doen dit al.''

Dit is het eerste deel in een serie artikelen over de wijze waarop het profvoetbal de financiële crisis te lijf gaat.