`Carpe diem, zo leeft de orgelman'

Sinds de invoering van de euro is het publiek van de orgelman minder vrijgevig. ,,Kan je niet oprotten met dat teringding?''

Ton Roos (44) – metalen draaiorgeltje aan de hals, tatoeage op de arm – toont trots de draaiorgels in zijn pakhuis en de krantenknipsels aan de wanden. Op één orgel staat met sierlijke letters `Carpe diem'. ,,Dat betekent: pluk de dag'', zegt zijn echtgenote Wil (43). ,,Zo leven wij.''

Vier dagen per week – of het nu vriest of niet – gaat Roos met zijn orgel de straat op. Alleen als het regent, kan hij zijn orgel niet gebruiken. Zoals de meeste orgelfamilies leven Ton, Wil en de twee dochters Roos van dag tot dag, met steeds wisselende inkomsten. ,,Soms eten we wat minder. Ik let niet zo op geld, maar van mijn vrouw moeten we zuinig doen.''

,,Roos is een bekende naam in de orgelwereld'', vertelt Roos, de derde generatie in een familie van orgeldraaiers. Al op zijn zesde hielp hij zijn vader, achter de `douwwagen' in Schiedam. Roos: ,,Ik was te jong voor het zware werk en mijn rug groeide verkeerd.'' Soms kan hij 's ochtends niet opstaan door de rugpijn. Dan heeft hij geen inkomsten. Duurt zo'n periode te lang, dan vraagt hij een uitkering aan.

`Carpe Diem' is zijn belangrijkste productiemiddel. Het ouderwetse orgel uit 1924 kocht hij ongeveer twintig jaar geleden. Roos: ,,Het zat vol houtworm. Bijna al het hout moest eruit.'' Wanneer er in de orgelwereld een nieuw orgel wordt aangeschaft, wordt er geen externe lening afgesloten, maar financiert de familie mee. Roos opent de deuren van een kast. ,,Ik weet precies welk boek waar ligt.'' Hij doelt op de rollen karton waaruit gaten zijn geponst; van hieraf leest het orgel de muziek. Zo'n boek kost ongeveer honderd euro. Rechten hoeft hij niet te betalen, ,,want op een orgel is het toch nooit precies dezelfde melodie''. Hij heeft zo'n tweeduizend boeken, van Laurel & Hardy en Piaf tot Tarkan en Frans Bauer.

Artsen gaven Roos het advies met het werk te stoppen. Eigenlijk wil hij dat ook, maar van zijn vrouw mag dat niet. ,,Het orgel is zijn leven'', zegt ze. Roos: ,,Het is inderdaad mijn enige hobby. En als ik orgelmuziek hoor, wordt mijn rugpijn minder.''

Maar er zijn genoeg redenen waarom de orgeldraaier er steeds minder zin in heeft. ,,Steeds vaker krijg ik te horen: kan je niet oprotten met dat teringding! Waar doe ik het nog voor, denk ik dan.'' Mevrouw Roos: ,,Er is ook oneerlijke concurrentie: straatmuzikanten zonder vergunning die muziek maken als aanvulling op hun uitkering. Als je hen erop aanspreekt, krijg je het publiek tegen. En dat publiek moet je natuurlijk te vriend houden.'' Bovendien geven de mensen sinds de invoering van de euro minder geld, soms zelfs een- en tweecentstukken. ,,Vroeger ging het vaak om een gulden'', vertelt Roos, ,,maar de mensen vinden 50 eurocent 10 cent te veel.''

Toch zijn de positieve reacties talrijker. ,,Sommige mensen moeten hun verhaal kwijt. Dan luister ik, al kost me dat geld. Ze hebben me altijd trouw betaald.''

Roos heeft een vergunning voor zijn vaste plekjes: Schiedam, Crooswijk en Kralingen. Daarin staat precies geregeld hoe lang hij op welke plaats mag staan. Aan het gezicht van de passanten ziet Roos meteen of ze iets geven. Als hij weinig incasseert, gaat hij snel weer verder. ,,Om wat te krijgen, werk ik veel met mijn ogen en dan bedoel ik bij de dames. Dat werkt.''

Dit is het laatste deel van de serie `Economie van de straat'. Eerdere delen verschenen op 5, 18 en 26 juli, 3 en 8 aug.