Voetbalwet

Het jaarlijkse voetbalcircus gaat het komende weekeinde weer beginnen. Het eerste incident viel al direct te noteren, voorafgaand aan de traditionele proloog, de strijd om de Johan Cruijff-schaal. PSV-supporters blokkeerden in Eindhoven de uitgang voor de spelers uit protest tegen de zogenoemde combi-regeling (gecombineerd toegangs- en treinkaartje). Ook is de laatste tijd een aantal kwalijke bedreigingen naar trainers uitgegaan.

,,Als we zo doorgaan, kunnen we net zo goed stoppen'', was de reactie van KNVB-directeur Kesler. Dat zal premier Balkenende aanspreken. Dan maar geen supporters mee naar uitwedstrijden, zei hij in april tegen De Telegraaf. Kesler en medebestuurders hebben een ander middel in gedachten: een voetbalwet naar Engels voorbeeld. De gedachte van een speciale voetbalwet heeft het afgelopen seizoen welhaast mythische proporties aangenomen. Hij staat voor het einde van de versplinterde aanpak, het langs elkaar heenwerken of soms elkaar regelrecht de voet dwars zetten door de betrokken partijen. Het einde ook van de gaten die er telkens weer in de aanpak blijken te vallen. Steevast is Engeland het voorbeeld.

Minister Donner (Justitie) – beter gezegd: zijn voorganger Korthals – heeft het laten uitzoeken. Het resultaat valt tegen. Engeland heeft helemaal niet één enkele voetbalwet, maar drie wetten die over (voetbal)sport gaan plus een aantal meer algemene wetten tegen ordeverstoringen. Soms zijn deze strenger dan in Nederland. Zo kunnen strafrechtelijke stadionverboden oplopen tot tien jaar, terwijl hier een maximum van drie jaar geldt. Aan de andere kant hebben Nederlandse burgemeesters een arsenaal aan bevoegdheden om wedstrijden te reguleren of zelfs te verbieden, dat zich kan meten met wat aan de overzijde van de Noordzee voorhanden is.

Die ene heldere wettelijke boodschap is in elk geval een mythe. Er zit ook iets vreemds in die aanhoudende roep van voetbalbestuurders om speciale wetgeving. Dat zijn vaak dezelfden die niet moe worden te betogen dat voetbalvandalisme in wezen geen specifiek verschijnsel is, maar een uiting van algemene agressie in de samenleving. De onderliggende boodschap is dat de aanpak een publieke taak is – en dus niet de eerste verantwoordelijkheid van de sportorganisaties.

Het zwartepietspel draait vooral om het stadionverbod, dat steeds vaker wordt toegepast: is dat civiel, een zaak van de KNVB of een strafrechtelijke kwestie met een meldingsplicht bij de politie? De korpsbeheerders en hoofdcommissarissen hielden in april nog onverkort vast aan de stelregel dat de organisatoren primair verantwoordelijk zijn. Maar het scheidende kabinet legde in juli het accent toch weer vooral op de burgemeester als ,,eerst aangewezene'', vooral gezien ,,de specifieke, lokale omstandigheden''.

De nieuwe staatssecretaris Ross-Van Dorp (VWS) zegt naar aanleiding van de ongunstige proloog allereerst werk te willen maken van de meldingsplicht op het politiebureau voor supporters met een stadionverbod. De proef op de som is of dit extra beslag op politietijd de inzet van de politie in en rond het stadion vermindert. Minstens zo belangrijk is dat Kesler die voetbalwet even naar het tweede plan heeft geschoven en een financiële sanctie tegen PSV vooropstelt. De portemonnee is geen slecht middel om het betaalde voetbal bij de les te houden. En anders inderdaad maar geen uitsupporters. Daar is geen speciale wet voor nodig.