Straattheater

Twee bejaarde vrouwen fietsen naast elkaar een stille straat in. Ze naderen een zebrapad waarop – vanaf de overzijde – een jonge neger oversteekt. Zijn schouders zijn zo ontspannen dat zijn handen aan elastiek lijken te bungelen. Zijn gympen veren alsof de straat een trampoline is. Halverwege de zebra ziet hij een gladde rechte tak liggen. Snel en gracieus als een danser raapt hij hem op, sluit zijn ogen en begint – vlak voordat de vrouwen de oversteekplaats bereiken – de tak als een blindenstok op de zebra te tikken: links, rechts, links, rechts. Zijn hoofd met de gesloten oogleden ligt in de nek, zijn lichaam helt iets achterover. Zo volgt hij al tikkend zijn stok tot hij de stoep bereikt. De vrouwen remmen en schateren. Hij doet zijn ogen weer open en lacht mee van oor tot oor.