Premier Raffarin schuift de hete brij voor zich uit

Na vijf jaar ongemakkelijke samenwoning met de socialisten, regeert de Franse president nu op de kop af honderd dagen met een geestverwante premier, Jean-Pierre Raffarin. Impopulaire maatregelen lijken onvermijdelijk.

Toen de Franse premier Jean-Pierre Raffarin op 6 mei aantrad, vandaag op de kop af honderd dagen geleden, was hij een grote onbekende. Dat feit strekte hem zeer tot eer. Hij was onbekend en dus meteen bemind: door een `kleine' politicus uit de provincie te benoemen liet president Jacques Chirac de dag na zijn herverkiezing zien een kenner te zijn van de Franse ziel. Beter dan de linkse premier Lionel Jospin die bij de laatste reorganisatie van zijn kabinet oude `olifanten' als Jack Lang en Laurent Fabius van stal haalde, begreep Chirac dat de provincie heel wat groter is dan de hoofdstad en dat wat daar vandaan komt bij voorbaat op krediet kan rekenen.

Ondanks de grote wereldproblemen gaat Chirac sinds het aantreden van `zijn' premier buitengewoon ontspannen door het leven. Na de bizarre verkiezingen van dit voorjaar, waarin Jospin het onverwacht aflegde tegen de extreem-rechtse Jean-Marie Le Pen en rechts vervolgens een monsterzege behaalde, begon Raffarin aan zonnige wittebroodsweken. Volgens de opiniepeilingen zijn ze nog niet voorbij.

De man uit de provincie met het boksersprofiel van Lino Ventura verloochent zijn achtergrond als communicatiedeskundige niet. Zo muntte hij de term la France d'en bas het Frankrijk van beneden. Hoewel het linkse kamp direct wees op de minachting die uit deze karakterisering spreekt, vestigde Raffarin er zijn reputatie als eenvoudige man van het veld mee. Zijn kusbereidheid en zijn neiging iedereen die hij tegenkomt vast te houden, te onmhelzen of over de bol te aaien versterken het beeld van warme betrokkenheid alleen nog maar.

Bovendien is Raffarin niet afkomstig van de ENA, de school waar het overgrote deel van Frankrijks politieke elite gevormd is. Zijn onbevangen verzekering dat hij zijn nieuwe functie nooit geambieerd heeft en het net zo lief doet als laat, was bijna vanzelfsprekend. Net als zijn herhaalde verwijzing naar het ,,gezond verstand'' – en dus niet dogma's en machtsspelletjes – dat zijn beleid bepaalt.

In een niet bij toeval naar de provinciale krant Sud-Ouest ingezonden stuk, deed de premier vorige week nog eens uit de doeken wat dat verstand ingeeft. Aan de hand van de metafoor van de vier windstreken somde hij zijn belangrijkste doelen nog eens op: vermindering van de criminaliteit, een doeltreffender justitieel apparaat, meer ruimte voor het bedrijfsleven met de door Chirac beloofde belastingverlagingen en speciale zorg voor de jeugd, het `hart' van de samenleving.

Ook garandeerde de premier dat, als blijk van zijn `dichtbij-de-mensen-politiek', voortaan `bepaalde' ministers minstens een week in de maand buiten Parijs zullen doorbrengen. Links kon sputteren dat zulks altijd al gebruik was geweest, het verschil is dat onder Jospin niemand dat ooit heeft gemerkt en er nu op zijn minst ruchtbaarheid aan gegeven is.

Vooralsnog is Raffarins enige probleem de rentrée sociale, het nieuwe seizoen dat in september begint. Vage noties als ,,Frankrijk terugbrengen op het rechte pad'' moeten dan gerealiseerd worden. Ook de potentiële betogers zijn tegen die tijd terug van vakantie en het heeft er alle schijn van dat met name de oppermachtige publieke sector niet geheel gevrijwaard zal blijven van bezuinigingsrondes.

Vooralnog kent niemand de precieze inhoud van de lettres-plafond, die iedere minister onlangs ontving en waarin de absolute budgetten voor het komende jaar zijn vastgelegd. Pas op 19 september, als de begroting van 2003 behandeld wordt in het parlement, zal er zicht komen op Raffarins speelruimte. Groot zal die niet zijn.

Gezien zijn wankele mandaat, verkregen dankzij Le Pen, kan president Chirac niet anders dan zijn belofte nakomen om in vijf jaar de inkomstenbelasting met dertig procent te verlagen. Dat komt slecht uit, bij een voorspelde economische groei van hooguit 1,4 procent voor dit jaar en een zo goed als vergeefse hoop op een groei van 3 procent volgend jaar.

Wat stijgt zijn vooralsnog alleen de uitgaven, al gaat minister van Financiën Francis Mer uit van een bescheiden 0,2 procent. Dat cijfer lijkt bij voorbaat ook in rook op te gaan, al was het maar omdat Nicolas Sarkozy, minister van Binnenlandse Zaken en exponent van het gezonde verstand-beleid, 13.500 extra politiemensen in het vooruitzicht heeft gesteld. Al met al komt het begrotingstekort volgend jaar naar verwachting uit op 2,6 procent van het bruto binnenlands product, gevaarlijk dicht in de buurt van de drie procent, het maximum volgens de criteria van de Europese monetaire politiek.

Impopulaire maatregelen zijn onvermijdelijk, maar die heeft Raffarin tot dusver nog niet durven nemen. Integendeel, iedere betoger van huisarts via boer tot jager heeft hij tijdens zijn wittebroodsweken zonder slag of stoot zijn zin gegeven. Zelfs het gerucht dat op het wetenschapsbudget beknibbeld zal worden, is door president Chirac hoogstpersoonlijk tegengesproken.

De meest draconische maatregel is tot nu toe de aangekondigde inning van het overigens verhoogde omroepgeld tezamen met de onroerend zaakbelasting. Net als de regering hebben de bonden al uitgerekend dat de maatregel ten koste gaat van bijna vijftienhonderd ambtenarenbanen. En hoe weinig dat als bezuiniging op een apparaat van viereneenhalf miljoen ambtenaren ook voorstelt, het schept bange vermoedens ten aanzien van de roemruchte rentrée sociale. Over de herziening van het pensioenstelsel, het politiek heetste hangijzer, heeft de spraakzame Raffarin het dan ook nog niet gehad.