Macht in Indonesië

Niet langer zal de president van Indonesië getrapt worden gekozen. Vanaf 2004 kan het volk zelf zijn president kiezen. Het Volkscongres, het zevenhonderdkoppige parlement, heeft daartoe aan het einde van zijn jaarlijkse vergadering besloten. Tot nu toe werd de Indonesische staatsleiding indirect gekozen door het Volkscongres. En het Volkscongres op zijn beurt werd slechts ten dele direct door het volk gekozen: ruim een kwart van de leden werd aangewezen namens maatschappelijke organisaties, leger en politie. Dit `sovjet'-systeem leidde er in 1999 toe dat niet de huidige president Soekarnoputri als leider van de winnende partij staatshoofd werd, maar de kleinere moslimleider Wahid, die de meeste minderheden achter zich kreeg.

Aan beide kiesstelsels komt nu een einde. Niet alleen zullen er rechtstreekse presidentsverkiezingen worden gehouden, ook de tweehonderd benoemde parlementariërs zullen zich voortaan moeten onderwerpen aan het oordeel van de kiezers. Volgens de initiatiefnemers van de grondwetswijziging zijn hiermee belangrijke stappen gezet op weg naar waarlijke democratisering.

In formele zin is dat juist. Het getrapte kiesstelsel van de president, een erfenis van het Soeharto-bewind dat op deze manier de materiële positie van onder meer de militaire stand kon veiligstellen, maakte tot nu toe de weg vrij voor allerhande chicanes. Politiek-economische belangen konden zich zo indekken tegen onwelgevallige kandidaten die wel op de meeste stemmen konden bogen, maar net geen meerderheid achter zich hadden. De aanwijzing van een groot aantal parlementariërs was een nog grotere inbreuk op de volkswil.

De democratisering betekent echter niet per definitie een succes.Ten eerste omdat het Volkscongres een herziening van de Grondwet over een bredere linie op de lange baan heeft geschoven. Deze beslissing heeft vermoedelijk tot gevolg dat de huidige parlementariërs het constitutionele debat kunnen blijven domineren ten gunste van vaak corrupte belangen. Ten tweede omdat een direct gekozen president in een immens en multicultureel land als Indonesië niet onmiddellijk hoeft te leiden tot een herkenbaar gezag. De lokale en particularistische machthebbers, zeker buiten hartland Java, zullen alle zeilen bijzetten om de positie van het staatshoofd te beperken. Waarna de president weer harde middelen of smeergeld moet aanwenden om deze politieke en regionale tegenstanders de pas af te snijden, dan wel ze te kopen.

De intenties van het Volkscongres zijn een stap voorwaarts. Maar als de uitwerking blijft steken, kunnen ze de continuïteit van de politieke cultuur in Indonesië wel eens eerder bevorderen dan doorbreken.