Helaas: het draait om meer dan de bal

Het draait altijd om de bal,/ het draait altijd om de bal./ En wie het tot nu toe niet geloven kon,/ die ga maar naar het stadion./ Opdat hij weten zal:/ ja, het draait altijd om de bal. Dat zong Jaap Fischer dertig jaar geleden in laag Utrechts. Even verderop zou hij nog het leed bezingen van de indertijd lokaal hoogst beroemde buitenspeler `Loewietsjie' (Louis van der Bogert van DOS), die `se knietsjie' in het verband had maar gelukkig ook `fetasties' kon schieten met zijn andere been. Fischer nam de luisteraar daarna even mee naar hogere voetbalkringen en besloot zijn aangrijpende lied met de woorden: (...) De conversatie kon niet dieper./ Maar wat een bar en wat een keeper./ En vooral: wat een bal. In onvervalst Utrechts, als gezegd. Zoals Marcel van Dam dat kan als hij opgewonden is en snel spreekt. Bijvoorbeeld ooit, al is dat alweer ruim twintig jaar geleden, over raketten die er nooit mochten komen. Ik was toen, thuis bij een Britse diplomaat, als min of meer andersdenkende de aangesproken persoon en moest meteen aan Loewietsjie denken.

Van dichtbij moet het spel `flets' geweest zijn, las ik, maar op de tv was de integrale uitzending van Ajax-PSV om de Johan Cruijff-schaal zondag best de moeite waard. De thuisclub sprankelde dankzij zijn individuele talenten wat meer, vooral na de rust, en verwende het publiek ook het meest. Zodoende won het team van hoofdtrainer Ronald Koeman vrij verdiend van het Eindhovense collectief van assistent-trainer Erwin Koeman, de oudste van de broers, aan wie Guus Hiddink, de nieuwe PSV-trainer, de hoofdtaak nog had overgelaten.

Te lezen was ook dat Hiddink, vorige maand alom gevierd als Hollands held in Zuid-Korea, veelal stoïcijns voor zich uit keek maar af toe ,,theatraal'' op beslissingen van de scheidsrechter reageerde. Snelle slijtage? Ach, dat gaat zo in de moderne voetballerij, zei Hiddink zelf zo'n zes weken geleden al, na een paar keer verliezen val je even snel van je sokkel als je erop kwam. Dat geldt, zie er onder meer de evangelisten maar op na, trouwens al veel langer en niet alleen in de moderne voetballerij. En het traktement van de moderne toptrainer is vaak mede op dat risico gebaseerd.

Het wedstrijdverslag en een geschreven portret van de jonge Ajax-ster Van der Vaart in de krant van gisteren moeten verder voor zichzelf spreken. Er was bovendien naast die wedstrijd nog een gebeurtenis die weliswaar een zekere habituele waarde leek te hebben maar die misschien toch goed is voor méér. Ik bedoel nu het feit dat PSV-aanhangers, boos omdat zij alleen met een zogeheten combikaart naar de Amsterdamse Arena mochten, de spelersbus van hun club een tijdlang blokkeerden en van de spelers en PSV-voorzitter Van Raaij eisten dat zij uit solidariteit óók in Eindhoven zouden blijven. Uiteindelijk gebeurde dat natuurlijk niet, maar tot die belegerde bus was ontzet duurde het toch zó lang dat de wedstrijd in Amsterdam voor omstreeks 40.000 toeschouwers (en een groot veelvoud aan tv-kijkers) pas circa anderhalf uur later kon beginnen.

Dat was voor KNVB-directeur Henk Kesler, doorgaans een kalme man, gistermiddag reden om in het bondsbureau in Zeist een persconferentie te beleggen en PSV en haar voorzitter een reeks scherpe verwijten te maken en alvast aan te kondigen dat PSV de aan dit duel verbonden premie voorlopig wel kan vergeten. Van Raaij mocht daarop gisteren voor de tv reageren, waarbij opviel dat hij Keslers verwijten niet alleen onzinnig vond, maar zich er ook over verwonderde dat de KNVB-directeur hem niet had gebeld vóór hij die verwijten uitsprak.

Elders in deze krant staan Keslers verwijten en Van Raaijs reactie, maar waar Kesler `werknemer' is van de KNVB, en dus ook van Van Raaij, kon gisteravond al het vermoeden opkomen dat zijn ongewone (en onzorgvuldige?) kordaatheid hem nog problemen zal gaan bezorgen. Dat Nederland zich niet wist te plaatsen voor het WK-voetbal, is niet Keslers schuld. Dat de KNVB daarna in plaats van trainer Van Gaal niet één opvolger aanstelde, maar twee, van wie maar niet duidelijk wil worden wie voor welke gevallen nummer één is, komt al iets meer voor de verantwoordelijkheid van de directeur. En dat de nogal zieltogende bedrijfstak betaald voetbal, na eerdere strenge waarschuwingen van Kesler aan een reeks noodlijdende clubs, nu toch verder gaat met diezelfde clubs (die met meer of minder slimme trucs hun huishouding alsnog boekhoudkundig licht zwart wisten te krijgen), is qua verantwoordelijkheid ook iets waarop hij later nog wel eens zou kunnen worden aangesproken. Namelijk wanneer de tegenvallende economie en de hardere hand van het nieuwe kabinet allerlei sponsors (particuliere en gemeentelijke) ertoe brengen om de verhouding tot het betaalde voetbal nader te bezien. Wat de gemeenten betreft is het regeerakkoord al duidelijk genoeg: er komen stevige kortingen op het Gemeentefonds en over een paar jaar vervalt de onroerendezaakbelasting (OZB), die nu de grootste eigen inkomstenbron voor de gemeenten vormt. Bovendien lijkt het erop dat de huidige regeringscoalitie in de omgang met het betaalde voetbal minder snel naar de fluwelen handschoen zal grijpen dan vroeger wel het geval was. Anders gezegd: zij zou vermoedelijk geen traan laten bij enige financiële sanering in de voetbalwereld en wellicht ook wel wat meer willen doen tegen de verloedering die zich dankzij zich zo noemende `supporters' al vele jaren voordoet in en rondom voetbalstadions en op de reistrajecten daarheen. Clubbesturen zouden iets kunnen bijdragen door niet zo angstig om te gaan met supportersgroepen. Bijvoorbeeld door niet steeds te verklaren dat zij zoveel begrip hebben voor, of solidair zijn met bezwaren die zulke groepen hebben tegen het opvangbeleid van clubs in andere gemeenten, of tegen ordemaatregelen van burgemeesters daar of tegen pogingen van de NS om het materieel schadevrij door het weekeinde te krijgen.

Gaat er wat gebeuren? Het is interessant dat staatssecretaris Ross (Sport) er zo snel bij is om te melden dat zij overweegt om, zoals clubs trouwens graag zouden zien, voetbalsupporters met een stadionverbod een wettelijke meldingsplicht op te leggen. Als dat zou gebeuren, indien de ministers Donner (Justitie, CDA) en Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD) zoiets verantwoord vinden, zou een goede stap gezet zijn. Dan zouden de bedreigingen (jegens trainers) en racistische leuzen van de afgelopen weken en die busblokkade van zondag een mooi vervolg krijgen. Wie weet gaan er dan ook weer wat meer liefhebbers de wedstrijden van dichtbij bekijken. Want het draait in het stadion niet meer alleen om de bal.