Een leger dat vecht voor behoud van invloed

Het Volkscongres van Indonesië heeft vorige week besloten dat het leger uit de politiek moet verdwijnen. Dat gebeurt niet zonder slag of stoot.

Voor het winkelcentrum staan vijf soldaten. Hun automatische geweren zijn gericht op het winkelende publiek en hun gezichten verraden dat ze klaar zijn voor de aanval. De vijf figuren vormen een standbeeld en op de sokkel staat het motto van Kopassus, de elite-eenheid van de Indonesische landmacht: ,,Beter sterven in de strijd dan leven, maar falen.'' Twee tien meter lange dolken vormen achter het beeld de toegangspoort van de Kopassus-wijk. Links wonen de militairen, rechts zijn de exercitievelden. Een bataljon van de cavalerie oefent er juist een aanval met pantserwagens. Aan de overkant staan oprijlanen vol met dure auto's. Hoe betalen de militairen die auto's met hun soldij van 150 euro per maand?

Het antwoord is de Mal Cijantung, het enorme winkelcentrum van de wijk Cijantung in Jakarta, de hoofdstad van Indonesië. Het gebouw is van Kopassus. ,,Dit is een goudmijn'', zegt Herman Santoso, de manager die huurders moet binnenhalen. Hij werkt voor Kobame, acroniem voor Korps Baret Merah, het Corps Rode Baretten, het hoofddeksel van de Kopassus-militairen. Kobame is officieel een charitatieve instelling en hoeft dus geen belasting te betalen. De `Mal' bevat een supermarkt, warenhuis, McDonald's en talloze andere winkels en bedient tienduizenden in een straal van tien kilometer. ,,Elk jaar maken we meer winst'', zegt Santoso. ,,Burgers hebben steeds meer te besteden.''

Zoals Kopassus zijn alle krijgsmachtdelen in Indonesië actief in alle economische sectoren van het leven. Het defensiebudget dekt volgens het leger een kwart van de kosten en dus verdienen de militairen het nodige bij met visserij, onroerend goed en textiel. Of met illegale activiteiten zoals drugs, casino's en bordelen. Ook goed betaalt het beveiligen van de vestigingen van multinationals. En zakenlui die wat te vervoeren hebben, huren legertrucks en marineschepen. Of nemen een soldaat als bodyguard voor vijftig euro per dag.

Al deze vormen van branchevervaging stammen uit de dictatoriale tijden van generaal en president Soeharto. Nadat hij vier jaar geleden werd afgezet, kwam een zeker democratiseringsproces op gang en de strijdkrachten dienden zich voortaan te beperken tot het verdedigen van het land. `Reformasi' – hervorming – verdroeg zich niet met `dwifungsi', de dubbele functie van het leger: hoeder van de nationale veiligheid én van de sociaal-politieke stabiliteit.

Om dat laatste te waarborgen hebben militairen en politiemannen altijd zitting gehad in het parlement. En ook al deden ze niet mee aan de verkiezingen van 1999, toch kregen leger en politie 38 van de 500 zetels toegewezen. Bij de volgende verkiezingen, in 2004, zal dat niet meer gebeuren. Een ongekozen legerfractie, zo besloot het Volkscongres, het hoogste politieke orgaan, afgelopen zondag, hoort niet thuis in een land dat na India en Amerika de derde democratie van de wereld wil worden.

,,Nergens in de wereld zitten ongekozen militairen in een gekozen parlement'', zegt generaal Agus Wijoyo, ,,misschien op een andere planeet.'' Hij leidt de militairen-en-politiemannen-zonder-uniform in het parlement. Hij is ook vice-voorzitter van het Volkscongres dat besloot na 2004 voortaan louter uit gekozen leden te zullen bestaan. Daarmee verdwijnt het leger vijf jaar eerder uit de politiek dan in 2000 bepaald. ,,Het is vroeg, maar het is goed dat we ons terugtrekken'', zegt Agus. ,,Ik behoor echter tot een kleine minderheid die die mening is toegedaan.''

Hervormers zoals de fractievoorzitter zitten vooral in de luchtmacht en marine. ,,Wij vinden dat we niet langer deel uit moeten maken van de politieke besluitvorming. Wat we doen moet voortaan afhangen van democratisch genomen beslissingen.'' Maar zoals in vrijwel elk Aziatisch land maakt de landmacht de dienst uit bij de strijdkrachten. In Indonesië zijn dat ook de generaals van de landmacht. ,,Zij hebben de Soeharto-tijd nog in hun hoofd en vinden dat het leger te allen tijde het recht heeft om in te grijpen en het land over te nemen. Bijvoorbeeld als naar hun oordeel een verdeeld parlement niet langer in staat is Indonesië te leiden. Als het leger uit het parlement is verdwenen, zal deze grote groep militairen blijven vechten voor behoud van politieke invloed.''

Hoe, daarover blijft de generaal bewust vaag. Steeds meer kenners geloven evenwel dat de generaals waar Agus Wijoyo op doelt, eropuit zijn de politiek-economisch fragiele samenleving te ontwrichten, het land te `redden' en zo hun onmisbaarheid te tonen. ,,Ik zeg alleen: let op de komende tijd. Uiteindelijk zullen burgerpolitici, wegens gebrek aan zelfvertrouwen, het leger uitnodigen een politieke rol te spelen.'' President Megawati gaf daartoe de voorzet door twee `anti-hervormingsgezinde generaals' te benoemen tot landmacht- en TNI-commandant. ,,Ze stelt haar politieke lot veilig'', zo wordt algemeen gedacht.

,,De hervormingen in het leger zullen steeds langzamer gaan en tenslotte tot stilstand komen'', is de klinische voorspelling van Agus. ,,De transitie naar een louter verdedigende taak zal niet slagen.'' De generaal zelf zal het niet meer meemaken. Hij is 55, moet met pensioen en uit het parlement vertrekken. Wat gaat hij hierna doen? ,,Dat weet ik nog niet, maar ik heb veel vrienden.'' Dat heet een eufemisme voor toekomstige zakenpartners te zijn. Want als de militaire carrière er voor Indonesische generaals opzit, gaan ze altijd in zaken.

Zo ver is Laode Akmal, een 21-jarige Kopassus-cadet, nog niet. Hij heeft een vrije dag, leunt tegen het standbeeld van de vijf schietgrage soldaten en kijkt naar de vrouwen die in en uit de Mal Cijantung lopen. ,,Ja, af en toe'', antwoord hij op de vraag of hij wel eens wat bijverdient. ,,Dan vragen ze cadetten voor de beveiliging van een Chinese zakenman of zelfs een container.'' Of dat bijverdienen goed of slecht is, moet je deze cadet niet vragen. ,,Politici denken toch ook alleen maar aan geld en macht'', vergelijkt hij, ,,maar ze weten ook dat als ze te ver gaan, wij het zullen overnemen.''