Dansen bij slavernijmonument

Het slavernijmonument in Amsterdam is gisteren opnieuw ingewijd. Ditmaal stonden de nazaten van slaven wel vooraan.

De dominee had de deelnemers aan de stille tocht nog gevraagd gepaste rust te betrachten. En gaande de tocht was het gesis om `stilte' niet van de lucht. Maar in deze stoet was vragen om stilte als vragen aan een beek niet te kabbelen.

Vanaf het Amsterdamse ouderencentrum Tabitha aan de Amstel vertrok gisteren stipt op tijd een honderdtal meest in zwart en wit geklede creoolse dames op leeftijd. Het waren overwegend Surinaamse vrouwen die het slavernijmonument in het Oosterpark opnieuw wilden onthullen, en nu plechtig. Want de officiële onthulling op 1 juli, waar de koningin bij aanwezig was, en de burgemeester en de minister van Grotesteden- en Integratiebeleid, was verlopen zonder hun aanwezigheid en ge-

eindigd in ongeregeldheden. Die braken uit toen bleek dat de doorsnee Surinamer niet bij het slavernijmonument kon komen. Manshoge hekken, bespannen met zwart plastic, versperden de toegang.

Nu lopen ze vrolijk koutend naar het Oosterpark. Een jonge zwarte vrouw, vooraan in de stoet, heeft niet zo'n uitgesproken mening over de manifestatie. Ze is net uit Suriname gekomen en loopt mee omdat haar tante een van de organisatoren is. ,,Bij hen zit het diep, bij mij niet zo.'' Bij een oudere blanke man, die aan de Weesperzijde naar de stoet kijkt, zit het ook niet diep. Hij vindt het eigenlijk maar overdreven om de slavernij te herdenken. ,,Doordrammen'', noemt hij het. ,,Moet u zich daarvoor straks nog ook gaan verontschuldigen? Kijk, dat bedoel ik.'' Maar een jonge vrouw die met haar drie maanden oude baby net uit het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis komt lopen, kan zich wel degelijk iets bij deze manifestatie voorstellen. ,,Wij hebben het goed omdat onze voorouders hebben geleden en dat mag je nooit vergeten.''

Als het begin van de stoet de zuidrand van het park nadert, beginnen drie koperblazers bij de ingang te spelen. Drie oudere Surinaamse mannen, twee met petten op en een met een strooien hoed, spelen weemoedige melodieën. In het park bevindt zich al een kleine menigte.

,,Eigenlijk'', zegt een van de weinige Surinaamse mannen die vanaf de zijlijn de plechtigheid volgen, ,,is de herdenking van het slavernijverleden een vorm van voorouderverering in een christelijk jasje.'' Dat er weinig mannen zijn die de intieme rituelen uitvoeren van bloemen strooien, zingen en dansen, vindt hij niet vreemd. ,,Surinaamse vrouwen zijn ook binnen de wintibeweging de gangmakers.''

Een oudere zwarte vrouw zegt op de vraag waarom er zo weinig jongeren zijn: ,,Vroeger stond ik er ook niet zo bij stil. Ik ben het pas later gaan beseffen.'' Haar vriendinnen vallen haar bij. ,,Vroeger kreeg je ook niks over slavernij te horen. Ja, van je oma, maar op school was er niets.''