Cubanen redden Hollandse meesters

Restauratoren van het Nationaal Museum in Havana krijgen in Maastricht les om hun collectie Hollandse meesters te herstellen.

Vanachter hun ezels leggen de Cubanen Daniel Sancho Alvarez (33) en Reinier Diaz Crosdales (21) uit welke zes Hollandse en Vlaamse meesters zij meebrachten uit Havana. Het paneel met het portret van Graaf Wolfgang of Pfalz-Neuburg heeft kale plekjes, één beschadiging ontsiert de wang van de edelman. Het gezicht is helderder dan de rest van zijn lichaam. Daar is ooit het vernis weggehaald, zegt Alvarez. Het zwarte gewaad van de graaf hebben de restauratoren voor hem intact gelaten, dus daar zit nog een laag vernis op. Voorzichtig tilt hij het doek op. Het is op een ander doek bevestigd, met op de houten sponning een vergeeld bonnetje van het Museo Nacional de Bellas Artes de Havana. Artiest: Jan Steen staat erop. ,,Dat klopt niet'', zegt Jos van Och van het Restauratie Atelier Limburg, die de twee Cubanen onderwijst. ,,Het is van Karel Dujardin, een leerling van Jan Steen.''

In het Restauratie Atelier krijgen de twee Cubanen een halfjaar les in het restaureren van een tot nu toe onbekende collectie Hollandse en Vlaamse kunstenaars uit de 16e, 17e, 18e en 19e eeuw uit het Museum van de Schone Kunsten in Havana. De collectie bevat werken van Breughel, Delaresse, Klaas Hals, en waarschijnlijk één van een leerling van Rembrandt. De twee medewerkers van het Cubaanse museum zullen onder begeleiding een begin maken met de restauratie van zes stukken die ze meebrachten uit Havana. Ze zijn uitgenodigd door de Stichting Cultuur Inventarisatie van Nederlandse Kunst in den Vreemde. De Stichting kwam de collectie per toeval op het spoor. In 1996 werd Lia Gorter van de Stichting getipt door Nederlanders die een publicatie van Cubaanse gedichten over Nederland voorbereidden. Voor de illustraties hadden zij kopieën uit een catalogus met onbekende afbeeldingen van Hollandse en Vlaamse meesters onder ogen gekregen. Het ging om negen ,,nogal ferme'' namen, aldus Gorter. Ze besloot te proberen de collectie te achterhalen. Dat was niet eenvoudig: niemand in Nederland, zelfs niet de medewerkers van de Cubaanse Ambassade, bleek ooit van de collectie te hebben gehoord. Brieven aan het Museo Nacional de Bellas Artes in Havana bleven onbeantwoord. Toen Gorter in '98 in Cuba moest zijn, kwam er eindelijk contact tot stand. Het museum was al jaren dicht wegens een verbouwing, maar Gorter ,,vond een deur met een bel en belde aan''. Medewerkers van het museum konden haar vertellen dat het ging om 175 schilderijen. De collectie is afkomstig van Spaanse notabelen die vanaf de 18e eeuw hun inventaris naar de kolonie verscheepten en van aankopen op veilingen in Londen en Parijs in de 19e eeuw voor de Cubaanse kunstacademie. Ook suikerbaronnen kochten kunst, die later terecht kwam in het museum.

Bij haar bezoek in 1997 kreeg Gorter de schilderijen niet te zien, maar na ,,heel wat gecorrespondeer'' over en weer kreeg ze een uitnodiging om de werken met een conservator van het Rijksmuseum te komen bekijken. Na tien jaar opslag in een bunker waren de schilderijen ,,gewoon vies'', vertelt ze. Sommige verkeerden in slechte staat, van sommige waren de lijsten beschadigd. Vanwege het gebrek aan kennis op Cuba over conserveren werd besloten om er twee Nederlandse restauratoren heen te sturen.

Vorig jaar april verbleven Jos van Och en zijn vrouw Bianca van Velzen van het Restauratie Atelier Limburg een maand lang op Cuba, om een paar werken met ,,directe schade'' te bewerken en daarnaast op diplomatieke wijze de juiste, wetenschappelijk verantwoorde manier van restaureren aan de orde te stellen. Het werd een verblijf van ,,vooral veel praten en uitleggen'', vertelt Van Och. Er was erbarmelijk weinig materiaal, zelfs de beste ezels waren erg armoedig. Een stereomicroscoop, een voor restauratoren noodzakelijk instrument om een analyse te kunnen maken van de originele lagen van een schilderij, ontbrak. Sommige schilderijen waren deels schoongemaakt, bij andere was men in een hoek begonnen met het weghalen van verflagen, maar daar abrupt weer mee gestopt. Een aantal panelen leed onder het weer in Cuba is het dagelijks rond de 25° C en sommige lijsten waren ten prooi gevallen aan termietenvraat. ,,Verschrikkelijk'', huivert Van Och, ,,temeer daar er kostbare, vergulde exemplaren uit de 17de eeuw tussen zaten.''

Het museum in Havana had dertig van de 175 schilderijen geselecteerd om aan het publiek te tonen. Met een team van acht restauratoren van het museum paste het echtpaar op twintig daarvan een aantal ,,minimale ingrepen'' toe. De Cubanen bleken volgens een ouderwets systeem te werken, waarbij één hoofdrestaurator in feite zijn gang kon gaan. ,,Er was geen controle over hem, hij kreeg nauwelijks weerwoord'', aldus Van Och. Ook was de aanpak totaal anders. ,,Als restaurator ben je dienstbaar aan het schilderij'', aldus Van Och. ,,Dit is géén creatief beroep.''

In Cuba heerst juist de gedachte dat een goede restaurator een goede schilder moet zijn, die een doek er weer `als nieuw' laat uitzien. De Cubanen waren gewend om onherroepelijke veranderingen op schilderijen aan te brengen. Met alle acht werd na een maand hun sterke en zwakke punten besproken. Uiteindelijk werden twee van hen geselecteerd om naar Nederland te komen. ,,Deze twee hebben het in zich om een autoriteit te worden, mensen waar de rest van de groep naar luistert. Ze zijn alert en stellen de juiste vragen'', aldus van Och. Straks keren de twee terug naar Cuba om de restauraties voort te zetten. Met in hun bagage een stereomicroscoop – een cadeautje.

Daniel Sancho Alvarez en Reinier Diaz Crosdales, de twee autoriteiten in spe, zijn vol lof over het uitwisselingsproject. Crosdales, roepnaam Tito, is groot, donker en heeft iets sprankelends over zich. Als hij naar buiten kijkt en de Hollandse luchten ziet, begrijpt hij waardoor de schilders zich lieten inspireren, zegt hij. Ook het land waar de Graaf van Dujardin vandaan komt snapt hij nu beter. ,,Een schilderij vertelt een hele geschiedenis.'' Alvarez, met sikje en lang haar, kijkt moeilijk. Hij vindt Nederland in alle opzichten ,,muy diferente''. Net als het weer vindt hij de mensen ,,frio'', koud. Ondanks tien jaar werkervaring vindt hij het restaureren een moeilijke klus. Wat hem drijft, is zijn liefde voor het schilderij. ,,Je redt een werk, je geeft het een langer leven. Dat geeft voldoening.''