Zwalken

Ik heb net een vriend uitgelaten en vertrek vijf minuten later op de fiets in dezelfde richting. Al gauw zie ik hem in de verte lopen. Naarmate ik dichterbij kom, raak ik steeds bezorgder. Hij zwalkt over straat, terwijl we geen druppel alcohol hebben gedronken. Ik ben nu zo dichtbij dat ik hem hoor gieren van het lachen. Dat maakt de ongerustheid er niet minder om. Er is niemand bij hem in de buurt. Zou de gekte hebben toegeslagen, schiet het door mijn hoofd. Met bonzend hart kom ik op gelijke hoogte en roep zijn naam. Geen reactie. Ik probeer het nog een keer, harder nu. Langzaam – alsof hij twijfelt of hij zijn eigen naam hoort – draait hij zich naar mij toe. En dan valt mijn oog op het draadje op zijn borst dat naar zijn oor leidt. Hij is mobiel aan het bellen. Ik zwaai en fiets opgelucht voorbij.