Zuinige weg van zekerheid belemmert economische groei

Bij veel Europese kiezers heeft de derde weg afgedaan. Alom klinkt de roep om herwaardering van normen en waarden, ook in Nederland. Het kabinet daarentegen wil eerst financiële zekerheid en pas daarna investeren in bijvoorbeeld veiligheid. Een discutabele politiek, meent Luc Soete.

Na de Franse verkiezingen met het roemloze einde van de cohabitation en de verwachting dat ook in Duitsland de sociaal-democraten straks de macht zullen moeten overdragen aan de christen-democraten, wordt duidelijk dat zowat overal in Europa de combinatie van liberalisme en sociaal- democratie, de zogeheten `derde weg', heeft afgedaan – althans bij de kiezer.

Vanuit het perspectief van het zoeken naar een grotere economische dynamiek met behoud van de verworvenheden van de welvaartsstaat, heeft het concept van de derde weg ongetwijfeld resultaat geboekt. Of dat nu is in de vorm van de meer op consensus gebaseerde poldervariant van Kok, de meer vakbondsafhankelijke variant van Jospin met een door de strot van het bedrijfsleven geduwde arbeidstijdverkorting, of de meer vakbondsconflictuele variant van Blair.

Zowel Nederland, Frankrijk als het Verenigd Koninkrijk hebben, elk op hun manier, de afgelopen jaren een uitzonderlijk arbeidsintensieve groei gekend, zonder dat het sociale model noodzakelijkerwijs op de schop hoefde. De kritische vragen die gesteld werden over deze koers kwamen vooral van links. Met name het gemak waarmee voorbijgegaan werd aan de ongelijkheid in kansen en mogelijkheden op het terrein van de nieuwe kenniseconomie, werd gehekeld. In de bus van sociale voorzieningen voor armen, werklozen en economisch uitgeslotenen, waarbij bij elke halte steeds nieuwe passagiers zouden instappen en oude uitstappen, vindt men, zeker op de weg naar de kenniseconomie, in toenemende mate dezelfde mensen in de bus die niet meer durven of kunnen uitstappen. Zo is de sterke groei in welvaart en werkgelegenheid in Nederland gepaard gegaan met een nóg sterkere toename in inkomensongelijkheid.

Eenzelfde trend deed zich voor op het internationale vlak. Ook hier was de sociaal-democratie in niets minder liberaal dan zijn liberale evenknie: vrijhandel met zijn open toegang tot internationale markten was de snelste weg naar internationale groeiconvergentie. Vrijhandel houdt echter ook een interne herverdeling in: werknemers die hun baan verliezen in sectoren die weggeconcurreerd of verplaatst worden onder druk van goedkopere invoer, en werknemers die erop vooruitgaan. Bovenop de toename in inkomensongelijkheid als gevolg van de interne groei en het paarse groeibevorderende belastingsbeleid, heeft ook de globalisering bijgedragen aan de toename in inkomensongelijkheid.

Het antwoord dat zowel Bush, Chirac als Balkenende de ontgoochelde kiezer biedt, is in wezen zekerheid: een herijken van het begrip conservatisme met het beklemtonen van traditionele morele normen, nationale waarden, en veiligheid als handvatten voor integratie en sociale cohesie.

Voor een groot land als de Verenigde Staten, ook nog eens aangevallen door een externe vijand, is het vrij eenvoudig dit beleid vorm te geven. Nationale veiligheid kan in no time en met instemming van het hele Congres tot topprioriteit worden verheven. Toenemende begrotingstekorten doen er plots niet meer toe. En ondanks vragen over het naleven van mensenrechten jegens verdachten met een Arabische achtergrond in de strijd tegen terrorisme binnen de VS, doen zich wat de integratie van allochtonen betreft in de VS geen noemenswaardige spanningen voor. De VS blijven een melting pot.

Ook in Frankrijk doet een beroep op la grandeur de la France en het behoren tot de Franssprekende wereldgemeenschap met zijn exemption culturelle nog altijd wonderen als het gaat om integratie en sociale cohesie. En ondanks het feit dat het land meer agenten per capita telt dan welk ander westers democratisch land, oogst het nieuwe kabinet succes met zijn belofte fors meer te investeren in politie en veiligheid. Ook hier, en ondanks Europa, doet het toenemende begrotingstekort er niet meer toe.

In Nederland is de breuk met de derde weg helder. Zij wordt wellicht het meest treffend geïllustreerd door het uitvoerige gebruik van het woord `veiligheid' en het totaal ontbreken van het woord kenniseconomie in het regeerakkoord. Maar de zoektocht naar nationale en morele waarden, waaraan integratie opgehangen zou kunnen worden, is veel moeilijker. Morele waarden als integratiefactor? Nederland nodigt eerder uit tot het exhibitioneren van de meest diverse morele normen en waarden: van het bezoeken van Yab Yum in Amsterdam tot de Maharishi in Vlodrop. Een land dat tot voor kort internationaal furore maakte met de uitvoer van televisieprogramma's en -formules die gevestigde morele normen en waarden eerder op de publieke schop gooiden.

Het herijken van conservatieve normen en waarden in een kleine open maatschappij als de Nederlandse valt niet mee. Zo is het uiteindelijk Zalm die met zijn bekende recept van financiële zekerheid op de proppen is gekomen maar nu als integrerende factor: de zuinige overheid die streeft naar begrotingsoverschotten. Een beetje het omgekeerde van het Amerikaanse beleid: eerst de financiële zekerheid, dan pas de vertaling in die andere zekerheden zoals veiligheid, zorg, onderwijs en integratie. Zo heeft Balkenende, met dank aan Zalm, niet zozeer een eigen nieuwe conservatieve weg gevonden, maar de zuinige weg van zekerheid.

Hoe zo'n weg van privaat-publieke renteniersmaatschappij – met zijn allen sparen we privé als geen ander volk ter wereld, straks spaart de overheid ook nog eens voor ons – de noodzakelijke groei- en productiviteitsdynamiek teweeg zal brengen, blijft natuurlijk de vraag.

Prof.dr. L. Soete is hoogleraar Internationale Economie aan de Universiteit Maastricht.