Vrolijk vermaak van The Human League

Het is wonderlijk hoeveel mensen hunkeren naar de jaren tachtig, want indertijd was er meestal niet veel aan. Neem The Human League: een kille elektronische popgroep met een paar aardige hits, maar live maakten ze nooit veel indruk. Zanger Phil Oakey revancheert zich ruim twintig jaar na het invloedrijke album Dare (1981) dapper voor de afstandelijkheid die hij toen uitdroeg, niet in het minst door zijn beroemde asymmetrische kapsel waardoor de helft van het publiek aan zijn gezichtsveld werd onttrokken. Nu hij bijna kaal is en zich niet meer achter zijn haar kan verbergen, ontpopt Oakey zich als een willig entertainer, die gisteren in een vol Paradiso monter over het podium paradeerde en die met zijn beperkte stem het beste maakte van de leuke liedjes die The Human League wel degelijk in huis heeft.

Als tijdgenoot van Soft Cell, Depeche Mode en andere elektronische minimalisten ontwikkelde The Human League zich van een bliepende Kraftwerk-adept tot het internationale hitparadefenomeen van de meezinger Don't you want me, het Paradise by the dashboard light van de synthesizer-generatie. Door de komst van zangeressen Susanne Sulley en Joanne Catherall werd het experimentalisme verruild voor een luchtig popgevoel, dat op de recente cd Secrets weer onverminderd aanwezig is. Nadrukkelijk werd voor de twee Paradisoconcerten vermeld dat er een live-band mee zou komen, want vaak zingt zo'n elektronische act met ingeblikte muziek. De Apple-Mac en het zwevende drumstel werden gisteren dus live bespeeld, net als de gitaren en toetsenborden, alles wit tegen een spierwit decor. Des te groter het contrast met de uitbundige outfits van Oakey, in rood pak of in zwart leer, en de zangeressen die voor hun leeftijd en figuur misschien net iets te wulps gekleed waren. Het werd er niet minder leuk om. Of je The Human League nu gewoon goed of het toppunt van camp vindt, liedjes als Mirror man en het met discokoning Giorgio Moroder gemaakte Together in electric dreams bleven overeind als vrolijk stemmende popdeunen. Het gekunstelde ritme van Human, ontstaan door samenwerking met r&b;-producers Jimmy Jam en Terry Lewis, herinnerde aan de manier waarop elektronische muziek en zwarte soul halverwege de jaren tachtig een aanvankelijk moeizaam huwelijk aangingen, onder meer in de muziek van Janet Jackson. In zekere zin droeg The Human League toen bij aan de ontwikkeling van de huidige r&b;, net zoals de hippe electrostroming in de dansmuziek schatplichtig is aan hun pionierswerk.

Oakey deed zich niet hipper voor dan hij is, maar gedroeg zich als een enthousiast en enthousiasmerend gangmaker. ,,Waren jullie hier in 1979, toen we in het voorprogramma van Iggy Pop speelden?'' vroeg hij. Slechts een enkeling durfde een vinger op te steken, maar Don't you want me werd door bijna iedereen herkend als een klassieker die de heupen aan het wiegen bracht. De tijdgeest is The Human League gunstig gezind, en met hun ontwapenende inzet zouden ze zò weer beroemd kunnen worden.

Concert: The Human League. Gehoord: 11/8 Paradiso, Amsterdam. Herhaling: 12/8.