Troy's blues

De kont van sprinter Troy Douglas kon gekust worden. Een prachtexemplaar, twee zwarte rondingen, omhoog geduwd naar een ieder die durfde beweren dat zijn zevende plaats op de tweehonderd meter niets voorstelde. Kiss my ass. We moesten eens weten hoe moeilijk het was om in een atletiekfinale te komen. Zeker als je al 39 jaar oud bent. Het jongentje dat droomde ooit de snelste man van de wereld te zijn, schemerde door het getergde lijf heen. Troy praatte ook als een kind: hij was supertrots, superblij.

Tijdens het afgelopen North Sea Jazzfestival zat ik naast Troy Douglas op de grond in een overvolle zaal tussen duizenden muziekliefhebbers. Troy is verslaafd aan jazz. Hij kan geen dag zonder. Tijdens de warming-up van een wedstrijd draait hij over de koptelefoon jazz. De snelle jongens uit de muziek geven hem het juiste ritme aan. Op het podium in Den Haag stond trompettist Roy Hargrove, net als Douglas een zwart patsertje, een ego, overtuigd van eigen kunnen. We zaten samen in kleermakerszit – dij aan dij – te luisteren naar de vurige noten. De benen van de snelste man van Nederland wiegden met souplesse heen en weer op een lome, luie bluessolo van de trompettist. De Europese kampioenschappen atletiek begonnen over een maand. Douglas lag niet in bed, hij duwde geen halters boven het hoofd, nee, hij genoot van een jazzconcert.

Troy is één meter eenenzeventig. Dat is behoorlijk klein. Hij keek tegen ruggen en nekken aan en zag het podium niet. Het maakte hem niets uit. Met de ogen dicht volgde hij de gang van de noten uit de trompet die bedachtzaam hun weg zochten in het bluesschema. Ja ja, mensen, die negers kunnen swingen hoor! Na de solo keek ik naar rechts. Daar zat Troy Douglas, de dijen opgevouwen tegen de borst, gelukzalige glimlach. De trompettist eindigde zijn verhaal. `Shit man. This is the best solo I've ever heard him play.'

Nog geen maand na de trompetsolo miste Troy Douglas in München op éénhonderdste seconde de finale op de honderd meter. Op de laatste meters had hij hoofd en borst naar voren gegooid in een poging uitschakeling te voorkomen. Maar nee. Hij was ontroostbaar. Een paar jaar geleden liep hij na het bekijken van de finishfoto een podiumplaats mis en schold hij de officials uit voor `colonial bastards'. Atletiekbobo's hielden Troy Douglas maanden weg van zijn geliefde baan vanwege vermeend nandrolongebruik. Hij liet zelfs een pluk schaamhaar afnemen om zijn onschuld aan te tonen. Het mocht niet baten.

Douglas verdween na de uitschakeling op de honderd meter teleurgesteld in de catacomben van het Duitse stadion. Ik pakte mijn mobiele telefoon en stuurde een sms: dit was een medium blues, nu up-tempo? Ik kreeg niets terug en geneerde me enigszins voor mijn bemoeizucht in toernooitijd.

De rest van de week volgde ik Douglas in de strijd om een finaleplaats op de tweehonderd meter. Vlak voor iedere race, bij het omroepen van zijn naam, kuste hij wijs- en middelvinger en stak daarop de armen vrolijk in de lucht. De duizenden toeschouwers in het stadion van München mochten weten dat de oude Troy nog altijd tot de Europese sprintelite behoorde. Telkens weer het gevecht tussen doorgaan of eruit liggen. Nergens heeft Douglas een keer rustig kunnen lopen. De angst om af te vallen was constant aanwezig.

Troy Douglas wordt zevende in de finale. Ja ja, die negers kunnen rennen hoor.

Douglas gaat nu stoppen met sporten op het hoogste plan. `Sprinten is zo moeilijk. Dit ga ik nooit meer doen. Dit is it'. We mogen zijn kont kussen als we niet trots zijn met deze finaleplaats. Ik ben wél trots en wil ook zijn kont kussen. Ja ja, die negers hebben prachtbillen hoor. Nelli Cooman vertelde onlangs dat ze haar ogen niet van de billen van Florence Griffith kon afhouden.

Douglas heeft antwoord gegeven op de vraag of hij nog kon sprinten. Ja, al was hij niet de allersnelste van de wereld. Hij kan nog altijd hardlopen in een fijn ritme, ergens tussen een medium- en een up-tempo. Dit was de beste zevende plaats van het toernooi, misschien wel de mooiste zevende plaats ooit. Een betere blues voor een 39-jarige atleet bestaat er niet.