Terreur kan sport niet vermoorden

Op de slotdag van de EK atletiek in München werden de elf Israëlische slachtoffers van de Palestijnse aanslag tijdens de Olympische Spelen van 1972 herdacht. Een van de 25 aanwezige familieleden was Ankie Spitzer (56), de Nederlandse weduwe van schermcoach Andre Spitzer. In haar toespraak uitte ze in harde bewoordingen kritiek op de Duitse overheid en het Internationaal Olympisch Comité (IOC). Ankie Spitzer is in Nederland de Israëlische correspondente van het NOS Journaal en Nova.

Vanwaar dertig jaar na dato nog die ernstige beschuldigingen?Ankie Spitzer: ,,De Duitse autoriteiten hebben de verantwoordelijken nooit gestraft. Alles wat 5 september 1972 fout kon gaan, ging fout. Ze hadden geen reddingsplan en waren te arrogant om een Israëlische antiterreureenheid toe te laten. Het was een stomme, incompetente actie waarmee op het vliegveld de gijzeling werd beëindigd. Er waren acht terroristen en slechts vijf scherpschutters. Waarom geen vijftig? Er ontbraken infrarode lampen, terwijl de actie in het donker werd uitgevoerd. Ze hadden geen walkietalkies en niemand wist wie met schieten is begonnen. Door hun schuld zijn alle negen gegijzelden gedood.''

Wat verwijt u het IOC?,,Dat zij tot op heden weigeren tijdens Olympische Spelen de slachtoffers te herdenken. Oud-voorzitter Samaranch heeft me gezegd: uit angst voor een boycot van de Arabische landen. Maar wij vragen niet de doden als Israëliërs of joden te benoemen, maar als vermoorde leden van de olympische familie.''

Wat doet het u terug te zijn op de plek van de aanslag?,,Ik ben persoonlijk bedroefd en bedroefd omdat de wereld er niet van heeft geleerd. Daags na de aanslag ben ik in het huis Connollystrasse 31 geweest om de bezittingen van mijn man op te halen. In die horrorachtige situatie heb ik gezworen de wereld te zullen blijven vertellen wat er toen is gebeurd. Het was een emotioneel moment om vorige week, voor het eerst na dertig jaar, weer een Israëlische sportdelegatie het stadion te zien binnenmarcheren. Dat gold ook voor de gouden medaille van polsstokhoogspringer Averbukh. Daarmee is aangetoond dat terreur de sport niet kan vermoorden.''