Noodtoestand afgekondigd in Colombia

De nieuwe president van Colombia, Álvaro Uribe, heeft vanochtend de noodtoestand uitgeroepen. Aanleiding is de golf van geweld sinds Uribes beëdiging vorige week woensdag, waarbij zeker 115 doden vielen.

Wat de instelling van de noodtoestand precies inhoudt is nog niet bekendgemaakt. Volgens de Colombiaanse grondwet mag de president ingrijpen als de veiligheid en stabiliteit van het land worden bedreigd. Het staatshoofd kan vervolgens per decreet regeren.

Minister van Binnenlandse Zaken en Justitie, Fernando Londoño Hoyos, wilde vanochtend geen nadere toelichting geven. Wel meldde hij dat de noodtoestand officieel negentig dagen duurt, en dat de president die nog tweemaal mag verlengen. Na het voorlezen van een reeks oorlogsmisdaden, waaronder massamoorden, ontvoeringen en repressie door gewelddadige groepen, zei Londoño dat de democratie in Colombia in gevaar is. ,,Deze natie is onderworpen aan een regime van terreur'', aldus de minister.

Afgelopen woensdag, in een niet eerder op deze schaal voorgekomen aanslag, vuurden rebellen van de linkse rebellenbeweging FARC, twintig granaten af in de Colombiaanse hoofdstad Bogotá. Twee granaten raakten het parlement, enkele minuten voordat de nieuwe president de eed werd afgenomen. Enkele andere raakten een sloppenwijk, waar negentien mensen werden gedood en zeventig mensen gewond raakten. Tot dusver werd de bijna veertig jaar durende burgeroorlog in Colombia, die jaarlijks het leven kost aan naar schatting 3.500 mensen, voornamelijk uitgevochten op het platteland. Aanvallen op de hoofdstad waren zeldzaam. Sinds woensdag zijn op verscheidene plaatsen in het land gevechten uitgebroken.

Londoño gaf aan dat de noodtoestand een direct antwoord is op de `treed af of sterf'-campagne van de FARC. Uribe is wegens zijn belofte hard op te treden tegen de rebellen en andere gewelddadige organisaties, door de FARC uitgeroepen tot vijand nummer één. De nieuwe president was tijdens zijn verkiezingscampagne meermalen doelwit van aanslagen. De FARC-campagne is ook gericht tegen aan Uribe loyale ambtenaren. Zo zijn de burgemeesters van 28 Colombiaanse steden onder druk van de linkse rebellengroep afgetreden. De rebellen hadden gedreigd de burgemeesters te doden, wanneer zij zouden blijven zitten.

Een van de maatregelen die onder de noodtoestand zal vallen, is volgens het Colombiaanse dagblad El Tiempo, een `noodbelasting'. De regering wil zo 778 miljoen dollar inzamelen voor het versterken van het leger met 3.000 soldaten en het aannemen van 10.000 nieuwe politieagenten.

In Colombia wordt gehoopt dat Uribe daadwerkelijk een einde kan maken aan het geweld. Zijn voorganger, Andres Pastrana, probeerde drie jaar lang, zonder succes, vredesonderhandelingen met de rebellen te beginnen. Hij gaf de rebellen een gedemilitariseerd gebied zo groot als Zwitserland, wat zij vervolgens gebruikten om hun troepen te versterken en coca te telen. In februari werden de gesprekken tussen de regering en de FARC afgebroken. Veel Colombianen geloven nu dat een harde aanpak de enige oplossing voor het conflict is.