Koers beleeft zijn wederopstanding bij EK

Op de midden-lange- afstanden heeft Nederland toekomst. Arnoud Okken en Bram Som onderstreepten op de slotdag van de EK atletiek in München hun talent met een vijfde en zesde plaats op een sterk bezette 800 meter.

De medailles bleven gisteren buiten bereik, maar op de 800 meter biedt de toekomst perspectief voor de Nederlandse lopers. Op de slotdag van de Europese kampioenschappen atletiek in München werd Arnoud Okken vijfde en Bram Som zesde in een veld van wereldklasse. Zij gaven er blijk als atleet het embryonale stadium voorbij te zijn. Stefan Beumer is zo ver nog niet, want hij werd in de halve finales uitgeschakeld.

Naast de talentvolle discuswerper en kogelstoter Rutger Smith zijn de midden-langeafstandslopers bezig met een internationale opmars. En die blijft niet beperkt tot de 800 meter, want op de 1.500 meter staat Nederland er eveneens goed voor. In München beleefde Marko Koers zijn wederopstanding, terwijl de wegens een blessure absente Gert-Jan Liefers op die afstand geldt als de grootste vaderlandse belofte. Bovendien heeft Okken naast de 800 meter een voortreffelijke 1.500 meter in de benen.

Vier van de vijf atleten worden getraind door Honoré Hoedt, die het scenario voor de toekomst al in zijn hoofd heeft. Hij wil, conform de Spaanse school, voor elke discipline drie atleten klaarstomen die op grond van getalsmatige wetten te zijner tijd de macht moeten overnemen. De vraag volgens de Arnhemse trainer is niet óf de Nederlandse doorbraak komt, maar wanneer. Met volgend jaar de wereldkampioenschappen in Parijs en in 2004 de Olympische Spelen in Athene nog op de agenda, was Hoedt er achteraf niet rouwig om dat Okken en Som in München naast de medailles grepen. Het houdt ze hongerig, erkende hij.

De 800 meter was gisteren een schoolvoorbeeld van de verschillen in status. Okken en Som waren na twee goede kwalificatieraces nog niet bij machte zich in de finale te bemoeien met de verdeling van de medailles. Die gingen naar de drievoudig wereldkampioen Wilson Kipketer uit Denemarken (goud), de regerend wereldkampioen André Bucher uit Zwitserland (zilver) en de olympisch kampioen Nils Schumann uit Duitsland (brons). De bijrol voor de twee Nederlanders was een gevolg van hun gebrek aan routine, kracht en snelheid. ,,Ik kon de laatste meters niet meer versnellen'', ervoer Okken, die op basis van zijn prestaties in de serie en de halve finale voorzichtig aan een medaille had gedacht. Het 20-jarige talent ondervond, dat in de finale van een kampioenschap simpelweg harder moet worden gelopen. ,,Wil ik meedoen om de prijzen, dan zal ik dik onder de 1.45,00 minuten moeten lopen'', realiseerde hij zich na afloop.

De twee jaar oudere Som kende die ervaring al, omdat hij reeds aan de Olympische Spelen in Sydney en de wereldkampioenschappen in Edmonton heeft deelgenomen. Voor hem was het van eminent belang om de finale te lopen, omdat hij nooit zover was gekomen. Erbij horen was voor Som een doel op zich. Volgens Hoedt heeft hij een mentale barrière doorbroken en zou zijn finaleplaats wel eens de redding van zijn carrière hebben betekend. De atleet zou mentaal zijn teruggeworpen als hij zich wederom niet bij de beste acht op een titeltoernooi had gerangschikt. ,,Ik heb een overwinning op mezelf behaald'', sprak Som pathetisch, maar vooral opgelucht. Hij was na afloop dan ook minder ontevreden dan Okken, die primair teleurgesteld reageerde op het missen van een medaille.

Okken en Som zijn talenten en maatjes, die als atleet danig van elkaar verschillen. Okken heeft veel kracht en is makkelijk trainbaar. Som is de loper met het gevoelige motortje, dat een goede afstemming vereist om tot resultaat te komen. Waar Okken in de wedstrijd zijn eindsprint als wapen achter de hand heeft, is Som gebaat bij een snelle race. En daarvan was gisteren in München geen sprake. Bovendien verloren beide Nederlanders na de start de strijd om de goede posities. Zij belandden achter in het veld, waarmee de pikorde onmiddellijk duidelijk werd. Okken en Som moesten de regie van de wedstrijd overlaten aan de gevestigde orde. En denk maar niet dat Kipketer, Bucher en Schumann die uit handen geven. De Nederlanders moeten hun positie nog veroveren.

Okken en Som bewezen in München desondanks verder in hun ontwikkeling te zijn dan Beumer, die na een voortreffelijke race in de series zaterdag afdroop met een zesde plaats in de halve finale. Waar een dag ervoor de geest nog sterk en de benen super waren geweest, liet dat euforisch gevoel hem zaterdag in de steek. Hij leerde dat voor succes in een groot toernooi consistentie van niveau wordt verlangd.

Beumer, die als enige van de in München aanwezige midden-afstandslopers niet door Hoedt maar Theo Joosten wordt getraind, had na afloop snel zijn bravoure terug en zwoer sportieve wraak op de WK van 2003 in Parijs. Daarmee nam hij een hypotheek op zijn sportieve toekomst, want Beumer heeft de naam een atleet te zijn die een serieuze arbeidsmoraal afwisselt met gemakzucht en frivool gedrag.