Intense en driftige strijkkwartetten van Beethoven

Beethoven domineert de Zomerconcerten in het Amsterdamse Concertgebouw. De Beethoven Academie kwam met zijn vijf pianoconcerten, dezer dagen wordt een groot deel van zijn strijkkwartetten uitgevoerd en daarna klinken bij het Orkest van de Achttiende Eeuw van Frans Brüggen zijn negen symfonieën. Tussendoor is er nóg meer Beethoven, zoals bij het Koninklijk Concertgebouworkest, dat zaterdag onder leiding van Riccardo Chailly zijn Zevende symfonie speelt.

Beethovens strijkkwartetten, waarmee dit weekeinde een begin werd gemaakt, gelden als de toppen van de Weense klassieke muziek. De symfonieën van Haydn, Mozart en Beethoven mogen er zijn, maar naar de allerhoogste fijnproeversnormen verbleken ze eigenlijk bij die strijkkwartetten van de dove norse meester, vooral diens complexe late kwartetten. Ze werden lang zelfs helemaal niet gespeeld, onbegrepen in hun eigenzinnige avant-gardisme.

Het Belgische Danel Kwartet en het Engelse Brodsky Quartet, die deze Beethovenserie openden, demonstreerden twee totaal verschillende speelstijlen. Het Danel Kwartet, dat twee `late' Beethovenkwartetten speelde, leek aanvankelijk bijna bang van de soms in zichzelf gekeerde, wat barse oude Beethoven. Het Strijkkwartet op. 127 klonk veelal vloeiend, lyrisch en elegant, met te weinig dramatisch gemarkeerde wendingen, bedeesd, met zwakke crescendi. Er moet toch, op zijn minst in de luidere delen, worden gepoogd om Beethoven zelf alsnog zijn eigen muziek te laten horen.

Heel geleidelijk groeide het Danel Kwartet wat, maar ook in het zeer lange Strijkkwartet opus 130 bleven de delen onderling te weinig contrastrijk. De cavatine (Adagio molto expressivo) bracht een keerpunt. Het was de voorbereiding op een respectabele uitvoering van de legendarische Grosse Fuge, een omstreden en extreem intens deel van een kwartier, dat Beethoven er afkoppelde, maar hier weer zijn oude plaats kreeg. Achteraf leek het alsof ook opus 127 slechts het begin was geweest van de lange aanloop naar deze tour de force.

Het Brodsky Quartet speelde radicaal anders in een concert met kwartetten uit elk van de drie periodes, waarin Beethoven zijn kwartetten componeerde. Vanaf de eerste noot in opus 95, `Serioso' uit de middenperiode, klonk daar die gekwelde Beethoven in een intens en driftig gesprek vol retoriek, stevig en sonoor, ook in `lichtere' passages. In het `vroege' opus 18 nr 1 was het Adagio affetuoso ed appassionato een indrukwekkende reeks van gradaties in dramatiek. En het `late' opus 131 werd gespeeld met enorme inzet en energie, soms met vervaarlijk krachtige pizzicati. Tekenend daarvoor was dat bij primarius Andrew Haveron twee keer de kinsteun losraakte. Het zeven delen tellende, veertig minuten durende kwartet moet geheel aangesloten worden gespeeld. Maar het opnieuw opzetten van die kinsteun droeg alleen maar extra bij aan de spanning in deze nog steeds verbijsterende muziek van Beethoven.

Concerten: Danel Kwartet en Brodsky Quartet. Gehoord: 9 en 10/8. Kleine Zaal Concertgebouw Amsterdam. Volgende Beethovenkwartetten op 15 en 17 augustus.