`Indonesië kan beter opnieuw beginnen'

Democratie lonkt voor Indonesië. In 2004 mag het volk zijn president kiezen, het leger verdwijnt uit het parlement en misschien gaat de hele grondwet op de schop.

,,Hoe noemden de Nederlanders dat ook weer? Oh ja: doormodderen.'' Aan één woord van de vroegere kolonisator heeft de meest ervaren politieke analist van Indonesië voorlopig genoeg. Soedjati Djiwandono, veertig jaar docent politieke filosofie, beziet het resultaat van elf dagen vergaderen door het Volkscongres, het hoogste politieke orgaan van het land. Dat besloot gisteren tot ingrijpende grondwetswijzigingen, zoals een nieuwe samenstelling van zichzelf en directe verkiezing van 's lands president en vice-president. ,,Korte termijn politiek'', oordeelt Soedjati, ,,de huidige generatie politici wil slechts zijn positie handhaven.

Het lijkt een hard oordeel voor het Volkscongres dat volgens de 700 leden ervan juist een reuzenstap heeft gezet naar een volwassen democratie. Vooral het besluit over de rechtstreekse presidentsverkiezingen was een verrassing voor de talloze buitenstaanders die, samen met een groot deel van de bevolking, een afkeer hebben van alles wat naar politiek ruikt. De parlementsverkiezingen van 1999 gaven voeding aan die weerzin: de winnaar ervan mocht geen president worden. Het Volkscongres maakte Abdurrahman Wahid, leider van een kleine fractie, staatshoofd.

Inmiddels is de verliezer van destijds, Megawati Soekarnoputri, alsnog president geworden. Haar partij, de PDI-P, toonde zich de afgelopen elf vergaderdagen verdeeld over de grondwetswijzigingen. En verdeeld was `Mega' zelf ook. ,,Als leider van de PDI-P ben ik tegen, maar als president voor'', zou ze bij een besloten bijeenkomst tot haar partijgenoten hebben gezegd. De twijfel binnen partij en president werd louter door calculatie ingegeven, menen de critici. Twijfel of Megawati wel populair genoeg was om in 2004 door het volgens haar ,,politiek onvolwassen volk'' rechtstreeks te worden gekozen. En twijfel of de partij wel sterk genoeg was om te winnen als het volk voortaan alle zevenhonderd leden van het Congres kan kiezen.

Nu bevat dat Volkscongres nog tweehonderd leden die niet zijn gekozen, maar benoemd. Onder hen 38 afgevaardigden van leger en politie, een residu van vroegere dictatoriale tijden. Oorspronkelijk zouden die militairen en politiemannen het parlement in 2009 moeten verlaten. Het wordt 2004, want uiteindelijk besloot het Congres dat ze voortaan uit twee gekozen kamers zal bestaan. Militairen met parlementaire aspiraties moeten zich bij politieke partijen aansluiten.

Het Volkscongres kwam in de beste Indonesische traditie, namelijk unaniem en zonder stemmingen, tot zijn besluiten. Stemmen levert immers altijd een verliezer op. ,,En dat leidt tot gezichtsverlies'', verklaart Soedjati. ,,Het beperken daarvan is het belangrijkste in de Indonesische politiek. En dus formuleren ze alles zo vaag mogelijk zodat iedereen er zijn voordeel mee kan doen.'' Dat alles nu ondubbelzinnig is vastgelegd in de grondwet, zegt de politiek denker niets. ,,Al die constitutionele veranderingen moeten nu wetten worden. Daar zal het politieke `korte-termijn belangenspel' zich naar toe verplaatsen.''

Soedjati zou het liefst opnieuw beginnen met het democratiseringsproces en hij is niet de enige. Het startschot van dat proces klonk in mei 1998, toen een volksopstand de als dictator beschouwde president Soeharto na 32 jaar omver wierp. Dat `opnieuw beginnen' zou een commissie moeten doen die zich moet buigen over de grondwet. Het werd het moeilijkste onderwerp waarover het Volkscongres zich boog. En dus besloot het er nog maar een jaartje mee te wachten. In dat jaar moet het Congres uitwerken of die commissie volledig uit onafhankelijke leden of (deels) uit parlementariërs moet bestaan. En of de commissie de bestaande grondwet met al haar tegenstrijdige aanpassingen gaat stroomlijnen of dat ze een compleet nieuwe constitutie ontwerpt.

Dat de grondwetscommissie er niet onmiddellijk komt en uiteindelijk waarschijnlijk parlementariërs zal bevatten, is een teleurstelling voor een aan invloedwinnende groep belangenorganisaties, de Coalitie voor een Nieuwe Constitutie. ,,Nu hebben politici een jaar om de commissie te plooien naar hun behoeften'', meent Coalitie-leider Bambang Widjojanto. ,,Bovendien'', voegt analist Soedjati toe, ,,een commissie van zittende politici zal niet snel tot een volledig nieuwe grondwet besluiten, want dan maken ze zichzelf mogelijk werkloos. De Coalitie kreeg in het Volkscongres een ongewenste bondgenoot: de legerfractie. ,,Die wilden óók onze onafhankelijke commissie van experts'', zegt Bambang met een vies gezicht, ,,maar alleen omdat ze denken zo de grondwet dusdanig te wijzigen zodat ze hun plek in de politiek terugwinnen.''

Na een akkoord over rechstreekse presidentsverkiezingen, de nieuwe samenstelling van het Volkscongres en een uitstel van de constitutionele commissie, gingen de beraadslagingen tenslotte over zeven woorden. Zouden die aan grondwetsartikel 29 worden toegevoegd, dan gold voortaan de shari'a, de islamitische wetgeving, voor alle moslims in Indonesië, het land waar minstens 80 procent van de bevolking van 210 miljoen gematigd moslim is. De zeven woorden bleven echter uit de constitutie en de dreiging van Indonesië als moslimstaat is voorlopig van de baan. ,,Het zou ons honderd jaar hebben teruggeworpen'', meent Soedjati, ,,maar ik voorspel dat de shari'a-kwestie voor nationale verdeeldheid zal zorgen en uiteindelijk het fundamentvan de staat zal ondermijnen.