`Ik loop een eindje mee op hun lijdensweg'

Toen een ex-vriend stierf aan aids, ontkwam theoloog Ricus Dullaert niet aan de vraag waarom hij wél mocht blijven leven. ,,Dat schiep een verplichting.'' Na jaren als drugspastor in Amsterdam te hebben gewerkt, staat hij nu aids-patiënten bij in Zuid-Afrika. ,,Jezus koos consequent voor hoeren, tollenaars en zieken.''

Hij vindt het ,,natuurlijk verschrikkelijk'' dat er bij de aanslagen van elf september bijna drieduizend mensen zijn omgekomen. ,,Maar in Zuid-Afrika sterven vijfduizend mensen per week aan aids. Een hele generatie dreigt weggevaagd te worden en je leest er nauwelijks iets over. Het wordt niet belangrijk gevonden om erover te schrijven want onze economische belangen zijn niet in het geding. Daar kan ik me mateloos over opwinden.''

Ricus Dullaert (46) was elf jaar lang drugspastor op de Amsterdamse Wallen. Hij organiseerde kerkdiensten voor gebruikers, begeleidde hen bij zingevingsvragen en assisteerde in de nachtopvang voor verslaafde prostituees. Temidden van zijn clientèle voelde hij zich als een vis in het water. ,,Hoeren en tollenaars zullen u voorgaan naar het Koninkrijk der Hemelen.'' Toch verruilde hij vorig jaar de Zeedijk voor de Memisa-missiepost Sizanani in Zuid-Afrika om met aids-patiënten te werken.

Wat beweegt een theoloog uit Zutphen – die ook nog eens vier maanden per jaar op professioneel niveau in antiek handelt – om zich in te zetten voor de onderkant van de samenleving?

,,In '84 overleed een jongen, waarmee ik een jaar daarvoor een korte relatie had gehad, aan aids. Nadat hij hoorde dat hij ziek was heeft hij nog maar drie weken geleefd. Ik ben de dans ontsprongen, maar ontkwam niet aan de vraag waarom ik door mocht leven en hij niet. Dat schiep een verplichting. Tijdens mijn theologiestudie kwam er een arts op het college die zei: als jullie iets van God willen ontdekken, ga het lijden dan niet uit de weg. Dat sloeg in als een bom. Ik zat in een ivoren toren een boekenkast leeg te vreten maar wie werd daar wijzer van? Ik heb me toen bij zuster Kandelaar gemeld, Augustines en moeder van de thuisloze mannen in Amsterdam. Ze huurde voor één gulden per jaar een pand van sekskoning Jopie, alias Zwarte Joop.

,,Er kwamen vooral alcoholisten, drugsgebruikers en psychiatrische patiënten. Ik heb er dertien jaar gewerkt als `sfeermaker' en `uitsmijter'. Koffie schenken, potje schaken, veel luisteren en de heren die een kwade dronk over zich hadden de deur weigeren. Ik ben er enigszins streetwise geworden. Aanvankelijk was ik nog zo naïef om een dakloos heerschap in huis te nemen, dat zou ik nu wel uit mijn hoofd laten. Tijdens mijn afwezigheid heeft hij praktisch mijn hele inboedel verkocht. Het werk bij zuster Kandelaar was de opstap naar een baan als pastoraal opbouwwerker in de Staatsliedenbuurt. Een paar jaar later ben ik aangesteld als drugspastor.''

Ga het lijden niet uit de weg, zei die arts. Maar waarom zocht u juist het lijden aan de zelfkant op?

,,Ik ben geboren in Zutphen, toonbeeld van een provinciestad, in een harmonieus warm maar ook braaf gezin. De Dullaerts waren niet onaanzienlijke zakenmensen, en een voorbeeld in de katholieke gemeenschap. Ons werd ingepeperd dat we niet zo maar iemand waren, nee we waren een Dullaert. Bij mijn oma van moeders kant werd dat standsbesef in een half uur tenietgedaan. Zij praatte plat, at met handen en voeten en ging om met in onze ogen asociale types. Ik voelde me meer aangetrokken tot dat non-conformistische dan tot het brave burgelijke.''

U bent belijdend katholiek. Welke rol speelt het geloof in de keuze voor de zelfkant?

,,Jezus koos consequent voor hoeren, tollenaars, zieken en melaatsen, niet bepaald de upper ten van de samenleving. Het is de vraag in hoeverre een kerk die bij het establishment hoort nog de kerk van Jezus is. Ik heb als drugspastor veel met hoeren te maken gehad en weinig mensen ontmoet met zo'n sterk geloof. Een voorbeeld: een Joegoslavische vrouw, wiskundestudente, begon in de hippietijd te experimenteren met drugs en raakte verslaafd. Zeven jaar lang was ze hoer en cokedealster in Wenen. Op een dag probeerde haar toenmalige vriend en dealer haar te vermoorden waarop ze van driehoog uit een raam is gesprongen. Ze overleefde die sprong, vluchtte naar Amsterdam en vond onderdak bij de zusters van moeder Teresa. Daar las ze de bijbel van voor tot achter en van het ene op het andere moment besloot ze te stoppen met drugs. Ze heeft zich laten dopen en werkt tot op de dag van vandaag met gebruikers.

,,In Nederland is het kommer en kwel in de kerk en dan zie je op de wallen een geloofsgemeenschap ontstaan waar je u tegen zegt. De geslaagden in de samenleving beschouwen gebruikers en prostituées niet zelden als een stelletje uitschot, maar ze realiseren zich niet dat 'dit stelletje' hen in spiritualiteit vaak de loef afsteekt. Het evangelie werkt nog steeds, alleen op plekken waar je het niet verwacht. Om met mijn oma te spreken: in het duuster is het luuster. In het donker is het licht.''

Behalve belijdend katholiek bent u ook homoseksueel. Hoe verbindt u die twee zaken?

,,Je partner heeft misschien ook eigenschappen die je liever anders zou zien en de politieke partij waar je lid van bent draagt ook niet altijd jouw standpunten uit. Zo is het met de kerk. Ik houd van die gemeenschap van gelovigen met haar rituelen en haar evangelische boodschap, en de schaduwkanten neem ik voor lief. Het is natuurlijk een probleem dat de top van de kerk zo'n moeite heeft met homoseksualiteit, maar aan de basis is me nooit één strobreed in de weg gelegd.''

Inmiddels werkt Dullaert een jaar op de memisa-missiepost Sizanani, zo'n honderd kilometer van Johannesburg. Het aids-hospice van de missiepost is de enige voorziening voor de vier omliggende townships met in totaal 250.000 inwoners. Zo'n tien tot twintig procent van hen is besmet met het hiv-virus. Dullaert begeleidt de thuishulpen die de townships intrekken en is medeverantwoordelijk voor het uitstippelen van een aids-beleid.

Vanwaar die keuze om de Wallen te verruilen voor een Zuid-Afrikaanse missiepost?

,,Ik heb veel mensen om me heen aan aids zien sterven. In mijn werk als drugspastor maar ook in mijn privéleven. Daar ligt de wortel van mijn betrokkenheid. De farmaceutische industrie richt zich op de tien procent aids-patiënten in de eerste wereld – want daar is wat aan te verdienen – maar heeft geen interesse voor de andere negentig procent. Dat is een grof schandaal. Ik kon het niet mijn mijn geweten in overeenstemming brengen om thuis te blijven zitten. Ik wilde naar de frontlinie en die is hier. Ik heb elf jaar ervaring in het werken met mensen met hiv en aids en het begeleiden van vrijwilligersgroepen, en die ervaring komt me hier goed van pas. Ik ondersteun hulpverleners die dagelijks aan het ziekbed van een patiënt staan. Bespreek met hen de vragen die het werk oproepen. Hoe praat je over de dood? Hoe ga je om met angsten over het lot van de achterblijvers? Ga je naar de uitvaart of is dat ondoenlijk met vijf doden per week? Hoe verwerk je je eigen verdriet en machteloosheid?

,,Een pastor is een specialist in zingevingsvraagstukken en zijn voornaamste instrumenten zijn luisteren en bidden. Beiden worden hier erg op prijs gesteld. Zuid-Afrika is doordrongen van religiositeit en rituelen. Die zijn van grote betekenis bij de omgang met de dood en rouw. Ik praat de mensen niet aan dat aids een straf van God is -of hun eigen schuld- maar loop een eindje mee op hun lijdensweg. Maar een goede pastor is ook een herder voor zijn kudde en knokt dus voor medicijnen voor de hem toevertrouwde mensen. Daarnaast probeer ik in samenspraak met organisaties als Treatment Action Campaign en Catholic Bishops Aidsdesk het politieke klimaat in Zuid-Afrika te beinvloeden.''

U bent blank. Hoe werkt dat door in de verhoudingen?

,,Blanken hebben de schijn tegen. Geen wonder na bijna vijftig jaar apartheid. Er wordt verwacht dat ik mijn superioriteitsgevoel afzweer en me verdiep in de cultuur. Een oude pastorale stelregel luidt: Ongevraagd advies is geen advies.''

U refereerde net aan het politieke klimaat. De houding die president Mbeki tot voor kort innam was niet bepaald bevorderlijk voor een effectieve bestrijding van doodsoorzaak nummer een. Hij ontkende dat het hiv-virus aids veroorzaakt en verzette zich tegen het verstrekken van levensverlengende medicijnen omdat die giftig en te duur zouden zijn.

,,Het is moeilijk te begrijpen dat een intelligente man, met een studie in Oxford achter de rug, op dit punt alle visie ontbeert. Mbeki gelooft meer in ideologie dan in wetenschap. In '88 beschreven ANC-ideologen aids als een Amerikaanse laboratoriumuitvinding om het zwarte ras te verzwakken en om de famaciegiganten aan megawinsten te helpen. Bovendien, zo stelden zij, zou een veelgebruikte hiv-test onbetrouwbaar zijn bij zwarten omdat ze dikker bloed hebben. Daardoor zou de uitslag van de test bij zwarte Afrikanen met malaria, tbc en longontsteking positief uitvallen terwijl ze niet besmet zijn met het hiv-virus. Condooms zagen zij als een uitvinding van het apartheidsregime om te voorkomen dat de zwarte bevolking zou groeien.''

Een paar maanden geleden heeft Mbeki een voorzichtige omslag gemaakt. Hij erkent nu dat hiv aids veroorzaakt en dat er een samenhang is met seksueel gedrag.

,,Hij stond met zijn rug tegen de muur. Hij en zijn gezondheidsminister Tshabalala-Msimang zijn neergesabeld aan alle kanten, verschillende provincies zoals Kwa Zulu Natal trokken zich niets aan van het regeringsbeleid en voerden hun eigen aids-politiek. Mandela heeft zich uitgesproken over de noodzaak om meer aan aids-bestrijding te doen en ook de internationale gemeenschap heeft Mbeki fel bekritiseerd. Hij is zo in de hoek gedreven dat hij zijn houding wel moest wijzigen.''

Wat zijn de belangrijkste oorzaken van de snelle verspreiding van aids?

,,Er is sprake van een immense trekarbeid, – nog een erfenis van de apartheid. Zwarte mannen werken in een mijn ver van huis, komen een keer in de acht weken thuis en zoeken dus in de buurt van die mijn een vriendinnetje dat ook weer een vriendje heeft in het eigen dorp. De cultuur van 'buitenvrouwen en buitenmannen' is daardoor sterk bevorderd.

,,Een andere factor is de positie van de vrouw. Veel vrouwen hebben geen baan en seks is een ruilmiddel om te overleven. Onder meisjes van zestien, zeventien zijn zogenaamde sugardaddy's razend populair. Oudere mannen die het maar wat leuk vinden om naast hun vrouw een paar vriendinnetjes te hebben die ze een draagbare telefoon en een leuke spijkerbroek beloven in ruil voor seks.

,,En condooms zijn tegen de cultuur van vruchtbaarheid. Je telt pas mee als je een kind hebt. Zo wordt het leven rijkelijk gezaaid en rijkelijk afgemaaid. Nog een factor is de armoede, die vaak hand in hand gaat met slechte scholing en werkeloosheid. Als iedereen werkeloos in een township rondhangt, is seks een leuk tijdverdrijf. Daarbij is de kennis van aids minimaal. Hiv is een abstract virus. Je moet begrijpen dat het bedrijven van onveilige seks vandaag, je over vijf of tien jaar ziek kan maken. Veel Zuid-Afrikanen geloven dat niet een virus, maar ontstemde voorouders de ziekte veroorzaken. Acht van de tien hiv-geïnfecteerden gaan naar een medicijnman. Als ze daarna naar de missiepost komen, is het vaak al te laat.''

De negatieve houding van de officiële katholieke kerk ten aanzien van condooms lijkt me ook niet bevorderlijk.

,,Ik kan razend zijn op de kerk zijn vanwege haar condoomfobie maar ik vind het wel goed dat de bisschoppen hameren op onthouding en trouw. Vijftig procent van de zwangerschappen zijn tienerzwangerschappen. Onthouding zou voor die groep niet onverstandig zijn. En het is ook niet verkeerd om trouw te benadrukken. Volgens de huidige Zuid-Afrikaanse mentaliteit ben je pas een kerel als je vijf vriendinnetjes tegelijk hebt. In de oude Zoeloe-cultuur mocht je elkaar aanraken , kussen, strelen maar genitale seks was pas toegestaan als de bruidsprijs was betaald. Ik denk dat Zuid-Afrika terug moet naar die roots.''

Naast uw werk als aids-pastor handelt u in antiek. Heeft u de handel nodig als tegenwicht tegen de zelfkant?

,,Het helpt wel om het uit te houden want je kunt verzuipen in zowel het drugspastoraat als de aids-hulpverlening. Soms vliegen de ellende en rampspoed me naar de keel maar ik ga er niet aan kapot. Op sinterklaasochtend overleed in het hospice een meisje van negen aan aids. Ze heette ntombi futi wat betekent: alweer een meisje. Geen warm welkom voor een pasgeborene. Ze was een half jaar daarvoor opgenomen in verwaarloosde toestand, ondervoed, nauwelijks nog in staat tot lopen. Dan voel ik me wel machteloos maar ik ga er niet aan onderdoor. Ze hebben ook niks aan mij als ik de moed laat zakken.''

Vreet het feit dat uw werk niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat is nooit aan uw motivatie?

,,Doemdenken helpt niet. De druppel op de gloeiende plaat is een smoes van de duivel. Een verleidingstruc om je in je leunstoel te houden. Daar geloof ik niet in. Een mosterdzaadje kan een immense boom worden.''