Hongerstaking 1

Gezondheidsjurist Hulst vindt gedwongen medisch ingrijpen in de zin van het tegen de wil van de hongerstaker voedsel toedienen aan een hongerstaker geoorloofd (NRC Handelsblad, 9 augustus).

Hij beroept zich daarbij op een wel erg beperkt reductionistisch juridisch kader. Maar het handelen van de arts wordt door méér dan alleen twee Nederlandse wetten, Wet op de Geneeskundige Behandelovereenkomst (WGBO) en de Penitentiaire Beginselenwet (PBW) bepaald.

De World Medical Association (WMA), een internationale en gezaghebbende organisatie, die na de Tweede Wereldoorlog door de nationale artsenorganisaties is opgericht om opnieuw misbruik van de medische professie voor politieke doeleinden te voorkómen en met een consultative status voor de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO), heeft begin jaren '90 een statement aangenomen over de wijze waarop een arts dient te handelen als het om hongerstakers gaat.

Kort gezegd komt het erop neer dat een arts nooit tegen de wil van de hongerstaker, aangenomen dat die weet wat hij doet, medisch zal ingrijpen, maar zich vooral zal richten op het goed voorlichten (met name over het `point of no return') en het begeleiden van zijn patiënt om diens zelf gekozen sterven zoveel mogelijk te verlichten. Amnesty International heeft zich geconformeerd aan het standpunt van de WMA.