Academicustaks beperkt toegang hoger onderwijs

Om te voorkomen dat studenten nalatig worden in hun studie-inzet heeft het Centraal Plan Bureau maatregelen aangedragen. Een verminderde toegankelijkheid van het hoger onderwijs kan het gevolg zijn van die ingrepen, vinden Hiske Arts en Douwe Dirk van der Zweep

In het recentelijk gepubliceerde rapport van het Centraal Plan Bureau (CPB) over mogelijke herziening van het studiefinancieringsstelsel wordt gesteld dat de toegankelijkheid van het hoger onderwijs gewaarborgd kan worden tegen lagere publieke kosten. Van studenten kan een hogere eigen bijdrage worden gevraagd als de gemaakte studiekosten achteraf via de belastingen worden teruggevorderd, luidt de redenering.

Dit systeem zou betekenen dat het hoger onderwijs beter toegankelijk wordt, omdat studenten pas achteraf, en dus niet voor of tijdens hun studie, de financiële consequenties hoeven te dragen. De financiële last is bovendien inkomensafhankelijk, want die beslaat een vast percentage van het inkomen. Voor studenten wordt op deze wijze de financiële drempel om te gaan studeren aanzienlijk verminderd.

Het vergroten van de toegankelijkheid van het hoger onderwijs is een streven dat alle steun verdient. Uit onderzoek blijkt dat studenten gemiddeld 13 uur per week besteden aan bijbaantjes, tijd die ze nu niet aan hun studie kunnen besteden. Als studenten in een nieuw stelsel met betere beursvoorzieningen en geen collegegelden niet meer financieel belemmerd worden om te gaan studeren, en daadwerkelijk hun aandacht aan hun studie kunnen besteden, zijn de plannen van het CPB toe te juichen.

De pijnpunten liggen echter elders. Het CPB stelt dat door de hoge inkomens van afgestudeerde HBO- en WO-studenten de publieke subsidie van het hoger onderwijs volledig stopgezet kan worden. Dit zou betekenen dat de kosten van het hoger onderwijs geheel op het bordje van de student worden gelegd. De voordelen voor de student van de inkomensafhankelijke betaling achteraf worden dan tenietgedaan door de veel hogere kosten die de student op zou moeten brengen. De studiekosten vormen dan alsnog een belemmering.

Hiermee wordt bovendien geen recht gedaan aan het belang dat het hoger onderwijs heeft voor de gehele samenleving. Onderwijs is niet alleen in het belang van het individu; de gehele samenleving heeft behoefte aan hooggeschoolden. Zeker in een kenniseconomie als Nederland, is scholing onontbeerlijk. De overheid zal daardoor substantieel moeten blijven investeren in het hoger onderwijs en niet moeten weglopen voor haar verantwoordelijkheden.

Andere pijnpunten in het CPB-rapport zitten in de voorstellen die moeten voorkomen dat studenten nalatig worden in de studie-inzet en als zogenaamde `drop-out' of `eeuwige student' het systeem te veel belasten. Terugbetalingstarieven afhankelijk maken van de studieduur en studierichting, selectie aan de poort en temponormen, zijn de oplossingen die hiervoor worden aangedragen.

Het is inderdaad niet onredelijk om de terugbetalingstermijn afhankelijk te maken van de studieduur. Het bedrag dat terugbetaald moet worden afhankelijk maken van de gevolgde studierichting is daarentegen zeer onwenselijk. Op deze wijze zou elke studierichting haar eigen toegangsprijs krijgen en is het risico levensgroot dat studiekeuze niet meer gebaseerd wordt op interesse en kwaliteiten, maar zal geschieden op basis van financiële argumenten. De juist vergrote toegankelijkheid wordt hier onmiddellijk mee tenietgedaan.

Het voorstel van selectie aan de poort sluit studenten uit van de opleidingen die zij willen volgen. Studenten worden dan beoordeeld op eisen die weinig zeggen over het verdere studieverloop. In plaats van de student de mogelijkheid te geven om te leren en zich te ontplooien, wordt die mogelijkheid bij voorbaat uitgesloten. Het voorstel van temponormen zal verder slechts leiden tot puntenjacht, calculerende studenten en een verschoolsing van universiteit en hogeschool. De student wordt eigen verantwoordelijkheid ontnomen, terwijl deze juist van bijzonder groot belang is. Bovendien worden studenten die zich buiten de poorten van de universiteit of hogeschool ontplooien hierdoor ontmoedigd. Temponormen zijn overbodig als het onderwijs kwalitatief goed en uitdagend is en de begeleiding in orde is. Wanneer de afdracht achteraf gerelateerd is aan de studieduur, is er bovendien al een voldoende prikkel aanwezig er tempo achter te zetten.

Door de investeringen vanuit de overheid af te schaffen of verder te verlagen, en overbodige en belemmerende selectie-eisen en temponormen in te voeren, wordt de toegankelijkheid beperkt. Het zou absurd zijn wanneer de invoering van de academicusbelasting door dergelijke ingrepen gepaard zou gaan met een verdere vermindering van de toegankelijkheid.

Hiske Arts en Douwe Dirk van der Zweep zijn bestuursleden van de Landelijke Studenten Vakbond LSVb.