Werthers echte passie

Na Goethes romandebuut was de romantische liefde nooit meer dezelfde, stelt Pieter Steinz in deel 32 van zijn stoomcursus wereldliteratuur.

Hij voert niets uit, hij is een dweper en een snob, hij zwelgt in zelfmedelijden en hij kankert op alles en iedereen. Werther, de achternaamloze hoofdpersoon uit het romandebuut van Johann Wolfgang von Goethe, is welbeschouwd een onuitstaanbaar kereltje. Verliefd op de al jaren verloofde Lotte loopt hij zowel haar als haar aanstaande hinderlijk voor de voeten. Hij schrijft haar geëxalteerde brieven, dringt zich aan haar op, en blijft haar bezoeken, ook wanneer ze eenmaal getrouwd is. Als hij zich aan het eind van de roman een kogel door de kop schiet is dat eigenlijk wel rustig – niet alleen voor de mensen rondom Werther, maar ook voor de lezers van Die Leiden des jungen Werthers.

`U kunt zijn geest en zijn karakter uw bewondering en liefde, en zijn lot uw tranen niet onthouden', schrijft de zogenaamde bezorger van de uit brieven en dagboekaantekeningen opgebouwde roman. Dat was misschien waar in het decennium na verschijning (1774), toen de de Romantiek en haar Duitse broertje, de Sturm und Drang, in de mode waren, maar tegenwoordig lijkt Werther een jongen van een andere planeet. Het is moeilijk voor te stellen dat ongelukkig verliefde tijdgenoten zich in Werthers lievelingskledij (geel vest, gele broek, blauwe rokjas) van het leven beroofden – een vroeg voorbeeld van `copycat'-gedrag, dat overigens minder schijnt te zijn voorgekomen dan de (onder meer door Goethe zelf geschapen) mythe wil.

Die Leiden des jungen Werthers geldt als een van de eerste cultboeken, het Boek van een Generatie. Jonge Europeanen herkenden zich in de hypergevoelige en tegen de burgerlijke samenleving aanschoppende Werther, die zo heerlijk puberaal kon dwepen met eenvoudige maar edele meisjes. En nog aantrekkelijker was het schandaal dat het boek veroorzaakte. Hier was een boek dat de maatschappelijke verhoudingen verketterde, zelfmoord verheerlijkte, en bovendien de kerk tegen zich in het harnas joeg omdat het een passieverhaal was met een Jezusfiguur als hoofdpersoon.

De populariteit van Die Leiden was fenomenaal. De roman werd door hele volksstammen gelezen, groeide uit tot het paradepaardje van de vroeg-romantische literatuur, en was zelfs een van de boeken waarmee het leergierige monster uit Mary Shelley's Frankenstein (1818) zich de moderne cultuur eigen maakte. Beeltenissen van Werther en Lotte sierden gebruiksporselein en meubelstukken, een vooruitziende ondernemer bracht een Werther-parfum op de markt. En de dichter-romancier-wetenschapper Goethe, die met Die Leiden zijn eigen hopeloze liefde voor ene Lotte Buff van zich af had geschreven (in een tijdsbestek van vier weken!), zou zijn lange leven lang met zijn eersteling geconfronteerd worden.

Inmiddels is Die Leiden enigszins gedateerd, al kun je de roman goed lezen als een waarschuwing tegen romantische overdrijving en ongeremde overgave aan melancholie. Bovendien is Goethes beschrijving van een jeugdige en allesverzengende verliefdheid nog steeds de moeite waard. De mythe van de romantische liefde was na Werther en Lotte voorgoed in het collectieve bewustzijn verankerd. Honderden schrijvers, van Stendhal en Emily Brontë tot Daphne Du Maurier en Sebastian Faulks (Charlotte Gray) zouden daar hun voordeel mee doen.

Volgende week: `Midnight's Children' van Salman Rushdie.

Pieter Steinz: ps@nrc.nl