VLIEGENDE SLANG DANKT ZWEEFVERMOGEN AAN LICHAAMSACROBATIEK

Dat er een slang bestaat die uit bomen springt en vervolgens spectaculaire glijvluchten maakt, was al lang bekend. Maar waaraan de vliegende slang, zoals hij in het Nederlands wordt genoemd, zijn zweefvermogen precies te danken heeft was nog niet duidelijk. Bioloog John Socha van de universiteit van Chicago komt nu met een verklaring (Nature, 8 augustus). De slang heeft een uitzonderlijke spiercontrole, waardoor hij zijn lijf op allerlei manieren kan draaien, vouwen en laten golven.

Socha maakte in de Singapore Zoological Gardens vanuit verschillende hoeken video-opnames en foto's van enkele in het wild gevangen exemplaren – de vliegende slang, Chrysopelea paradisi, leeft in Zuidoost-Azië. Socha filmde de slangen terwijl die vanaf de top van een tien meter hoge toren sprongen en naar beneden zweefden.

Vlak voordat zo'n slang uit de toren springt, zo schrijft Socha, vouwt hij het voorste deel van zijn lichaam in de vorm van een J. Daarna zet hij zich af, omhoog en van de tak af. Hij bereikt daarbij een opwaartse versnelling van zo'n 15 m/s² en een horizontale snelheid van 1,7 m/s. Tijdens de afzet recht de slang zijn lichaam. Tegelijkertijd maakt hij zich plat waardoor hij twee keer zo breed wordt als normaal. Zijn onderkant maakt hij een klein beetje hol. Tijdens de val vouwt de slang zijn lichaam in de vorm van een S,in het horizontale vlak. Zijn flanken beginnen te golven, vanaf de achterkant. Dat laatste is volgens Socha essentieel. Vlak nadat het golven start, begint de glijhoek namelijk langzaam af te nemen.

Tijdens zijn vlucht bereikt de slang een snelheid van 8,1 meter per seconde. De glijhoek loopt in het begin van de sprong snel op tot 50 graden, maar begint na 0,75 seconde te dalen totdat hij uiteindelijk zo'n 25 graden bedraagt.

Socha schrijft dat C. paradisi opmerkelijk goed kan manoeuvreren in de lucht. Ooit zag hij een exemplaar tijdens zijn vlucht een boom ontwijken. De slang zet een draai in door zijn achterlijf te bewegen. Vervolgens keert hij zijn kop in de richting van de draai.

Volgens Socha kan de vliegende slang zich wat betreft zijn zweefvermogen makkelijk meten met andere bekende zwevers, zoals de eekhoorn Petaurista petaurista, de hagedis Draco melanopogon en de kikker Rhacophorus nigropalmatus. De `zweef-ratio' (verhouding tussen de afgelegde horizontale afstand en het hoogteverlies) van de vliegende slang bedraagt 3,7. De eekhoorn komt uit op 4,7, de hagedis op 3,7 en de kikker op 2,1.