Stik dan maar de moord

Tweeëneenhalf jaar geleden wisten hulpverleners al dat het het gezin in Roermond grote problemen had. Maar ze deden nauwelijks iets. Op 12 juli stak vader G. zijn huis in brand en kwamen zes van zijn zeven kinderen om. Wat ging vooraf aan deze brand? `Ga jij twee flessen bier en twee zakken chips halen.'

Een jaar geleden zei Peter G. tegen zijn schoonvader dat hij van de Maasbrug zou springen. Peter had zeven kinderen en nauwelijks geld om van te leven. Hij was vuilnisman, hij werkte van 's ochtends vroeg tot 's avonds om zijn schulden af te betalen. Schoonvader Giel Schouwenaar: ,,Ik zei tegen hem: je moet niet in het water springen, want dan kom je weer boven. Je moet op het beton springen.'' Het was de afgelopen jaren vaker voorgekomen dat Peter G. met zelfmoord dreigde, zegt Schouwenaar. En altijd in de zomer. ,,Als hij werkte, ging het prima. Als hij vakantie had, speelde dat financiële gezeur door zijn kop.''

Op vrijdagochtend 12 juli – zijn vakantie was net begonnen – stak Peter G. zijn huis in brand, een drive-inwoning in Roermond-Oost. Het was drie uur, zijn vriendin Francien Schouwenaar en zes van hun kinderen lagen in het huis te slapen. Het zevende kind, een meisje van negen, logeerde bij een tante. De zes kinderen kwamen om in het vuur, Francien Schouwenaar sprong uit het raam en overleefde.

Deze week presenteerde de Inspectie jeugdhulpverlening en jeugdbescherming de uitkomsten van een onderzoek naar de hulpverlening aan het gezin van Peter G. (34) en Francien Schouwenaar (35). Uit het onderzoek blijkt dat er slecht werd samengewerkt door organisaties, `zorgelijke signalen' drongen soms laat door, er werden fouten gemaakt. ,,De situatie in Roermond'', schrijft de inspectie, ,,wijkt niet af van die in de rest van Nederland.'' Wat er in Roermond is gebeurd, zei de hoofdinspecteur, had overal kunnen gebeuren.

Tweeënhalf jaar geleden kwam er bij het Advies- en Meldpunt Kinderbescherming, nu onderdeel van Bureau Jeugdzorg, voor het eerst een melding binnen over het gezin. Het Meldpunt deed onderzoek en praatte met Francien Schouwenaar. Vijf maanden later begon ook de Raad voor de Kinderbescherming met een onderzoek, na een melding van de politie. Een van de kinderen was aangehouden, hij had verteld over thuis. Er zou, schrijft de inspectie in het onderzoeksrapport, sprake zijn van ,,ernstige pedagogische problemen''. Het duurde even voordat de organisaties van elkaar wisten dat ze met hetzelfde gezin bezig waren. De Kinderbescherming hield ermee op. De hulpverleners van het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling dachten dat ze het zelf wel aankonden. Maar ze wisten niet waarom de Raad voor de Kinderbescherming aan een onderzoek begonnen was en ze vroegen er niet naar.

Internaat

Francien Schouwenaar wilde toen nog wel geholpen worden. Het gezin had schulden, er was een bewindvoerder aangesteld. Gas, licht en water waren afgesloten. Het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling belde volgens de inspectie ,,onverwijld'' met de bewindvoerder, maar er kwam geen snelle oplossing. En voor de ,,leefsituatie'' van de kinderen, schrijft de inspectie, veranderde er niks.

Er was weinig geld voor eten en kleren. Francien was 's avonds vaak weg. Peter maakte overuren om de schulden sneller af te lossen. Hulpverleners van een andere afdeling van Bureau Jeugdzorg gingen één keer bij Francien langs. Ze probeerden haar ervan te overtuigen dat ze hulp nodig had bij de opvoeding. Francien vond dat onzin.

Ruim een jaar gebeurde er niks. De hulpverleners wisten maandenlang niet van elkaar dat er niemand was die zich nog met het gezin bemoeide. Een nieuwe melding werd van de ene naar de andere afdeling gestuurd. Vrijwillige hulp lukte niet, en Bureau Jeugdzorg dacht dat de Raad voor de Kinderbescherming de problemen te onduidelijk zou vinden.

In januari en april van dit jaar waren er, schrijft de Inspectie, `incidenten' met één van de kinderen. De school waar het kind op zat, wist ervan, maar Bureau Jeugdzorg hoorde er pas later over. Net vóór de brand van 12 juli was geregeld dat het kind in een internaat zou worden opgenomen.

Het ging om Pascal, elf jaar. Net als zijn broers en zussen volgde hij speciaal onderwijs, hij zat op `Onder de Wieken', een speciale school voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen (zmok) in de buurt van het spoor. Twee keer ging hij op de rails staan. De eerste keer noemde een huisarts dat nog `roekeloos' gedrag, de tweede keer dachten hulpverleners dat hij zelfmoord wilde plegen. ,,Hij zag het niet meer zitten'', zegt D66-wethouder Lodewijk Imkamp. ,,En daar kan ik me alles bij voorstellen in zo'n gezin.'' Bij de afhandeling van de brand vervangt Imkamp zijn collega die zorg en welzijn in portefeuille heeft maar die nu met vakantie is. Het meeste wat hij erover weet, heeft hij van de leerplichtambtenaar van de gemeente. ,,Zij was het'', zegt Imkamp, ,,die de ouders ervan heeft kunnen overtuigen dat uithuisplaatsing voor dit kind de beste oplossing was.''

,,De vader vond het vreselijk dat Pascal weg moest'', zegt Marlies ter Meulen, advocaat van Peter G. ,,Het legde een enorme druk op het gezin. Náást alle andere problemen die er waren. Het bedrag dat dit gezin kreeg om van te leven, geef ik per week uit aan levensmiddelen. En je houdt het niet voor mogelijk hoe ze sliepen. Er waren zeven kinderen en vier bedden. En ook de slaapkamer van de ouders was niet op orde. Ze sliepen in de huiskamer op de bank.''

Peter G. heeft tegen de politie gezegd dat de schulden waren ontstaan door Francien. Zij zou bijna iedere avond bingo hebben gespeeld en daarbij had ze veel geld verloren. Volgens de advocaat hadden Peter en Francien problemen in hun relatie. ,,En mijn cliënt zegt ook dat zijn schoonvader het voor het zeggen had in huis. Dat was al jaren aan de gang. Het werd 'm allemaal te veel.''

Mongolenkop

Giel Schouwenaar (64), de vader van Francien, zit op een rood leren bank in het huis van een vriendin van de familie, in de wijk Het Veld in Roermond. Schouwenaar en zijn vrouw Stien wonen er om de hoek. ,,Ik kwam iedere dag wel zo'n keer of zeven bij Francien'', zegt hij. Waarom? Schouwenaar vindt het een rare vraag. ,,Het is m'n kind.'' Francien en Peter gingen samenwonen toen Francien zwanger was van de oudste, dertien jaar geleden. Schouwenaar: ,,En al die tijd hebben wij voor ze gekookt.''

Het was Peter, zegt hij, die te veel geld uitgaf. Peter had ,,mankementen''. ,,Hij dronk veel. Vooral de laatste tijd. Ik zei tegen hem: `Zorg nou voor die jongens', maar als hij naar de winkel ging, nam hij alleen bier mee. Dan kocht ik brood, pindakaas, stroop, ranja.'' Schouwenaar zegt dat híj had bedacht dat Pascal, toen die ,,overal van school was gestuurd'' en er een nieuwe plek voor hem was gevonden, daar het beste ook 's avonds kon blijven. ,,Ik zei tegen Francien: `Dat heb je toch wel goed geregeld? Want op en neer met de bus, dat is niks.' En ik zei: `Je moet met Pascal afspreken dat hij alleen in het weekend thuis mag komen als hij luistert'.''

Op donderdag 11 juli, 's ochtends, vroeg Peter G. of hij van zijn schoonvader geld kon lenen. Hij had bij een vriend een partij shag en sigaretten besteld en hij had al een aanbetaling gedaan. Bij levering moest hij nog veertig euro betalen. Schouwenaar: ,,Ik zei: `Jij kan van mij veertig stoten voor je kop krijgen. Denk jij echt dat jij die shag krijgt?''' Aan het eind van de ochtend zag Schouwenaar Peter bij een telefooncel staan. Hij wachtte op zijn bestelling. ,,Om zeven uur 's avonds kwam hij bij mij. Hij was toen al flink lazarus. Ik zei: `En, waar is je tabak?'''

Wat er daarna gebeurde, hoorde Schouwenaar van zijn dochters Francien en Anita. Anita kwam een van Franciens kinderen, Sandelina van bijna zeven, terugbrengen. Sandelina had bij Anita gelogeerd, en die avond mocht Chayenna van negen mee met haar tante. Schouwenaar: ,,Om een uur of negen zei Peter tegen Pascal: `Ga jij twee flessen bier en twee zakken chips halen'. Anita zei: `Je vader neemt je in de maling, de winkel is dicht.''' Schouwenaar zegt dat Francien zich er ook mee bemoeide. Ze zou tegen Peter hebben gezegd: ,,Jij bent een mongolenkop.'' Peter werd kwaad. ,,Hij zei: `Kies jij partij voor mij of voor je zus?' Francien zei: `Op dit moment voor m'n zus.' `O ja?', zei Peter. `Stik dan ook allemaal maar de moord.''' De advocaat van Peter, Marlies ter Meulen, zegt dat haar cliënt na een ruzie thuis naar een andere zus van Francien was gegaan, Petra. Hij had bier van thuis meegenomen. Ze aten chinees, ze praatten over Peters relatieproblemen. Ter Meulen: ,,Toen is hij weggegaan. Hij was niet agressief, hij was niet buiten zichzelf.''

Toen Peter weg was gegaan, had Francien haar vader gevraagd of hij nog wat te eten had. Schouwenaar: ,,Ik heb thuis friet, kroketten en frikadellen gebakken en die ben ik gaan brengen. Ik heb met de kinderen gestoeid, en om tien voor twaalf zei ik: `Nu gaat opa naar huis'.''

Peter G. belde vanuit een telefooncel een paar keer naar het alarmnummer 112. Hij zei dat hij ruzie had met zijn vrouw en dat de politie moest komen. Advocaat Ter Meulen: ,,Zo'n driekwart jaar geleden heeft hij de politie ook een keer gebeld. Toen zei hij dat hij de gaskraan had opengedraaid. De politie kwam, de ziekenauto, de brandweer, maar er was niks aan de hand. De politie noteert dat natuurlijk.''

Tegen zijn advocaat zei Peter dat hij die nacht in de tuinkamer van het huis de mouw van een jasje in brand heeft gestoken. Ter Meulen: ,,Hij zegt dat er alleen maar rook was toen hij wegging.''

Sociale onbalans

Wethouder Lodewijk Imkamp denkt dat er in Roermond tussen de honderd en tweehonderd gezinnen zijn die net zulke problemen hebben als Peter G. en Francien Schouwenaar. ,,Er is nogal wat sociale onbalans in de stad.''

Luc Simons is kapelaan in Roermond-Oost, Francien en Peter horen bij zijn parochie. ,,In de wijken hier'', zegt hij, ,,is veel sociale zorg nodig.'' Simons vertelt dat de pastoor, die nu met vakantie is, de afgelopen zeven of acht jaar zo'n dertien moorden heeft meegemaakt. ,,Daar vallen deze kinderen onder, al kun je dat misschien geen moord noemen. En verder een afrekening in het drugsmilieu, een vrouw die in overspannen toestand haar dochter wurgde, een jongen die zijn vriendin heeft doodgestoken, een man die zijn buurman doodde omdat hij vond dat de muziek te hard stond.''

De pastoor en kapelaan Simons hebben de zorg voor Francien en Peter verdeeld. De pastoor doet Francien en haar dochter, de kapelaan Peter. Simons zegt dat hij Peter beter leerde kennen in de tijd dat hij het oudste kind van het gezin, Davy, voorbereidde op de communie. Davy kon niet goed lezen en schrijven. Samen met andere kinderen die speciaal onderwijs volgden, kreeg hij `speciale communieles'. Kapelaan Simons: ,,Zijn vader kwam hem altijd ophalen en brengen. Verhalen dat hij niet goed voor zijn kinderen zorgde, zijn uit de lucht gegrepen.'' Maar die verhalen, weet de kapelaan, zijn er bijna niet. ,,En dat heb ik ook tegen Peter gezegd.'' Via zijn advocaat krijgt Peter ook de groeten van mensen. Marlies ter Meulen: ,,Ze zeggen: `Wens hem sterkte'.''

Francien Schouwenaar was gewond geraakt door de sprong uit het brandende huis. Ze werd geopereerd in een ziekenhuis in Weert, afgelopen woensdagochtend kon ze naar huis. Ze woont nu met haar dochter in het huis van haar ouders. Op woensdag, aan het begin van de middag, vertelt haar vader dat de kapelaan die ochtend op bezoek is geweest. ,,Ik kwam hem tegen op straat, hij vroeg: `Is Francien nog in Weert?' Had ik maar `ja' gezegd, dan was die lul voor niks naar Weert gegaan. Maar ik zei `nee' en toen kwam hij met Francien praten. Hij wou haar alleen spreken. Hij had een boodschap van Peter. Die had spijt. Hij had het niet zo bedoeld.''

,,Spijt'', zegt Schouwenaar. ,,Wat moet ze daar nou mee?''