Sluiting dreigt voor tuinen van Mien Ruys

Spoorbielzen en tegels van gewassen grind. Dankzij tuinontwerpster Mien Ruys werd het een rage in de tuinen van Nederland. Haar proeftuinen in Dedemsvaart worden met sluiting bedreigd.

In een oase van stilte loop je langs karakteristieke tuinen van de afgelopen eeuw. Vanuit de verlaagde zitkuil, gemarkeerd met donkerbruine bielzen, kijk je over de polyester tuinvijver uit op een kleurrijke bloemenborder in de verte. De beplanting is uitbundig, maar de strakke en eenvoudige architectuur overheerst.

De in totaal vijfentwintig Dedemsvaartse proeftuinen van de in 1999 overleden Mien Ruys dreigen te verdwijnen, als er de komende maanden geen zicht komt op structurele financiële steun. Het bezoekersaantal loopt terug, waardoor de beheerder van het complex, Stichting Tuinen Mien Ruys, in financiële problemen verkeert. De stichting heeft een verzoek ingediend om de meer dan 75 jaar oude tuinen als rijksmonument aan te merken, zodat potentiële geldschieters aangetrokken worden. De Rijksdienst voor de Monumentenzorg is ,,zeer enthousiast'' en bestudeert de aanvraag.

Het 25.000 m² tellende terrein aan de Dedemsvaart was vroeger de kwekerij Moerheim van Bonne Ruys. In de moestuin van haar vader begon Mien Ruys (1904) vanaf haar twintigste te experimenteren met planten, materialen, vormen en ruimte. Mien Ruys was vooruitstrevend. Zo ontwierp zij de `Griontegel', de voorloper van de nog altijd populaire grindtegel, en gebruikte zij in de jaren zestig als eerste de spoorbiels in een tuinontwerp, wat haar de bijnaam `Bielzen Mien' opleverde. Haar ideeën verspreidde ze via het nog steeds bestaande kwartaalblad Onze Eigen Tuin, dat zij samen met haar in 1974 overleden man Theo Moussault, uitgever van De Groene Amsterdammer, in 1954 had opgericht.

De tuinen geven volgens Anet Scholma, bestuurslid van de Stichting Tuinen Mien Ruys, een chronologisch overzicht van 75 jaar tuinarchitectuur. ,,Alle tijdsbeelden zijn netjes bij elkaar bewaard gebleven. De hele ontwikkeling in het oeuvre van één persoon ligt in de tuinen'', aldus Scholma. ,,De monumentenstatus levert bijna niets op, zo'n 500 euro per jaar, maar het geeft status en erkenning. Het is dan voor iedereen duidelijk dat dit niet zomaar modeltuinen zijn, maar cultureel erfgoed. Het is een maatschappelijke verantwoordelijkheid van ons allemaal om dat te behouden. Als die bereidheid er niet is dan houdt het op.''

Volgens Han Lörzing, landschapsarchitect en docent Landschap aan de Technische Universiteit in Eindhoven, wordt de waarde van tuinen in Nederland ,,zwaar onderschat''. ,,Werk van iemand die zó, zó belangrijk is geweest voor de tuinarchitectuur in de twintigste eeuw, moet bewaard blijven.''

Wegens het teruglopende bezoekersaantal, van 40.000 begin jaren 90 naar 14.000 vorig jaar, heeft de stichting een financieringstekort. Men is namelijk afhankelijk van de opbrengsten van de entreegelden. De tuinen, sinds 1976 voor het publiek opengesteld, ontvangen wel projectgebonden steun van een aantal fondsen voor ondermeer restauratiewerkzaamheden, maar daarmee kunnen de exploitatiekosten – salarissen, onderhoud van machines – niet worden gedekt. Ook is er geen geld voor archivering en het in navolging van Ruys experimenteren met nieuwe materialen en planten.

Afgelopen seizoen heeft de stichting een hypotheek afgesloten om open te kunnen blijven. Er is een reddingsplan ontwikkeld om meer publiek te trekken. De stichting wil een museum van honderd jaar tuinarchitectuur openen, de experimenten uitbreiden en een educatief centrum voor lezingen en cursussen beginnen. Hiervoor hoopt de stichting structurele subsidie te ontvangen. ,,Aan het eind van het jaar moeten er toezeggingen zijn, anders moeten we stoppen'', aldus Scholma.

De gemeente Hardenberg beslist volgende maand over een subsidie van 11.000 euro die de stichting heeft aangevraagd. In totaal is er jaarlijks 35.000 tot 40.000 euro nodig. Het VSB Fonds, dat projecten ondersteunt voor het behoud van cultureel erfgoed, heeft deze week interesse getoond om financiële steun te verlenen.

Of de tuinen ook rijksmonument worden, beslist Monumentenzorg binnen een jaar. Volgens woordvoerder Ben de Vries is de aanvraag ,,heel bijzonder''. ,,Het gaat voor het eerst om monumentaal groen zonder te kijken naar het bebouwde gedeelte. Andersom komt het volop voor. Tuinen horen vaak bij monumentale panden.'' Bijvoorbeeld bij Paleis 't Loo, waar het gebouw het uitgangspunt is geweest voor de status rijksmonument, niet de tuinen.

Slechts twee van de 25 tuinen in Dedemsvaart komen in aanmerking voor de status rijksmonument, omdat die ouder zijn dan de vereiste vijftig jaar. Het gaat om de Verwilderingstuin (1924) en de Oude proeftuin (1927). Enigszins vergelijkbare rijksmonumenten zijn De Eekhof (1932) in Enschede en de dieptetuinen in de wijk Valckenbosch (1909) in Zeist. Deze zijn vanuit een antroposofische invalshoek aangelegd, en op een kleinere schaal dan de tuinen van Ruys. Monumentenzorg kijkt bij de tuinen van Mien Ruys niet zozeer naar het groen zelf, als wel naar de filosofie achter haar ontwerpen.