Regels zijn regels en anders niets

Allergisch voor onrecht en volstrekt rationeel. Zo omschrijven mensen in zijn omgeving Volkert van der G. Typerend: zijn vasthoudendheid en obsessie met regels in de strijd voor het dierenwelzijn. `Als je niet in grote lijnen zijn gedachtewereld en idealen volgt, ben jeafgeschreven.' Maar de moord op Pim Fortuyn `past niet bij Volkert'.

Kort nadat Volkert van der G. toegang kreeg tot de gevangenisbibliotheek, deed hij iets wat andere gedetineerden niet snel doen. De verdachte van de moord op Pim Fortuyn vroeg de Penitentiaire Beginselenwet (PBW) op, de huisregels van de gevangenis en de protest- en beroepsreglementen. Die regels wilde hij bestuderen. Dan zou hij weten wat zijn rechten waren in het huis van bewaring.

Hij kent ze nu van haver tot gort. Precies zoals hij tijdens zijn werk bij de Vereniging Milieuoffensief (VMO) de Meststoffenwet en de dierenrechten precies kon beschrijven. Net zoals toen vecht hij nu, binnen de muren van de `Bijlmerbajes', tegen zaken die in strijd zijn met de voorschriften. Alleen ging het vroeger om dierenwelzijn en het milieu. Om het tegengaan van nertsenfokkerijen en bioindustrie. Om de strijd tegen vergunningen voor varkens- of kippenbedrijven die te veel ammoniak zouden uitstoten. Nu, in het huis van bewaring Demersluis, onderdeel van de Bijlmerbajes, strijdt hij voor zichzelf.

Dat doet Volkert van der G. net zoals hij zijn procedures bij VMO voerde: serieus, goed voorbereid en vasthoudend. Hij woonde alle bijeenkomsten in zijn rechtsgang persoonlijk bij. Rechtbankzittingen over zijn gevangenhouding, beklagen bij de Commissie van Toezicht van het huis van bewaring, bijeenkomsten van de Raad voor de Strafrechtstoepassing over het omstreden cameratoezicht: Volkert van der G., een kleine, vroeg kalende man van 1.71 m., is er altijd bij en hij voert ook het woord als het nodig is.

Alleen gisteren, tijdens de eerste pro-formazitting van zijn rechtszaak, was hij afwezig. Aanvankelijk wilde hij nog wel komen. Maar hij heeft zich na gesprekken met zijn raadslieden gerealiseerd dat een deel van de buitenwereld hem niet ziet als een `gewone' verdachte van een misdrijf, maar als een dader die met volledig herkenbare foto in de krant staat. Dat voor hem geldende regels opzij worden gezet, bijvoorbeeld als het gaat over voortdurend cameratoezicht. Dat het delict waarvan hij wordt verdacht weliswaar een enkelvoudige moord is, maar wel een die het land op z'n kop zette. En inmiddels is hem ook duidelijk geworden dat de vox populi zelden harder `kruisigt hem!' heeft geroepen. In dat klimaat, zo besloot Volkert, was het verstandiger om verstek te laten gaan in de extra beveiligde zittingszaal van de rechtbank (de `bunker') te Amsterdam Osdorp. Het was geen kwestie van niet durven of niet willen. Het was gewoon een pragmatische afweging, zoals hij dat met alles doet.

Waren de afwegingen die Volkert van der G. op 6 mei in het Hilversumse Mediapark maakte ook pragmatisch? Dat blijft een onverklaarbare, blinde vlek in zijn leven. Alle mensen die hem goed kennen, zeggen het keer op keer: Volkert kán zoiets nooit hebben gedaan. Daar is hij te rationeel voor. Hij moet toch in ieder geval hebben onderkend dat er risico's waren dat zo'n daad zijn leven en dat van zijn gezin op z'n kop zou kunnen zetten? Volkert kán onmogelijk de schutter zijn. Maar dan lezen ze weer eens over de bewijzen. Over zijn auto in de Hilversumse straat met belastend materiaal, over het wapen in zijn jaszak, over de verhalen van getuigen. Maar waarom dan?

Volkert van der G. zegt er niets over. Op maandagavond 6 mei zat hij in de advocatenkamer van het politiebureau in Hilversum, ruim drie uur na zijn aanhouding. Behalve zijn naam had hij niets gezegd, hij had alleen gevraagd om bijstand van Britta Böhler, een advocate van wie hij de naam uit de media kende, vooral door de zaak rond de Koerdische leider Öcalan. Die maandagavond adviseerden Böhler en de met haar meegekomen kantoorgenoot Victor Koppe hem dat het verstandiger is een beroep te doen op het zwijgrecht zolang het onderzoek van justitie niet is afgerond. Met nu praten win je niets, hielden ze hem voor. Volkert zwijgt sindsdien, ook tijdens de spaarzame verhoren door het rechercheteam.

Het onderzoeksteam heeft de afgelopen weken veel gedaan om een beeld te krijgen van de persoonlijkheidstructuur van de verdachte. Veel vrienden en familieleden zijn gehoord en er is een uitgebreid buurtonderzoek geweest in zijn woonplaats Harderwijk. Maar tot een aanwijzing voor het mogelijke motief van de moord heeft dat niet geleid.

Behalve de keren op het Hilversumse politiebureau is hij nu twee keer verhoord. Dat gebeurde op een politiebureau ergens in het land, op dinsdag 18 juni en vrijdag 19 juli. Op 18 juni mocht Volkerts advocaat Stijn Franken, samen met behandelend officier Koos Plooy, het verhoor slechts volgen via een videocircuit. De tweede keer was Frankens kantoorgenote Böhler in de verhoorkamer aanwezig. Tijdens beide bijeenkomsten kreeg het rechercheteam geen vat op hem, ook niet toen bij het laatste verhoor een van de beste politieondervragers werd ingezet. Algemene en tactisch bedoelde vragen over bijvoorbeeld het verschil tussen vegetariër en veganist beantwoordde hij welwillend. Maar zodra het gesprek over de moord ging of over het motief, zweeg Volkert.

Ook met vrienden en familieleden die hem sinds 31 mei ééns per week mogen bezoeken en met wie hij kan bellen en schrijven, praat hij nooit over 6 mei. Niet omdat hij niet wil, maar omdat dat nou eenmaal is afgesproken. Zijn vriendin Petra en hun dochtertje van nog geen jaar, zijn moeder en schoonmoeder, zijn broer, zijn VMOcollega Sjoerd van de Wouw, een aantal vrienden, onder andere uit zijn studietijd en, sinds de hongerstaking, een vertrouwensarts zijn allen geïnstrueerd door de raadslieden: praat nooit over de aanslag, want zowel in de gevangenis als aan de telefoon wordt er afgeluisterd en brieven worden opengemaakt. In het belang van Volkerts verdediging is het beter nu te zwijgen, zeggen de advocaten. En dus blijft de witte vlek bestaan.

Volkerts naam is inmiddels zó beladen dat niemand uit zijn directe omgeving herkenbaar over hem wil worden geciteerd. Toch hebben ze hem niet laten vallen en spreken ze over hem met respect, liefde of bewondering. Maar als het over de aanslag gaat, is er vooral verbijstering. Bevreemding over de onverklaarbare wending die zijn leven nam. Ze verbazen zich erover hoe nuchter hij zijn leven na 6 mei weer heeft opgepakt, achter de tralies.

Volkert van der G., die op 9 juli in de gevangenis zijn 33ste verjaardag vierde, is een uitzonderlijke verdachte. Hij accepteert dat hij gevangen zit. Hij begrijpt dat hij van een ernstig misdrijf wordt verdacht. En hij realiseert zich ook dat er een grote kans is dat hij niet weer snel vrij zal zijn. Maar hij wil wel normaal behandeld worden, zoals de regels voorschrijven. Hij aanvaardt die regels en wil die ook niet bestrijden. Maar hij kan er niet tegen als er selectief met voorschriften wordt omgegaan.

Gevulde paprika

Die regels kent hij inmiddels uit zijn hoofd. Hij weet bijvoorbeeld dat hij als gedetineerde recht heeft op een veganistische maaltijd, de eetgewoonte die hij aanhangt en waarin geen dierlijke producten passen. En dus raakt hij geïrriteerd als hij toch weer gesmolten kaas over een gevulde paprika krijgt.

Een ander voorbeeld: bij een veganistische maaltijd moet je een vitamine B12-tablet eten, omdat die voor het lichaam noodzakelijke stof ontbreekt in een veganistisch dieet. In de gevangenis moet Volkert zo'n tablet kopen. Daar is hij het niet mee eens. Hij heeft recht op een veganistische maaltijd. En daar hoort een B12-tablet bij. Dus hij heeft recht op een B12-tablet, vindt hij. Laat andere mensen dat maar muggenziften noemen, hij vindt het consequent. Op de Veluwe, waar hij jarenlang boeren in het kader van de milieuwetgeving juridisch bestreed, vonden ze hem en zijn VMO-collega's ook chicaneurs. Maar bij de Raad van State kregen ze wel vaak gelijk.

Inmiddels heeft Volkert van der G. ervaren dat zijn situatie in het huis van bewaring een andere is dan als VMO-werknemer bij de Raad van State. In de gevangenis heb je soms wel gelijk, maar krijg je het niet altijd. Die gesmolten kaas bij zo'n gevulde paprika is gewoon een kwestie van pech gehad. En als hij zo'n B12-tablet niet wil kopen, zeggen zijn bewakers, dan koopt hij die toch niet? Een geval van jammer, maar helaas.

Hetzelfde geldt voor het onafgebroken cameratoezicht in zijn cel. Al op 10 mei, enkele dagen na de moord, oordeelde de gevangenispsycholoog dat er geen reden was voor die permanente videobewaking. Toch bleef het cameratoezicht gehandhaafd. Zelfs toen de hoogste beroepsinstantie, de Raad voor de Strafrechtstoepassing, Volkert gelijk gaf, bleven de camera's hangen. Toenmalig minister Korthals (Justitie) wijzigde de geldende voorschriften met een noodmaatregel. Permanente camera-observatie kan nu ook worden opgelegd ,,indien bij ontvluchting of schade aan de gezondheid van de gedetineerde grote maatschappelijke onrust zou ontstaan''.

Wel werd besloten het dag en nacht in zijn cel brandende licht te vervangen door infraroodcamera's. Daarvoor moest nieuwe apparatuur worden geïnstalleerd. Omdat Volkert van der G. vanwege zijn eigen veiligheid niet in aanraking mag komen met andere gedetineerden, kon hij gedurende de installatie van die camera's nergens anders worden ondergebracht dan in een isolatiecel. Het werk duurde langer dan gedacht. Volkerts uurtje recreatie schoot erbij in. Hij mocht het niet inhalen. Dat soort dingen maakt hem boos. Hij heeft recht op dat ene uur, en dat recht wordt hem ontnomen omdat er infraroodcamera's moeten worden geïnstalleerd, terwijl het permanente cameratoezicht toch al niet volgens de wettelijke regels was.

Daarbij komt kleiner `detentieleed'. Ondanks de infraroodcamera's wordt af en toe 's nachts toch per ongeluk het licht weer even aangedaan. En toen de ene bewaker hem een keer had gezegd dat hij een boek mocht lezen tijdens het luchten, trok een ander dat weer in. Misverstand, zeggen ze in het huis van bewaring. Pesterij, vindt Volkert. En dat hoort niet, volgens de regels.

Al dit soort gebeurtenissen geven Volkert het gevoel dat er in zijn geval uitzonderingen worden gemaakt. Dat voor hem geen rechten gelden zoals voor alle andere gevangenen. Het zijn dit soort kwesties waardoor hij op donderdag 11 juli iets van zijn zelfbeheersing verloor. Die dag besloot hij een actie te ondernemen die voor hem verkeerd zou uitpakken en die de bewakers van het huis van bewaring Demersluis, onderdeel van de `Bijlmerbajes', tegen de haren in streek. Rond tien uur 'savonds klom hij op een stoel in zijn cel en bestudeerde daar een sprinklerinstallatie om te controleren of er, behalve de camera's, ook microfoons in zijn cel verstopt zaten. De permanente camera-observatie, waar hij zich al weken aan ergerde, deed zijn werk: toen hij van de stoel was afgesprongen, stonden er meteen drie bewakers in zijn cel.

,,Als je dat nog een keer doet, ga je naar boven'', zeiden ze.

`Boven' is de afdeling met de isolatiecellen.

Volkert zei dat hij niets fout deed. Hij had toch alleen maar op een stoel gestaan?

,,Begrijp je de waarschuwing'', vroegen de bewakers.

Volkert antwoordde dat hij dat niet kón begrijpen, want hij had niets tegen de regels gedaan. Waar staat dat je niet op een stoel mag staan?

Geen van de partijen gaf een duimbreed toe en in zo'n geval is het verlies voor de gedetineerde. De situatie liep uit de hand en eindigde ermee dat Volkert van der G. met dwang naar de isoleercel werd gebracht. Daar zat hij tot vrijdagmiddag, kwart voor één.

Het incident staat beschreven in een verslag van een zitting van de Commissie van Toezicht van Demersluis op maandagmiddag 22 juli. De gevangenisdirectie vond dat hij ,,vreemd gedrag'' vertoonde en conludeerde na een gesprek dat Volkert ,,in een dip zat''. Maar Volkert zelf is nog steeds woedend over het incident. Hij wil niet onterecht beschuldigd worden en voor de overplaatsing naar de isoleercel was geen reden. Tegen dat soort dingen kan hij dus niet, zeggen naasten van hem: ,,Hij is allergisch voor onrecht, daar wordt hij echt razend van.''

Die donderdagavond 11 juli, na het incident met de isoleercel, besloot de bekendste verdachte van Nederland in hongerstaking te gaan. Niet alleen als protest tegen het permanente cameratoezicht, maar ook vanwege een aantal klachten over de omstandigheden waaronder hij gevangen zit. Inmiddels heeft hij er een lijst van opgesteld. Hij wil dat hij het eten krijgt waar hij recht op heeft. Hij wil dat de bewakers tijdens het wekelijkse bezoekuur observeren zoals gebruikelijk is, en niet dat ze zó dicht bij hem en zijn bezoek zitten dat ze het gesprek kunnen afluisteren. Hij wil niet alleen boeken uit de gevangenisbibliotheek lezen, maar ook al lang geleden aangevraagde boeken van thuis, zoals een natuurbeschrijving over de Congo of Het Proces van Franz Kafka of een schaakboek. En hij wil dat ze hem excuses aanbieden voor de onterechte overplaatsing naar de isoleercel.

Zijn besluit om in hongerstaking te gaan was impulsief, maar inmiddels heeft hij zich erin vastgebeten. Hij drinkt alleen nog, vooral vruchtensappen. Vrienden, familie en raadslieden ontkennen allemaal dat hij een strategisch plan zou hebben. Hij zit nu eenmaal in deze situatie en wil iets bereiken. Hij vecht voor zijn rechten. En als er helemaal niets gebeurt, dan is het ook niet uitgesloten dat hij tot het uiterste zal gaan. Maar een besluit daarover heeft hij nog niet genomen, zeggen zijn advocaten.

Leeg leven

Vreemd eigenlijk, zeggen mensen die hem goed kennen. In zijn leven van vóór 6 mei past impulsief gedrag eigenlijk niet. De meeste beslissingen in zijn leven maakte hij juist weloverwogen. Zijn keuze voor exacte vakken op de Stedelijke Scholen Gemeenschap SSGM in Middelburg. Zijn inzet en belangstelling voor natuur en dierenwelzijn. Zijn keuze voor de studie milieuhygiëne aan de Wageningse Landbouwuniversiteit. Zijn beslissing om veganist te worden. Zijn conclusie dat het nuttiger was om met VMO verder te gaan dan met zijn studie.

Volkert is niet ad rem, hij wordt gekarakteriseerd als een trage denker, maar wel als iemand die nuchter risico's en resultaten tegen elkaar weet af te wegen. Iemand die geen `leeg leven' wil leiden, iemand die gedreven wordt door zijn idealen, met name op het gebied van dierenwelzijn en milieu. Al op de lagere school heeft hij veel belangstelling voor natuur en dieren, deels ingegeven door zijn vader, die biologieleraar is. Zijn moeder leert hem vanuit haar apostolische geloofsovertuiging dat waarden en normen er in het leven niet voor niets zijn. Hij wordt lid van de WNF Rangers en later, als middelbare scholier, doet hij vrijwilligerswerk bij de Stichting Vogelopvang Walcheren. Het is in de tijd dat hij wat radicaler in zijn denken wordt. ,,Ik wilde leed voorkomen en was het niet eens met het lijden van de vogels die langzaam stierven door de olie in hun ingewanden. Het was daar taboe om aan dat leven een einde te maken. Je had, vonden de anderen, domweg het recht niet om dat leven te beëindigen. Tegelijkertijd zette men muizenvallen om de muizen die vogelvoer aten, te doden. Ik ben daar weggegaan, ik wilde niet langer inconsequent zijn'', zo zegt Volkert in een inmiddels verwijderd interview op de website van de organisatie Animal Freedom.

Thuis krijgt hij in zijn puberteit kleinere conflicten. Hij wil vegetariër worden, maar zijn ouders verbieden dat. In 1987 gaat hij het huis uit om in Wageningen milieuhygiëne te studeren. Daarvóór verliest hij zijn vader, hij sterft in november 1988, op 52-jarige leeftijd, aan kanker.

Eenmaal in Wageningen kiest Volkert van der G. voor het veganisme en doet hij veel dingen naast zijn studie. Hij sluit zich aan bij een regiogroep van de NBBV (anti-vivisectiebond), gaat werken bij Lekker Dier, voert wat kleine acties en strijdt als lid van de IUOD (Inter Universitair Overleg Diergebruik) tegen vivisectie en hij staat in 1992 mede aan de wieg van VMO, waar hij twee jaar later formeel in dienst treedt. Hij heeft dan al het praktische werk bij de milieuorganisatie verkozen boven zijn studie. Ook dat is een weloverwogen en pragmatische keuze, omdat hij zich bij VMO het nuttigst voelt. Volkert weet van zichzelf dat hij geen echte studiebol of actievoerder is, noch een groot debater. Wel dat hij grondig is, dingen tot op de bodem kan uitzoeken en dat hij het leuk vindt wetten en procedures te doorgronden. Met de wet in de hand voerden met name hij en zijn collega Sjoerd van de Wouw namens VMO vele honderden zaken tegen de uitbreiding van kippenfokkerijen, bioindustriebedrijven of bontfokkerijen.

Vervolg op pagina 20

Regels zijn regels en anders niet

Vervolg van pagina 19

Boeren, gemeentebestuurders en vertegenwoordigers van landbouworganisaties treffen een goed gedocumenteerde tegenstander die hard kan onderhandelen en die hun soms het bloed onder de nagels vandaan haalt. De werkwijze van VMO leidt tot serieuze bedreigingen. Volkert, wiens auto een keer op de kop wordt gezet, doet tot twee keer toe aangifte. ,,Ik denk dat deze gang van zaken absoluut niet te tolereren valt; dat ze op deze manier hun zin proberen te halen'', zei Volkert in 1993 in een interview met TROS Aktua. Toch stelt hij zich nooit als een doorgedraaide fanaticus op. ,,Sommigen typeren ons als radicaal. Maar dat zijn we helemaal niet. Wij willen gewoon dat de gemeenten de landelijke richtlijnen van het Nationaal Milieubeleidsplan naleven'', zegt Volkert in datzelfde jaar in Het Parool.

Hij kent de grenzen en weet zijn zegeningen te tellen. Hij kon drammen, maar bleef realistisch. Recent zag hij bijvoorbeeld in dat een koerswijziging voor VMO noodzakelijk was. Hoewel het juridisch monnikenwerk z'n vruchten had afgeworpen, werden regels vaak aangepast en werd het moeilijker om te gaan procederen. Steeds meer gaten in de wet die VMO had blootgelegd, werden gedicht. Volkert was het ermee eens dat het werkterrein moest worden verbreed: steeds vaker werkte VMO bijvoorbeeld samen met Wakker Dier om grote winkels ervan te overtuigen geen legbatterij-eieren meer in de schappen te leggen. Hij wilde zijn studie weer in deeltijd oppakken en hij had zich weer ingeschreven, al was er tot nu toe niet veel van terechtgekomen.

Volkert van der G. is niet iemand die past in de karikatuur van de milieuactivist. Hij houdt van tuinieren en van het maken van wijn uit allerlei soorten fruit, maar ook van een sigaret en het sleutelen aan auto's. En vanuit zijn woonplaats Harderwijk was zijn rode Toyota Starlet vaak praktischer dan het openbaar vervoer. Hij was nog geen jaar geleden in Harderwijk terechtgekomen, toen hij introk bij zijn vriendin Petra, die hij al langer kende. Vlak nadat ze waren gaan samenwonen, kregen ze een dochtertje. Hij is zeer op haar gesteld en zorgde een dag per week voor haar.

In zijn privé-leven wordt hij zeker niet gezien als een kluizenaar, wel als een Einzelgänger. Een sociaal dier was hij niet, maar hij heeft nog steeds een stevige groep vrienden waar hij erg aan hecht. Ze zijn voornamelijk afkomstig uit het Wageningse progressieve milieu en zijn studietijd, maar ze komen zeker niet allemaal uit de milieuwereld. Wel zoekt hij het in een bepaalde hoek. ,,Als je niet in grote lijnen zijn gedachtewereld en idealen volgt, zal hij niet z'n best doen om je erbij te halen. Dan is-ie vriendelijk, maar ben je ook afgeschreven'', zegt een van hen. De relatie met zijn moeder is wat bekoeld. Hij bezocht haar af en toe in Zeeland; inmiddels is zij ook al in de Bijlmerbajes geweest. Hij heeft een goede band met zijn twee jaar oudere broer, die enkele jaren in Suriname woonde, waar Volkert ook een paar keer naartoe ging.

Schoolbord

Gistermiddag had Volkert bezoek van zijn broer. De eerste zittingsdag van zijn rechtszaak vanuit de `bunker' aan de Zuidermolenweg in Amsterdam Osdorp heeft hij in zijn cel via de televisie gevolgd. De bunker is trouwens geen vreemd terrein voor hem. Op woensdag 8 mei, twee dagen na de aanslag in het Mediapark, moest Volkert van der G., die tot dan toe in de Hilversumse politiecel had vastgezeten, voor het eerst achter gesloten deuren voor behandelend rechtercommissaris Hans van Eijk verschijnen. Rond de gerechtsgebouwen bij de Parnassusweg in Amsterdam had zich de pers verzameld, in de hoop toch een glimp van de verdachte op te vangen. Maar ze zagen niets en hadden ook nooit iets kunnen zien. Want ook die zitting was in de `bunker'. Zijn advocaat was naar de Parnassusweg gekomen, om vervolgens in het diepste geheim naar Osdorp te worden gebracht.

Op die eerste zitting bij de rechtercommissaris zat een rustige man. Hij was niet in paniek, hij deed niet vreemd of apathisch, hij gedroeg zich gelaten en normaal. Die woensdag werd Volkert overgebracht naar de Forensische Observatie- en Begeleidings Afdeling (FOBA) van het huis van bewaring Het Veer, onderdeel van de Bijlmerbajes. Daar bleek hij over een sterke discipline te beschikken. Voor iemand die voor het eerst wordt geconfronteerd met de zware detentieomstandigheden van die eerste weken, hield hij zich psychologisch sterk.

Niet alleen zat hij onder `volledige contactbeperkingen', zijn omstandigheden in de FOBA waren ook zeer sober. Een kleine cel met een matras, een schuimrubber blok als stoel, een schoolbord aan de muur om wat op te schrijven en voortdurende camera-observatie. Geen tafel, geen stoel. Een klein, hoog halfgeblindeerd raampje met uitzicht op gebouwen. Tien minuten douchen per dag, vijftien minuten luchten in een kleine `kooi' met een rooster als plafond waardoor je de lucht kan zien. Geen boeken, geen radio of televisie, geen kranten, geen telefoon, geen bezoek, behalve van zijn raadslieden. Zij waren de enigen die hem iets konden vertellen over de commotie in de buitenwereld na de moord op 6 mei.

Het enige dat hij in zijn cel had, was een fotoboek met kiekjes van zijn dochtertje en zijn gezin dat Petra na een paar dagen aan zijn advocaten had mogen meegeven. Van plastic bekertjes maakte hij de schaakstukken, maar ze waren weg, afgepakt, toen hij terugkwam van een keer luchten. Wel kreeg hij, na een paar weken, een schaakspel van de gevangenis en een potlood. Van zijn advocaten mocht hij drie stukken papier aannemen. Later mocht hij een boek van thuis krijgen: een natuurboek over vogels. Hij doodde de tijd in de cel door ze na te tekenen.

Die weken in volledige afzondering verveelde hij zich stierlijk, maar hij brak niet. Hij deed geen rare dingen, maakte geen ruzie, hield zich rustig. Alleen op een van de laatste dagen van zijn verblijf in de FOBA was er een klein voorval. Toen wilde Volkert wel eens controleren of de beelden van de camera's die in zijn cel hingen, inderdaad voortdurend werden bekeken. Hij hield er bij wijze van test een papiertje voor. Binnen de kortste keren waren de bewakers binnen. Toen haalde hij het papier maar weer weg. Dat werkte dus.

Vrijdag 31 mei werd hij overgeplaatst naar zijn huidige cel in Demersluis. Hij heeft nu een tafel en een stoel, een prikbordje voor foto's en een televisie. Hij mag één keer per week bezoek ontvangen, hij mag binnen de zes uur recreatie per week bellen met een telefoonkaart, hij krijgt post, leest boeken uit de gevangenisbibliotheek, kranten en alle stukken uit zijn strafdossier. Hij wil weten hoe de situatie in het land vlak na 6 mei was en hij heeft enkele kranten uit die periode opgevraagd om dat nog eens na te lezen.

Van zijn vriendin kreeg hij een schaakcomputer, waar hij erg blij mee is. Nu kan hij alleen schaken en hoeft hij niet aan een bewaker te vragen of die een spelletje met hem wil spelen. Hij zou verder graag kleurpotloden willen hebben om te tekenen, maar dat is nog niet toegestaan. Af en toe gaat hij naar de sportzaal, waar hij twee keer per week recht op heeft. Hij stapt dan meestal op de hometrainer, maar heeft er weinig lol in om dat soort dingen alleen te doen. Hij mag één uur luchten, maar hij vraagt meestal maar een half uur aan. In zijn eentje wat rondrennen in een kleine kooi, daar vindt hij weinig aan. Dat hij gescheiden wordt gehouden van medegedetineerden vindt hij heel vervelend. Hij mist, buiten de toegestane één uur bezoektijd per week, sociaal contact.

Niet emotieloos

Hij blijft een uitzonderlijke verdachte, ook in de manier waarop hij zich als gedetineerde opstelt. Hij is correct, maar afstandelijk. Soms ergert hij bewakers als hij hen aanspreekt op het feit dat ze bepaalde regeltjes niet kennen. Sommigen vinden hem dan ook arrogant, maar met andere PIW'ers (Penitentair Inrichtingen Werkers) heeft een goede band en speelt hij af en toe een spelletje tafeltennis. En officier van justitie Plooy heeft tegenover een aantal mensen al eens gezegd dat hij ,,zelden een beleefdere verdachte heeft meegemaakt''.

Door mensen die hem meemaakten in de beklagprocedures en raadkamers wordt hij omschreven als ,,een aparte figuur''. Ondoordringbaar en intelligent. Weinig `aaibaar', maar zeker niet emotieloos. Toen directeur Cor Blom van Demersluis voor de Commissie van Toezicht van de Bijlmerbajes in Volkerts ogen een keer oneerlijke voorlichting gaf over de recente incidenten in zijn cel, kwam hij fel uit de hoek: ,,U moet geen onwaarheid zeggen'', riep hij toen. Dat past bij hem, zo zegt een van zijn naasten: ,,Volkert heeft een diepgeworteld rechtvaardigheidsgevoel.''

Het is één van de twee kenmerken die vaak terugkomen als je met goede bekenden over zijn karakter praat. Het andere kenmerk is zijn rationele inslag. Maar niemand kan antwoord geven op de logische vervolgvraag: welk rechtvaardigheidsgevoel en welke rationele inslag was er dan voor de daad waarvan hij verdacht wordt?

Hoewel Volkert politiek niet actief was en Pim Fortuyn in zijn werk en in zijn vriendenkring geen dagelijks gespreksthema vormde, was het wel duidelijk dat Volkert Fortuyns opmars als een gevaar zag.

Na de grote overwinning van Leefbaar Rotterdam bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart werd er, zoals op meer plekken in Nederland, met zorg over gesproken.

Mensen herinneren zich nog dat Volkert geïrriteerd was over een interview dat Fortuyn in december 2001 in het blad van Milieudefensie gaf. Vooral het feit dat de politicus zich weinig vleiend uitliet over milieumensen als Ad van den Biggelaar, Lucas Reijnders (,,echt een schoft'') of Wijnand Duyvendak (,,Zo'n vre-se-lij-ke man! Totaal niet open. Hij weet het allemaal zo goed. Dan denk ik: `joh, lazer op'.'') irriteerde Volkert. En in gesprekken liet hij wel eens weten bang te zijn dat een grote Fortuyn-afvaardiging in de Tweede Kamer voor een kanteling in het politieke machtsevenwicht zou kunnen zorgen. Dat zou negatieve effecten kunnen hebben op veel zaken waar Volkert al jaren voor streed, zoals dierenwelzijn en milieurechten.

Misschien heeft hij toen een afweging gemaakt: hier moet een eind aan komen. Misschien vond hij dat hij in dit geval het recht had om iets te voorkomen en een leven te beëindigen, zoals hij dat ooit beschreef op de website van Animal Freedom, toen het over de Vogelopvang in Walcheren ging. Maar ja, hoe kwam hij aan het wapen? Schafte hij dat speciaal voor deze gelegenheid aan? Of had hij dat ooit al eens gekocht, bijvoorbeeld in de tijd van de vele bedreigingen? Het blijft allemaal gissen, zegt zijn omgeving.

Het beëindigen van het leven van Pim Fortuyn als theoretische optie overdenken, dát is nog voorstelbaar. Wellicht zag hij er in zijn optiek zelfs een rechtvaardiging voor. Maar de ratio om het ook te doen? Allemaal blijven ze verzuchten: zoiets past niet bij Volkert.