POSITIEVE OPVATTING VAN VEROUDERING BIEDT FLINKE LEVENSWINST

Ouderen met een positieve opvatting over het verouderingsproces hebben een veel betere levensverwachting dan minder positieve ouderen. Dit blijkt uit een onderzoek waarbij van 660 geënquêteerde 50-plussers na 23 jaar werd gekeken wie er nog in leven was. De mensen die indertijd te kennen hadden gegeven positieve verwachtingen te hebben van het ouder worden bleken gemiddeld 7,6 jaar langer te hebben geleefd dan mensen met een minder positieve verwachting. Ook na correctie voor functionele gezondheid, sekse, ouderdom, sociaal-economische status en eenzaamheid bleef de levenswinst bij een positief ouderdomsopvatting bijna net zo hoog (Journal of Personality and Social Psychology, augustus).

Dat gedachten over ouder worden (tijdelijke) lichamelijk effecten kunnen hebben was al wel bekend uit testen waarbij ouderen onbewust werden geconfronteerd met stereotypen van ouder worden zoals die met korte flitsen op een computerscherm werden getoond. `Geflitste' ouderen hadden daarna bij testjes een veel hogere hartslag en bloeddruk dan andere ouderen. Ook is bekend dat ernstig zieken hun overleving kunnen rekken tot na belangrijke familiefeesten en dergelijke. Een andere aanwijzing voor het belang van de levenswil is dat na de dood van een huwelijkspartner de overlevende binnen een half jaar vaker dan gemiddeld sterft.

Maar dat het effect van een positieve opvatting van ouderdom ruim zeven extra levensjaren opleverde verrastte de onderzoekers (van Yale en de University of Miami) zeer. Allerlei andere bekende overlevingsfactoren leiden namelijk tot heel wat minder extra jaren. Lage bloeddruk of cholesterolgehalte bieden gemiddeld zo'n 4 jaar extra. Niet-roken, lichaamsbeweging en laag lichaamsgewicht geven zo'n 1 tot 3 jaar extra geven. De onderzoekers laten zich dan ook bitter uit over de onverschilligheid die in de maatschappij bestaat over negatieve stereotypen van ouderdom. Want zij menen dat die negatieve beelden de levenswil van ouderen aantasten en hen zo tot een onnodig vroege dood brengen. Ouderen met een positieve inslag (waar die dan ook vandaan mag komen) zijn relatief immuun voor die negatieve stereotype, aldus de verklaring van de onderzoekers. Zij laten zich niet uit over de mogelijkheid van een direct fysiologisch effect van de optimistische kijk op ouder worden.

De opvatting over ouder worden werd vastgesteld bij een enquête in 1975 waarbij 660 vijftig-plussers (de oudste was 94) moesten aangeven in hoeverre zij het eens waren met de stellingen: `Dingen gaan steeds slechter nu ik ouder word', `Ik heb net zo veel energie als vorig jaar', `Als je ouder wordt, ben je minder nuttig', `Ik ben net zo gelukkig als toen ik jong was' en `Nu ik ouder word gaan de dingen beter/slechter/net zo goed als ik verwachtte.'' Voor iedere vraag die positief werd beantwoord, bleek het sterfte-risico met 13 procent te dalen. Na 23 jaar waren 619 van de deelnemers overleden.