Posities voor strafzaak ingenomen

Hoewel de inhoudelijke behandeling van de Zaak-Volkert van der G. nog moet beginnen, werd tijdens de pro formazitting al duidelijk waar de verschillende partijen hun accenten leggen.

Het was maar een pro formazitting, een formele bijeenkomst waarin niet inhoudelijk over het dossier wordt gesproken. En toch werden gisteren al de juridische posities van de verschillende partijen zichtbaar in de strafzaak tegen Volkert van der G., de verdachte van de moord op Pim Fortuyn.

Het openbaar ministerie (OM) zette stevig in, gesteund door enkele harde bewijsmiddelen. Nu al meldde officier van justitie J. Plooy dat hij, gegeven die bewijzen, de conclusie kon trekken ,,dat het de verdachte zelf was die Fortuyn van zeer dichtbij heeft doodgeschoten, en niemand anders.'' Daartegenover stond de verdediging van Van der G. Die benadrukte vooral het `fair trial'-principe en hekelde de mediahype die volgens raadsman A. Franken ,,goed te begrijpen'' is, maar waarbij tegelijkertijd ,,iedere terughoudendheid ontbreekt.'' En dat belemmert een onbevooroordeelde rechtsgang, aldus Franken, die zich retorisch afvroeg: ,,Wie zou de overtuiging dat Volkert schuldig is niet hebben, na alles wat er al vóór de terechtzitting van vandaag bekend is geworden?'' Zo werden de posities voor de strafzaak nu al ingenomen: het OM zelfverzekerd door het bewijs; de verdediging gebruik makend van de weinige ruimte die er voor de advocaten in deze zaak te behalen valt.

Het OM koos ervoor om relatief veel informatie over het onderzoek te geven. Dat was te rechtvaardigen, beargumenteerde Plooy, ,,in het belang van de openbaarheid'' van een zaak die ,,de rechtsorde in zeer ernstige mate'' heeft geschokt. Uit de opsomming bleek dat justitie sterk staat. Was al bekend dat het moordwapen tijdens de arrestatie, vlak na het misdrijf, in de jaszak van Van der G. was gevonden; gisteren deed Plooy er nog een schepje bovenop. Niet alleen zijn er schotrestsporen op latex-handschoenen en mouwen van de jas van de verdachte aangetroffen; op het pistool is ook bloed van Fortuyn gevonden. Daarnaast zat er celmateriaal met Fortuyns DNA op de linker broekspijp van de verdachte. Bovendien staat zo goed als vast dat de patronen waarmee Fortuyn gedood werd, zijn afgeschoten met het in beslag genomen pistool.

Verder wees Plooy op de auto van Van der G., met daarin belastend materiaal en op een in beslag genomen computer. Het internetgedrag op deze computer toont aan dat er weken vantevoren urenlang op de naam `Fortuyn' is gezocht en dat er op de avond van 5 mei nog naar een plattegrond van het Mediapark is gesurfd, de plek waar Fortuyn een dag later werd vermoord. Hoewel niet vast staat dat Van der G. ook de persoon is geweest die achter de muis van de computer heeft gezeten, dragen deze bevindingen volgens Plooy bij tot de verdenking dat er met voorbedachte rade is geopereerd. De officier stond ook stil bij de getuigenverklaringen van een aantal personen die op 6 mei op het Hilversumse Mediapark waren. Volgens hem hebben drie getuigen de verdachte vanaf de moord tot de arrestatie ,,onafgebroken'' gevolgd.

Advocaat Franken ging inhoudelijk niet in op de opsomming van het OM, behalve met zijn opmerking dat ,,de officier natuurlijk zijn selectie heeft gemaakt en geen volledig overzicht heeft gegeven van het dossier''. Maar dat neemt natuurlijk niet weg dat de verdediging van Van der G. zich geconfronteerd ziet met een zeer moeilijk te verdedigen aanklacht. Vandaar dat Franken in zijn doortimmerde pleidooi deed wat hij kon. Hij legde vooral veel nadruk op de rechtsregel zoals onder andere vastgelegd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dat een verdachte pas schuldig is als dat door de rechtbank wettig en overtuigend bewezen wordt geacht. De raadsman trok zijn betoog door naar de concrete positie van Van der G. Zo wees hij op het gevaar dat het beslissingsproces van de rechter oneigenlijk wordt beïnvloed, bijvoorbeeld door uitlatingen van mensen die ,,gezaghebbende posities bekleden''. Maar hij vroeg ook aandacht voor de detentie van Van der G., die volgens hem in de fase van de voorlopige hechtenis al wordt ,,geconfronteerd met maatregelen die een strafkarakter dragen.''

En er was één vleugje humor. Een flauwe glimlach verscheen op de gezichten van de leden van de rechtbank toen Franken met cynische ondertoon zei eraan te hechten ,,mijn dank uit te spreken voor de vele publieke adviezen die de verdediging heeft ontvangen over het beroep dat Volkert doet op zijn zwijgrecht.''. Om daar vervolgens aan toe te voegen dat nog valt te bezien of al die adviezen worden opgevolgd. ,,Alleen de verdediging heeft volledig inzicht in de belangenafweging'', sneerde de raadsman.

Daarmee was meteen een gevoelig punt aangekaart: een verklaring van de verdachte. Doordat Van der G. nog steeds een beroep doet op zijn zwijgrecht, zijn er nog veel vragen: over het motief, maar ook over de herkomst van het wapen of over de vraag of Van der G. alleen gehandeld heeft. Opmerkelijk genoeg vertelde niet Franken, maar officier Plooy dat de verdediging heeft aangegeven dat ,,de verdachte op enig moment in het vooronderzoek een verklaring wil en zal afleggen''. De raadsman wilde er verder niets over zeggen, maar zal zich ongetwijfeld realiseren dat een verklaring positief voor zijn cliënt kan uitpakken. De rechters kunnen dan immers aspecten meewegen die ze nu simpelweg niet weten.

En dan was er natuurlijk de hongerstaking. Franken onderstreepte dat Van der G. niet wil chanteren, maar dat zijn detentieomstandigheden ,,hem geen enkele menselijke waardigheid en kwaliteit van leven meer laten en dat een dergelijk bestaan voor hem geen zin heeft''. Of Van der G. evenwel de uiterste consequentie neemt, is nog onduidelijk.

De verdediging boekte een paar succesjes bij het aanvragen van getuigen. Het gaat onder meer om parlementariërs, die zich publiekelijk over de strafzaak hadden uitgelaten. Een aantal personen mag nu door de verdediging bij de rechter-commissaris worden ondervraagd. Een schrobbering viel F. Teeven, de huidige fractievoorzitter van Leefbaar Nederland, ten deel. Die had, daags na de moord, in het televisieprogramma Buitenhof gezegd dat Van der G. een voorverkenning zou hebben uitgevoerd en niet alleen kan hebben gehandeld. Niet netjes, vond de rechtbank, vooral omdat hij in die periode nog officier bij het Amsterdamse parket was. Teeven mag nu uitleggen waar hij zijn uitlatingen op baseerde. Opvallend was ook dat de rechtbank een verhoor van voorzitter Van den Haak van de gelijknamige commissie toestond. Die onderzoekt Fortuyns beveiliging en heeft inzage in sommige stukken van de strafzaak. De advocaten mogen nu vragen hoe het precies in elkaar zit. Het feit dat dat werd toegestaan, onderstreept dat de rechtbank de risico's die Franken had geschetst onderkent. Zorgvuldigheid boven alles, moet men ook daar gedacht hebben. Of zoals officier Plooy het al eerder had verwoord: aan het eind van het proces moet ,,niets in de weg hebben gestaan aan een juiste straftoemeting''.