Mensenkip

Ik zit met mijn zoontje van vijf in bad. Ik weet niet precies waarom, maar opeens lijkt het me een goed idee om de anatomie van het gezicht met hem door te nemen. Ooit hebben we de basisbegrippen er bij hem ingestampt: mond, ogen, oren, neus, lippen, tanden. Maar nu wil ik weten welke woorden hij er sindsdien, tussen de bedrijven door, heeft bijgeleerd. ,,Hoe heten deze?'' vraag ik, terwijl ik naar mijn wenkbrauwen wijs. Wimpers, neusgaten, voorhoofd, oorlellen – hij heeft er geen enkele moeite mee. Maar dan wijs ik naar mijn tandvlees, terwijl ik mijn onderlip naar beneden trek. Hij zit schuin tussen mijn benen, half op m'n bovenbeen. Hij buigt zich een beetje voorover om beter te kunnen kijken, en zegt dan, ietwat aarzelend: ,,Mensenkip.'' Als ik even later voor de spiegel sta te kijken of mijn tandvlees inderdaad op kipfilet lijkt, komt m'n zoontje me vertellen dat er op de gang een lamp kapot is. ,,Ik weet niet hoe het komt'', zegt hij gedecideerd. ,,Controleer de elektriciteit.''