`Ik ga niet weg voordat ik heb bereikt wat ik wil'

Elf gewapende overvallen op Blokkerwinkels. Ze waren voor Jaap Blokker de aanleiding om in het jaarverslag 2001 over de afkomst van de daders te schrijven. Dat leidde, tot verbazing van Blokker, tot opschud- ding in Nederland. `Ik maak me hier al jaren zorgen over. Ik stuur al jaren het jaarverslag naar Justitie. Maar er verandert niets.'

Jaap Blokker, bestuursvoorzitter en samen met zijn broer Albert eigenaar van Blokker Holding BV, is stomverbaasd. Zo vaak schreef hij al in het jaarverslag van zijn bedrijf dat er steeds meer gewapende roofovervallen op zijn winkels worden gepleegd en dat de daders vaak Marokkaan, Antilliaan of Oost-Europeaan zijn. Maar nog nooit was er een krant die er aandacht aan besteedde. En nu dit. Nu maakte de Telegraaf er dinsdag nieuws van en heel Nederland viel over hem heen. Blokker heeft gelijk, zeiden andere ondernemers. Blokker discrimineert, riepen belangenbehartigers van allochtonen en asielzoekers. De Raad Nederlandse Detailhandel herhaalde dat er vorig jaar minder roofovervallen waren geweest dan het jaar ervoor, maar dat dat kwam door de invoering van de euro. Er was meer politie op straat. Uit onderzoek van het ministerie van Justitie uit 1997 was al gebleken dat ,,door allochtone groepen relatief meer criminaliteit wordt geproduceerd''.

Door de telefoon vanuit Frankrijk, donderdagochtend, zegt Jaap Blokker dat hij de mediahype die op zijn opmerkingen volgde, nooit verwacht had. ,,Ik lees nu net een stuk in Het Parool waarin staat dat iedereen steelt, ook Nederlanders. Ik heb het niet over stelen. Ik heb het over gewapende overvallen, waarbij onze mensen worden bedreigd met messen en pistolen.'' Hij zegt dat Blokker Holding – niet aan de beurs genoteerd, dus niet verplicht tot openbare verslaglegging van de resultaten – het jaarverslag in de eerste plaats voor de eigen medewerkers maakt. Hij wil er graag aan toevoegen dat het `zeer gewaardeerde medewerkers' zijn, onder wie veel van allochtone afkomst. ,,We willen dat zij weten dat we hun veiligheid minstens zo belangrijk vinden als mooie omzet- en winstcijfers.'' Wat hij schreef over criminaliteit, bedoelt hij, was niet bestemd voor de kranten. Dat de Telegraaf er toch over schreef, denkt hij, komt doordat het komkommertijd is.

Denkt u dat echt?

Jaap Blokker: ,,Het komt natuurlijk ook doordat het politieke klimaat nu anders is dan een jaar geleden.''

Bent u een aanhanger van Pim Fortuyn?

,,Ik ben een ondernemer en Pim Fortuyn was een politicus. Dat is het enige wat ik erover zeg.''

Voor Telegraaflezers die sinds donderdag betwijfelen of Jaap Blokker wel bestaat: hij bestaat. Rob Hoogland, columnist van de Telegraaf, vroeg het zich af omdat Blokker interviews weigert en nooit op radio of televisie komt. Was hij soms een pseudoniem van iemand anders?

Nee dus. Deze krant sprak in juli met Jaap Blokker, toen het jaarverslag over 2001 er nog niet was. Hij deed het omdat zijn commissarissen – oud-bestuurslid Rob Zwartendijk van Ahold, oud-president Ton Risseeuw van Getronics en oud-bestuurslid van Numico Emile van Veen – het hem hadden aangeraden. Die hadden tegen hem gezegd dat mensen de Blokkerwinkels wel kennen, maar dat ze geen idee hebben hoe groot het bedrijf erachter is. Twintigduizend werknemers. Twee miljard euro omzet. Vele honderden winkels over heel Europa, van Lissabon tot Tallinn. Dat was toch iets om trots op te zijn, vonden de commissarissen. Dat mochten de mensen best weten.

De hype van deze week kwam ertussen. En Jaap Blokker, die tot nu toe geen commentaar gaf en dat liever nog steeds niet doet, heeft besloten dat hij er nu toch wat over gaat zeggen. Hij heeft zich zorgvuldig voorbereid. En hij zal een getal noemen, zegt hij. Want daar hebben alle kranten de hele week naar gevraagd.

Hoeveel gewapende roofovervallen zijn er dan per jaar?

Jaap Blokker: ,,Laat ik alleen over de Blokkerwinkels praten. Dat zijn er 500. Daarop hebben we vorig jaar elf gewapende overvallen gehad, waarvan het merendeel werd gepleegd door overvallers van buitenlandse of allochtone afkomst. Dit jaar hebben we er nu alweer vijf gehad.'' Hij herhaalt: ,,Gewapende overvallen, waarbij meestal fysiek geweld werd gebruikt. Dat zijn feiten. Voor onze medewerkers zijn het zeer ingrijpende en traumatische ervaringen. Ik word er ontzettend boos om. Het gaat om onze mensen. En ik kan er niet tegen dat zulke feiten als onbelangrijk worden afgedaan. Als er geen doden vallen, lijkt het wel of niemand geïnteresseerd is.''

Twee Blokkerwinkels werden de afgelopen jaren gesloten omdat het personeel er niet meer veilig was. Al heel lang, zegt hij, maakt hij zich hier grote zorgen over. Al jaren stuurt hij zijn jaarverslag naar het ministerie van Justitie. ,,Maar er verandert niets.''

Zo afgemeten als Jaap Blokker over de gebeurtenissen van afgelopen week praat, zo afgemeten begon hij ook te praten in het eerste gesprek op zijn kantoor in Laren. Jaap Blokker zat achter een grote tafel en had een lijst met onderwerpen naast zich liggen waarover hij niet wenste te praten. Bovenaan stond de beursgang van Blokker Holding BV – daar wordt in de zakenwereld al jaren over gespeculeerd. Want Jaap Blokker is nu 60, en er zijn in de familie zoals het er nu naar uitziet nog geen opvolgers voor hem en zijn broer. Het bedrijf moet na hen toch ergens heen.

Dat is toch de reden dat uw commissarissen u een interview hebben aangeraden?

Jaap Blokker: ,,Ik herhaal: daar zeg ik niets over.''Hij vertelt wel dat de familie een participatieplan voor het personeel heeft ontworpen. Werknemers van Blokker Holding BV kunnen nu indirect, via de vennootschap `Oranje Boven', aandelen in het bedrijf kopen en worden zo mede-eigenaars. Het participatieplan is eigenlijk het enige onderwerp waar hij wél over wil praten.

Hij liet zich een enkele keer eerder interviewen, onder meer door FEM De Week. Hij praatte over omzetcijfers en over zijn zeer gewaardeerde medewerkers. Op een herhaling daarvan zit niemand te wachten, dat begrijpt Jaap Blokker. Hij doet zijn best om te praten over dingen die ook niet-beleggers kunnen interesseren. Hij vertelt van de eenentwintigste winkel die zijn vader en zijn ooms openden toen hij zelf nog maar net kwam kijken in het bedrijf. Hij vertelt hoe de generatie voor hem door zuinigheid en vlijt de basis legden waarop hij met zijn broer Albert en hun `trouwe medewerkers' een detailhandelsimperium konden opbouwen.

En hij vertelt over zijn grootvader, de smid Jacob Blokker Pieterszoon, die in 1896 op de dag na zijn huwelijk een winkel in petroleumstellen, pannen, emaille emmers en landbouwgereedschap opende in Hoorn. Later kwamen daar kachels bij, en kinderwagens en wasmachines. Jaap Blokker, geboren in 1942, was zijn eerste kleinzoon, na tien kleindochters. Bij zijn geboorte dichtte een familielid: Op één ding bleef hij (de oude Jacob) steeds maar hopen,/ Wat men toch voor geen goud kon kopen./ Hij bleef met een verlangende blik,/ Steeds wachten op zijn `Tweede Ik'.

In zijn grootvader, zegt Jaap Blokker, herkent hij zijn liefde voor reclame. Jacob Blokker Pz liet in het voorjaar, als de kinderwagens werden aangeleverd, zijn personeel ooievaarspakken aantrekken en dan vroeg hij driehonderd schoolkinderen om achter de fanfare aan de nieuwe voorraad van het station naar zijn winkel te brengen. Dat heette de `Groote Nationale Optocht van Kinder-, Sport- en Promenadewagens'. In zijn advertenties was Jaap Blokkers grootvader altijd `Die Eéne, zegge Eéne Jacob Blokker Pz'.

Hij had vier zoons, van wie er één kort na de Tweede Wereldoorlog overleed. Drie zoons openden een eigen winkel in Utrecht, Haarlem en Amsterdam. De jongste zoon, Albert, de vader van Jaap en zijn broer, ging in 1928 naar de NV Tokohandel in Nederlands-Indië. In 1936 smeekten zijn broers hem terug te komen om de zaak van hun vader te redden. Jacob Blokker Pz was achteruitgesukkeld na de dood van zijn vrouw, in 1926. ,,Zij deed de financiën'', zegt Jaap Blokker. Jacobs zoons waren het vaak niet met hem eens. Ze vonden dat die jaarlijkse kinderwagenoptochten echt niet meer konden. Maar het ergste was de fout die hij in 1929 maakte, aan het begin van de crisis. Hij bood zijn hele zaak te koop aan, buiten zijn zoons om, en zijn notaris kwam al snel met een koper. Dat bleek de stroman te zijn van zijn grootste concurrent, Offringa, Hart & Co. De transactie werd teruggedraaid, maar het kostte de oude Blokker 22.500 gulden, op een koopsom van 40.000 gulden. Offringa, Hart & Co bedong ook dat Blokker allerlei artikelen niet tegen lagere prijzen mocht aanbieden. En hij moest een advertentie in de krant zetten waarin de ontbinding van de overeenkomst bekend werd gemaakt.

Dit verhaal staat in De eeuw van Blokker, het boek dat werd gemaakt bij het honderdjarig bestaan van de zaak, in 1996. De vier zoons werden in de jaren dertig geholpen door een rijke oom en tante in Bussum. Die beheerden het geld dat Albert Blokker vanuit Indië naar Nederland stuurde. ,,Mijn vader was de krachtigste van allemaal'', zegt Jaap Blokker. In het boek staat dat de tante als de dood was dat haar neef uit Indië terug zou komen met een `kampongmeisje' dat niet wist hoe ze in een Nederlands winkelbedrijf de armen uit de mouwen moest steken. Maar Albert Blokker trouwde met Annie Wiesell, die op de porseleinafdeling van V&D; in Amsterdam werkte. Na hun huwelijk woonden ze boven de Blokker op de Ceintuurbaan. Annie Wiesell was daar cheffin. En vanaf 1953 stond ze op de afdeling glas, kristal en serviezen van de Blokker in de Kalverstraat. Ze bleef er werken tot haar tachtigste. Op zijn twaalfde was Jaap Blokker daar in de zomervakantie liftboy. Op zijn tweeëntwintigste won hij de wedstrijd centrifuges verkopen die zijn vader en ooms voor de Blokkerfilialen hadden bedacht. ,,Ik liet de centrifuges op straat draaien en ik hing het bijna-droge wasgoed tussen de bomen op.'' Dat was in 1964, op de net nieuw aangelegde Johan Huizingalaan in Amsterdam-West. De buren klaagden over de kliederboel, de politie maakte een eind aan de actie.

Blokker vocht in die jaren met Albert Heijn, die ook koelkasten en centrifuges wilde gaan verkopen. Die wilde zelfs heel Blokker overnemen om kennis van `non-food' binnen te halen. Twee broers waren bijna op het bod ingegaan. Maar op het laatste moment verkochten ze hun aandelen aan Albert Blokker, de jongste broer die twee zoons had. Albert Blokker begint twee groothandels, Elektroblok en Novalux, waarmee hij ook andere winkeliers ging bevoorraden. Dat is het begin van de echte groei.

,,Mijn vader was de creatiefste, de meest ondernemende'', zegt Jaap Blokker. ,,Ik heb nooit bewust gedacht dat ik het bedrijf voor hem heb uitgebouwd. Maar onbewust is het misschien wel zo geweest.'' Hij krijgt tranen in zijn ogen als hij over zijn vader praat. Hij zegt dat zijn vader dat ook altijd had als die over zijn moeder praatte, de vrouw van Jacob Blokker Pz.

Begin jaren zestig wil Albert Heijn Blokker nog overnemen. In 1981 spreekt u met Ahold en C&A; af om in nieuwe winkelcentra bij elkaar te gaan zitten.

,,Het ging slecht met de warenhuizen'', zegt Jaap Blokker. ,,Ze breidden niet meer uit en ik dacht: waarom zouden wij niet met z'n drieën een warenhuis beginnen. Ik had dat gezien in Engeland, drie specialismen onder één dak.''

En u sprak af...

,,...dat C&A; geen food zou doen en wij ook niet, en dat Albert Heijn geen panty's zou verkopen en ook geen speelgoed en...'' Hij onderbreekt zichzelf en vraagt zich af of hij nu een bezoek van de Nederlandse Mededingingsautoriteit kan verwachten. ,,Er waren dus alleen collegiale afspraken'', zegt hij dan.

Jaap Blokker aan tafel met de families Heijn en Brenninkmeijer.

,,Ik zie ons nog zitten in de achterkamer van restaurant `Hoop op d'Swarte Walvis' op de Zaanse Schans. Men zei: Blokker gaat gemangeld worden tussen twee grootmachten. Gerrit Jan Heijn en Godfried Brenninkmeijer waren allebei veel ouder dan ik. En ik had een veel kleiner bedrijf dan zij. Maar de afspraken werden gemaakt op basis van pariteit.''

Een jaar later begint Miro, een dochter van Ahold, een agressieve reclamecampagne onder het motto `Er kan er maar één de goedkoopste zijn'. Zes cola-glazen: bij V&D; 3,50 gulden, bij de Hema 3,00 gulden, bij Blokker 2,95 gulden, bij Miro slechts 2,50. Als mensen bij Blokker iets goedkoper kunnen kopen dan bij Miro, krijgen ze bij Miro het verschil terug.

Was het verraad?

,,Het was heerlijk, prachtig. Ik dacht: dan gaan wij eens even bij Miro kijken. En dan moet je ook alle geluk van de wereld hebben, want bij de Miro in Purmerend vonden we net die ene stoffige boormachine die daar al twee jaar lag en die veel duurder was dan de Black

&Decker; die wij net tegen een heel lage prijs hadden kunnen inkopen. We hebben dat ding als een trofee de winkel uitgedragen. De volgende dag zetten wij een advertentie in de krant met twee kassastrookjes. Tien artikelen van Miro, tien van Blokker, meer dan...'', hij bladert in het jubileumboek, ,,...meer dan 168 gulden verschil. Dat konden de mensen dus gaan terughalen bij Miro.''

Slim.

,,Nee, het was geluk.''

Toch bent u vaak slim geweest in het zakendoen. Boerenslim. Als het moet, speelt u toneel en verzint u listen.

,,O ja? Geeft u eens een voorbeeld.''

Toen u Bart Smit wilde overnemen, deed u zich voor als een man van de bank om mensen te kunnen uithoren.

,,Is dat zo?'' Hij pakt het jubileumboek, slaat het jaar 1985 op en leest dan lachend voor hoe hij op een vrijdagavond naar de Bart Smit in Hilversum rijdt en tegen de bedrijfsleider zegt dat hij de bankier is die gaat beslissen of er nieuw krediet zal worden verleend. Hoe komt het dat er in de winkel zo veel lege vakken zijn? Jaap Blokker wist dat Bart Smit grote financiële problemen had, dat had Bart Smit hem zelf verteld op een speelgoedbeurs in Milaan. Jaap Blokker had ook al gezien dat een nieuw filiaal van Bart Smit in Drachten al wekenlang leeg stond. Blokker biedt Bart Smit hulp aan, maar hij laat ook Bart Smits bank bellen om te horen hoe het er met het bedrijf voor staat. Bart Smit is woedend als hij dat hoort. Hij wil niets meer met Blokker te maken hebben, hij gaat naar groothandel Hobo-Faam, de agressiefste concurrent van Novalux, de groothandel van Blokker.

En dan bent ú kwaad.

,,Ik wilde niet dat Bart Smit naar de concurrent ging om ons vandaaruit te attaqueren. Dus bel ik Bart Smit diezelfde vrijdagavond op en zeg: we moeten nog één keer praten. Die bedrijfsleider in Hilversum had me verteld dat hij genoeg Lego kon verkopen, als hij die Lego maar kreeg. Ik wist dat het bedrijf in wezen gezond was, er was alleen een financieringsprobleem. Ik zeg tegen Bart: kom bij ons, je blijft een Volendams bedrijf, er komen echt geen witte jassen om je te vertellen wat je doen moet.'' Hij slaat met zijn vuist op de leuning van zijn stoel. ,,Ik zeg: morgenochtend om negen uur bij mij op de Van der Madeweg. En neem je hele directie mee.'' Lachend: ,,Om twaalf uur waren we eruit.''

En zo'n leugentje kan, vindt u?

,,Natuurlijk. Het was toch in het voordeel van Bart Smit? Het was ook een familiebedrijf, en iedereen kon blijven. Na zeventien jaar zit iedereen er nog steeds. Daar ben ik trots op. Ik heb veel familiebedrijven overgenomen, op het moment van overname ging het er vaak slecht mee. Ik ben er trots op om iets toe te kunnen voegen aan zo'n bedrijf en tegelijkertijd de cultuur te behouden.''

In de concurrentiestrijd met Hobo-Faam maakte u wel een winkelier in Culemborg kapot.

,,Een Marskramer, ja. Hij was een goede klant van Novalux en opeens hoorden we niets meer van hem. Toen we vroegen wat er was, zei hij: ik ga naar het andere kamp.''

Zei hij het zo?

,,Nee, hij zei: ik ga naar Hobo-Faam. Die zette alle Marskramers onder druk, om niet meer bij Novalux te kopen. Ik vond het oneerlijk. En ik voelde me in de steek gelaten. We hadden geen Blokkerfiliaal in Culemborg om Marskramer niet in de weg te zitten. Ik dacht: we gaan nu naar Culemborg en we gaan niet naar huis voordat we daar een winkel hebben gevonden.'' Zo doet een ondernemer dat, zegt hij. ,,Niet denken: het is morgen zaterdag, ik ga golfen, maar: ik ga niet weg voordat ik heb bereikt wat ik wil.'' Hij citeert de lijfspreuk van zijn vader: eerst plicht, dan genoegen. ,,We konden dezelfde dag een pand kopen, dat was geluk. En toen zijn we vandaaruit een prijzenoorlog begonnen, net zolang tot Marskramer het opgaf.''

U dacht niet: wat zielig voor Marskramer.

,,Ik vond het zielig voor die franchisenemer, dat we over zijn rug een gevecht met Hobo-Faam leverden. Dat heb ik hem ook laten weten. Dat het niet persoonlijk bedoeld was. Later kwam ik hem tegen in Leerdam, daar ging hij het opnieuw proberen. Toen heb ik gezegd: laten wij Leerdam dan nu maar even overslaan.''

Bent u nou meer een strateeg of iemand die kansen afwacht?

,,Misschien van beide een beetje. Een conglomeraat zoals wij nu zijn kun je natuurlijk plannen. Maar ik heb nooit gedacht: later wil ik ook tuincentra. Ik heb ze nu wel. Het is niet allemaal toeval. Er zit meer ratio achter dan men denkt. Blokker verkocht speelgoed, dus dan is Bart Smit een logische stap. Blokker verkocht ook tuinmeubelen, en daar paste Leen Bakker goed bij, en Overvecht ook. En dat gold ook voor Xenos en Casa en Hoying. Jamin hebben we niet gekocht. Er moeten overlappingen in het assortiment zijn.''

Wat doet u als er nu een goed bod op Blokker of op een deel van Blokker komt?

,,U zit klaar om mijn antwoord op te schrijven, in de veronderstelling dat ik antwoord geef.'' Hij wijst naar zijn lijst met onderwerpen waarover hij niet wil praten. ,,Op dat soort vragen geef ik geen antwoord.''

Waarom wilt u niet naar de beurs?

,,Dat heb ik niet gezegd.'' Hij pakt de telefoon en belt zijn secretaresse. Die brengt een bladzijde uit het jaarverslag over 2001 dat net naar de drukker is gegaan. Er staat in dat het ,,zeer onwaarschijnlijk'' is dat Blokker ooit een onderdeel van het bedrijf verkoopt, want ,,daarmede worden ook mensen en emoties'' verkocht. Er staat dat ,,in beurskringen'' wordt uitgegaan van de break-up value van een bedrijf, maar ,,als familieonderneming kijken wij liever naar de combined value''. Jaap Blokker: ,,Als we naar de beurs zouden gaan, of ons zouden laten overnemen, dan zouden we het risico lopen dat iemand zegt: twee speelgoedketens? Eén weg. Buitenlandse vestigingen? Verkopen. Wij hebben dit bedrijf zelf opgebouwd. Het gaat om de ménsen die er werken, hoor.''

En daarom zegt u dat het bedrijf na u in hun handen moet komen?

,,Nee, nu suggereert u meer dan het is. De werknemers krijgen door het participatieplan indirect ongeveer 5 procent van de aandelen. Meer dan dertienhonderd medewerkers doen eraan mee. Ze hebben vertrouwen in het bedrijf. Ze willen er hun eigen geld in steken. Daar ben ik trots op. De familie houdt de zeggenschap. Maar als we ooit naar de beurs gaan, profiteren de werknemers die aandelen hebben mee.''

Het kan dus nog alle kanten op.

,,Ja. We kiezen voor de weg van de geleidelijkheid.''

Het voorwoord in het jaarverslag van Blokker Holding is te lezen op www.nrc.nl/documenten